Duitsers verklaren oorlog aan de recessie

BONN, 24 JUNI. De tijd is er kennelijk rijp voor, het is alsof een geheimzinnige grote wisselwachter nú het signaal heeft gegeven: Duitsland staat voor een economisch-psychologische kentering, het zit er vermoedelijk al middenin. Motto's: oorlog aan de recessie, te hoge staatsschuld, uit de hand gelopen loonkosten, inflatie, verontrustende kapitaalexport, te korte en daardoor te dure gebruik van het nationale machinepark.

Motto's voorts: weg met de Duitse internationale records aan ziekte- en vakantiedagen, weg ook met de groeiende en pijnlijke internationale twijfel over de kracht van de D-mark, de ankermunt in Europa en de trots van al wat Duits is. De openlijk aangekondigde aanvallen op de mark van grote speculanten als de Newyorker George Soros mogen geen kans krijgen.

Er lijkt iets op til, zoals de chef-econoom van de Deutsche Bank, prof. Norbert Walter, het op 13 mei in een interview met deze krant beschreef: “Er komt een moment dat de crisis zich als een kenmerkend beeld in de hoofden van de Duitsers heeft gevestigd. Vooral als de Bondsrepubliek, wat ik waarschijnlijk acht, zelfs voor dit jaar al, door haar buren niet meer als sterke, bijna gevreesde partner wordt gezien maar als weakling, als zwakke, ongedisciplineerde broeder. (..) Als het zover is gaan Duitsers er normaal gesproken eens goed voor zitten, hun huiswerk overdoen en het fundament van hun economie en maatschappij verbeteren.” Walter voorspelde dat dit gevoel de Duitsers na de zomer zou gaan beheersen en dat zij eind dit jaar, begin '94, al uit hun recessie zouden klauteren.

Dat klonk allemaal nogal optimistisch en zelfs vrij fantastisch. Maar Walters neus blijkt toch redelijk in orde te zijn geweest. En die van kanselier Helmut Kohl blijkens enkele recente bloed-zweet-en-tranen-redevoeringen (“Duitsland leeft op te grote voet”) kennelijk ook. Want er gebeuren nu in een ongehoord tempo plotseling ongehoorde dingen in het land met Europa's grootste economie. Voorbeelden: Klaus Zwickel, de nieuwe voorzitter van de IG Metall, met 3,4 miljoen leden 's werelds grootste vakbond, verraste deze week met een pleidooi voor meerjarige loonmatiging in ruil voor meer werknemersinvloed. En niet alleen ministers met een coalitie-CAO als Theo Waigel (financiën, CSU) en Günter Rexrodt (economische zaken, FDP) maar ook diverse SPD-premiers in de deelstaten bepleiten een 0-ronde in '94 en langer werken voor ambtenaren.

Beoogd SPD-voorzitter en kandidaat-kanselier Rudolf Scharping (premier Rijnland-Palts) en Gerhard Schröder (idem Nedersaksen) willen hun ambtenaren van 38 naar 39 uur laten gaan. Net als de nieuwe SPD-premier van Sleeswijk-Holstein, Heide Simonis, die al bevriezing van ambtelijke inkomens in haar deelstaat heeft voorgesteld.

Pag.13: Besef van recessie is wijd verbreid

Daarbij kon zeker de nieuwe CSU-premier van Beieren, Edmund Stoiber, niet achterblijven, hij pleit voor een ambtelijke 0-ronde èn een 40-urige werkweek.

De kentering kent al concrete voorbeelden. De officiële doelstelling van IG Metall blijft de 35-urige werkweek (nu 38) maar in de industrie heeft Daimler-Benz inmiddels al een eerste akkoord over terugkeer naar de 40-urige werkweek, namelijk voor een Stuttgartse busfabriek van Mercedes. Elektronica-concern Bosch doorbrak net een ander taboe: met als dreigement dat een geplande nieuwe fabriek anders naar het buitenland zou gaan wist het door te drukken dat voortaan ook op zondag zal worden gewerkt.

Het besef van Duitsland in een recessie zit is nu zó wijd verbreid dat de Bundesbank het in haar vandaag gepubliceerde maandverslag zelfs nodig vindt de sombere stemming tegen te gaan. Vooral overheden moeten bezuinigen, is haar devies. De centrale bank wijst erop dat de recessie ook nuttige sanerende effecten heeft en (nog) niet de ernstigste is in de na-oorlogse geschiedenis. Bovendien is de industriële orderportefeuille weliswaar gekrompen maar toch nog beter gevuld dan in 1989. De Bundesbank waarschuwt nog eens dat men de recessie met paniekverhalen ernstiger kan maken dan reëel is.

De centrale bank ziet de “omslag” in de publieke opinie misschien zelfs wat te hard gaan. Begin deze week bracht een enquête als uitslag dat 81 procent van de Duitsers óók vindt, net als Kohl, dat hun land op te grote voet leeft en dat zij meer bezuinigingen van de overheid verwachten. Nu, die komen eraan. Nog geen drie maanden nadat regering, oppositie en de Duitse deelstaten na ruim een half jaar touwtrekken het zogenoemde Solidariteitspact sloten komt er een nieuwe bezuinigingsronde. En waar het Solidariteitspact werd gekritiseerd omdat het consensus had gekocht zonder echt te bezuinigen, ja daarentegen alvast in belastingverhogingen (7,5 procent opslag) voor 1995 voorzag, moet het mes er nu werkelijk in.

Want in een race naar het eind volgende week beginnende zomerreces lijkt de politieke beslismachine in een hogere versnelling gekomen. In Kohls coalitie is men het deze week eens geworden over extra overheidsbezuinigingen van circa 30 miljard mark voor 1994: het Spaar-, Consolidatie- en Groeiplan. Dat gaat pijn doen: kortingen van 3 procent op WW- en bijstandsuitkeringen; kortingen op de kinderbijslag; beëindiging van spaarpremies voor werknemers; bestrijding van fiscaal misbruik en van inkomensten via nog legale fiscale kunstgrepen; temporisering in de wegenbouw; beperking subsidies in de sectoren kolen, werven, landbouw. Enzovoort. Uit dit pakket moeten Waigel en de deelstaten volgend jaar 30 miljard overhouden (Waigel 20), in 1995 35 miljard (25) en in '96 40 miljard (30).

Maar ook dat is nog niet alles. Want de Duitse coalitietop is het deze week namelijk ook eens geworden over invoering tussen 1994 en '96 van de naar haar financieringsopzet omstreden collectieve verzekering voor de bejaardenzorg, waarvoor werknemers de premielasten van werkgevers moeten compenseren door een loonoffer in geval van ziekte (maximaal zes dagen). Zowel de SPD, de vakbeweging als de werkgevers lopen storm tegen deze opzet.

Vrij draconisch was ook een besluit dat de coalitietop dinsdagnacht in Kohls kanselarij nam: zeer fikse verhogingen van de lasten voor de automobilist. Dat wordt een vuurproef, óók voor die meerderheid van de Duitse bevolking die gezien de enqûetes offers onvermijdelijk acht: door een accijnsverhoging én de al geplande BTW-verhoging (van 14 naar 15 procent) gaan de benzineprijs per liter (nu circa 1 mark 40) op 1 januari '94 met 18 pfennig (2 dubbeltjes) omhoog (het accijnsaandeel per liter dan: 118 pfennig). Voor dieselpersonenauto's wordt de wegenbelasting opgetrokken met 7 mark 50 per kubieke centimer cylinderinhoud. Het Autobahnvignet voor binnen- en buitenlandse personenauto's is daarmee van tafel.

De nieuwe aanslag op het gebruik van de auto, het liefste bezit van zeer veel Duitsers, moet 8,5 miljard mark opleveren. Dat bedrag zal grotendeels worden gebruikt om de rente op de enorme schuld (65 miljard) van de Oost- en Westduitse spoorwegen te betalen en zo ook hun voorgenomen privatisering te vergemakkelijken.