Droogbloemen in de zomer

VRIJ PLOTSELING gaat het hard. Terwijl de voorspellingen over de werkloosheid in de meeste landen van de Europese Gemeenschap met de dag alarmerender worden, komt het jarenlang ontlopen debat over de wortels van de stagnatie in de banengroei eindelijk op gang. Geconfronteerd met de hoge structurele werkloosheid in de EG is de grote ontnuchtering over de vermeende superioriteit van het Westeuropese sociaal-economische stelsel ingezet. Dit belooft een zomer van droogbloemen te worden.

Deze week rolden uit de computers van het Centraal Planbureau voorspellingen over een stijging van de Nederlandse werkloosheid tot 720.000 personen in 1994. Enkele dagen eerder maakte de president van de Europese Commissie, Jacques Delors, op de Europese top in Kopenhagen een begin met een discussie over werkgelegenheid in de EG, waar inmiddels 17 miljoen werklozen geregistreerd staan. De opmerkingen van Delors waren een oefening in politieke balanceerkunst omdat hij moest laveren tussen twaalf zeer uiteenlopende visies op de gewenste sociaal-economische aanpak omdat hij onmogelijk een actieve rol voor de Commissie in Brussel kon opeisen bij de renovatie van de nationale verzorgingsstaten in Europa. Niettemin heeft Delors niet nagelaten om het gevoeligste punt te noemen: de bruto arbeidskosten in West-Europa zijn te hoog. De oorzaak daarvan ligt in de kosten het sociale-zekerheidsstelsel in stand te houden.

DANK ZIJ DE Duitse eenwording heeft continentaal Europa het debat over zijn afkalvende concurrentiepositie enkele jaren voor zich uit kunnen schuiven. Terwijl de Verenigde Staten en de Angelsaksische landen in 1989 de recessie indoken, bleef de economie van Duitsland en de landen in diens kielzog doorgroeien door de onverwachte vraagimpuls uit de ex-DDR. Maar nadat de Oostduitsers zich een Westeuropese auto en wasmachine hadden aangeschaft, stokte ook daar de vraag. De hoge Duitse rente, onvermijdelijk om de inflatie-impuls die van de eenwording uitging te beteugelen, zorgde met een lange remweg voor stagnatie in de groei. Zomer '93 is niets meer over van alle zonnige voorspellingen over de geneugten van Europa '92 maar verkeren de meeste EG-landen, te beginnen met Duitsland, in een milde tot stevige staat van recessie. Dit steekt des te meer omdat de economische groei elders, zowel in andere industrielanden als in delen van de zogenoemde Derde wereld, redelijk goed dan wel buitengewoon voorspoedig verloopt.

Nu komen de zwakheden van West-Europa ongenaakbaar aan het licht. De royale vakanties, lage arbeidsparticipatie en astronomische kosten van sociale regelingen worden extra geaccentueerd door de omwentelingen in de ex-communistische landen. De economische opening van Oost-Europa drukt de EG-landen op een structurele zwakheid: de last van de verzorgingsstaat. Op drie uur vliegen van Amsterdam liggen de republieken van de ex-Sovjet-Unie. De bevolking is daar weliswaar gedemoraliseerd door 70 jaar commando-economie, maar geleidelijk in de greep van het perspectief op geld. Bovendien zijn de mensen technisch goed opgeleid, zijn de fabrieksgebouwen leeg beschikbaar en bedragen de lonen omgerekend niet meer dan 10 dollar per maand. Ondanks het reusachtige produktiviteitsverschil is het dan al snel lonend om garnalen te laten pellen in de Baltische landen of om schepen te laten bouwen op de voormalige Sovjet-marinewerven langs de Zwarte Zee.

EUROPA MOET ZIJN concurrentiepositie verbeteren wil het in de toekomst banen blijven scheppen. Daarvoor is het onvermijdelijk dat behalve grotere aandacht voor scholing ook de kosten van de sociale verzorgingsstaat in de discussie over economie, werk en werkloosheid betrokken worden. Want daar ligt het grote verschil tussen de EG en zijn industriële concurrenten, Japan en de Verenigde Staten, wat betreft de werking van de arbeidsmarkt.

Wat voor de EG geldt, gaat in versterkte mate voor Nederland op. In de jaren tachtig vermeed Nederland de discussie over arbeidsparticipatie en sociale zekerheid door vrijwillig de lonen te matigen. Op de afgelopen top in Kopenhagen onderschreef premier Lubbers de analyse van EG-president Delors en hij leek zelfs verder te willen gaan. In eigen land is die bereidheid tot verandering nog niet doorgedrongen, want vorige week besloot het kabinet om de Algemeen Verbindend Verklaring van CAO's in stand te houden. Verder werd de wettelijke adviesplicht van de SER gehandhaafd en besloten de sociale partners hun veelal vruchteloze voorjaars- en najaarsoverleg met de regering aan te vullen met een extra zomersessie. Dergelijke maatregelen hoeven de gewenste versoepeling van de Nederlandse arbeidsmarkt niet per se in de weg te staan, maar ze golden tot nu toe in elk geval wel als symbolen van verstarring. Het bewijs van het tegendeel moet nog worden geleverd.

SCHEPPING van nieuwe banen - het klinkt zo fraai en het past in elke verkiezingsbrochure en vakbondskrant. De kille werkelijkheid daarachter is dat Nederland een bittere sanering van de verzorgingsstaat te wachten staat.