De kostbare kunsten van topman Ritman

Joost Ritman was als topman van De Ster-groep in Amsterdam ook een verwoed kunstverzamelaar. Maar deze edele hobby liep dermate uit de hand dat de onderneming nu in doodsnood verkeert. Crisismanagers proberen namens de banken te redden wat er te redden is.

Joost Ritman koos nog een keer feilloos zijn moment. De voormalige eigenaar van De Ster, de Amsterdamse producent van wegwerpserviesgoed, greep twee weken geleden tijdens een personeelsfeest in het Belgische Hoogstraten de microfoon. Vol vuur sprak de charismatische baas zijn werknemers moed in. Zijn terugtreden als topman van De Stergroep was slechts tijdelijk: de goede tijden zouden snel weer aanbreken.

Een ovationeel applaus klonk op. Alleen P. Hendriks, een van de twee interim-managers die begin april door de ING Bank zijn aangesteld om orde op zaken te stellen bij De Stergroep, vertrok geen spier en hield zijn handen stil. De zwaarlijvige Hendriks spoedde zich kort na de woorden van Ritman naar de microfoon om diens betoog toe te lichten en de aanwezigen te vertellen hoe de vork werkelijk in de steel zat. Maar de zaal wilde hem niet horen. Zijn woorden kwamen niet boven het boegeroep en gefluit uit.

De verhoudingen binnen De Ster - jaaromzet: 300 miljoen gulden - zijn danig verziekt. Het 700-koppige personeel weet niet meer waar het aan toe is. Sinds de belangrijkste schuldeiser, de ING Bank, heeft ingegrepen op het hoofdkantoor aan de Amsterdamse Bloemgracht is de motivatie van het Ster-personeel steeds verder weggezakt.

De kern van de problemen bij De Stergroep ligt bij de geldverslindende hobby van voormalig eigenaar/directeur Joost Ritman. Hij gaf jarenlang de operationele winst van de groep uit aan uitbreiding van zijn unieke verzameling zeventiende eeuwse kunst en oude boeken en manuscripten. De kernactiviteiten van De Ster-groep - produktie van "disposable and rotable' (circa twintig keer bruikbaar) serviesgoed, met name voor de luchtvaart - leverden de afgelopen jaren steeds winst op. Maar rentelasten, oplopend tot 38 miljoen gulden in 1991, drukten De Stergroep in de rode cijfers en noodzaakten de ING tot ingrijpen.

Ritman (55) werd begin april door de ING Bank uit zijn functie gezet maar had tot voor kort nog wel vrij toegang tot het hoofdkantoor. Omdat hij het naar de buitenwereld - zoals in Hoogstraten - deed voorkomen alsof hij nog steeds president-directeur was, is hem twee weken geleden door de bank definitief de toegang tot zijn kantoren ontzegd.

Naast - of liever: boven - Hendriks is Hans van Rooijen de grote man geworden bij De Ster. Van Rooijen - een management consultant uit Nunspeet en commissaris van onder meer de Twentse projectontwikkelaar Trebbe Bouwbedrijven - heeft door zijn optreden irritatie gewekt bij een groot deel van het personeel. Intern circuleren notities met veelzeggende titels als “De interim-manager die niemand wilde”. De 55-jarige Van Rooijen manifesteert zich volgens ontevreden medewerkers van De Ster als een “bikkelharde crisismanager” die boven alles en iedereen de baas wil zijn. “In de praktijk blijkt hij echter een weinig doortastende figuur te zijn (...) die niet of nauwelijks met zijn personeel communiceert”, vertelt de notitie.

De zorg van het personeel gaat verder. Het ontbreken van een sociaal plan baart hen grote zorgen. En naast hun manier van optreden boezemt de gebrekkige kennis van de branche die Van Rooijen en Hendriks ten toon spreiden medewerkers van De Ster weinig vertrouwen in. Diverse stafmanagers hebben inmiddels omgezien naar andere betrekkingen en nemen daarbij soms hele klantenbestanden mee. “De Ster glijdt weg, er blijven op dit moment veel zaken liggen, we missen orders, de omzet gaat steeds verder omlaag. Je ziet het sterfhuis op je af komen”, vertelt een stafmedewerker die uit angst voor represailles anoniem wenst te blijven.

Pag 12: Interimmanagers speuren nu naar uitweg

Ritman - zeer populair bij zijn medewerkers door zijn uitstraling en de hoge salarissen die hij zijn personeel betaalde - kocht sinds 1986 op grote schaal kunst en boeken op kosten van zijn onderneming. Intern wordt er op gewezen dat die hoge uitgaven een gevolg waren van de afloop van de slepende Fiod-affaire in 1985. Ritman is in deze zaak als directeur/eigenaar van De Ster, samen met enkele personeelsleden, op last van de Fiod dagenlang in Scheveningen in hechtenis gehouden. Pas nadat Ritman voor zijn bedrijf met de Fiod een betalingsovereenkomst had gesloten, werd hij uiteindelijk vrijgelaten. Die vrijspraak zou Ritman een gevoel van grote vrijheid en ongrijpbaarheid hebben bezorgd, dat zich uitte in nòg hogere uitgaven voor zijn liefhebberij.

Ritmans uitgaven voor zijn kunstverzameling - ondergebracht als werkmaatschappij in De Stergroep onder de naam Dutch Renaissance Art Amsterdam BV - en voor oude boeken - onder de naam BV Bibliotheca Philosophica Hermetica - waren jaarlijks miljoenen guldens hoger dan de netto winst van de groep. Uitschieter was het jaar 1990, waarin Ritman volgens de bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekening voor 77 miljoen gulden aan kunst en boeken kocht, terwijl het netto bedrijfsresultaat in datzelfde jaar 10 miljoen gulden negatief was.

Werknemers van De Ster beweren dat het in de jaarrekening vermelde bedrag geflatteerd is, en dat Ritman in 1990 in werkelijkheid zelfs voor 106 miljoen gulden aankocht. De expansie van De Ster, die tot 1991 een gestaag groeiende omzet kende, moest in die jaren worden gefinancierd met tegen hoge rente geleend kapitaal van buiten. Volgens ingewijden werd er jarenlang “geknoeid” met de jaarrekening van De Stergroep. “Ritman drukte zijn cijfers er met zijn overtuigingskracht gewoon doorheen bij de accountant KPMG”, zegt een naaste medewerker van de voormalig eigenaar. De huisaccountant zette dit jaar voor het eerst geen goedkeurende handtekening onder de cijfers over 1992 van De Stergroep. Sinds Ritman van al zijn functies en invloed is ontheven, heeft Van Rooijen alles voor het zeggen bij De Stergroep. Hij zegt de oorzaken van de problemen bij De Ster te kennen maar heeft nog geen oplossingen voorhanden. Hij heeft zich naar zijn personeel in een interne brief gepresenteerd als een “relatieve nieuwkomer (...) in een complexe en zeer cultuurgebonden organisatie” en tijd gevraagd om de problemen “uitvoerig (...) en met een breder publiek” te bestuderen. Volgens ingewijden is daar echter absoluut geen tijd voor.

Van Rooijen moet als tijdelijke baas niet alleen orde op zaken stellen bij De Stergroep, hij is ook ingehuurd om de bank van een debâcle te redden dat het in feite zelf heeft geschapen. Want naar nu is gebleken stelde de NMB (die samen met Nationale Nederlanden en de Postbank inmiddels zijn gefuseerd tot de ING) reeds vier jaar geleden een interne kredietcommissie van de afdeling Bijzonder Beheer samen, die zich boog over de "bijzondere kredieten' aan De Stergroep. Deze commissie adviseerde negatief over voortzetting van de kredietverstrekking. De rentelasten waren in 1989 inmiddels tot zo'n grote hoogte gestegen, dat het bedrijf regelmatig liquiditeitsproblemen kreeg en zijn leveranciers niet kon betalen.

Met hulp van zijn goede contacten met de toenmalige NMB-topmannen W.E. Scherpenhuizen-Rom, voorzitter van de raad van bestuur, en E.G. van de Boor, verantwoordelijk voor het kredietbeleid van de bank, wist Ritman de bank desondanks te overtuigen van de noodzaak van nieuwe kredieten. Met name de antroposoof Scherpenhuijsen Rom kon het goed met Ritman vinden en had veel sympathie voor diens ideeën en hobbies. Saillant detail hierbij is dat er door de bank nooit een reservering is gemaakt voor de stroppenpot waarmee eventuele verliezen die de bank op De Ster zou lijden, worden op te vangen. Kennelijk vertrouwden Scherpenhuysen Rom en de zijnen Ritman blind.

Naast de waarschuwingen van de interne NBM-commissie is ook binnen De Stergroep herhaalde malen de zorg geuit dat de uitgaven voor kunst en boeken en de daaruit voortvloeiende, oplopende rentelasten het gezonde deel van De Stergroep - de produktie en verkoop van het serviesgoed - in gevaar brachten. Ook van de kant van de raad van advies van De Ster - waarin de afgelopen jaren onder meer zaten oud KLM-topman S. Orlandini, oud KPMG-bestuurder F. Grapperhaus, voormalig ABN-bestuursvoorzitter H. Langman - kwam geen enkel tegenwicht. De enige die trachtte het tij te keren was H. Kessler die in 1991 financieel directeur van De Ster werd. Maar Kesslers pogingen werden door Ritman niet op prijs gesteld. Hij kreeg een gouden handdruk en verdween.

Medio 1992 kregen topfunctionarissen van De Ster een eerste indicatie dat een ingreep van de banken op handen was. Bij de grootste crediteur ING was een wisseling van de wacht opgetreden. Oud-NMB'ers als Scherpenhuizen Rom en Van de Boor hadden plaats gemaakt voor nieuwe bestuursleden. De verzekeraars van Nationale Nederlanden, de fusiepartners van de NMB, namen de macht over. De "hardere' verzekeraars besloten de bedrijfsresultaten van De Stergroep nog eens aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Als resultaat liet de bank Ritman vorige zomer een overeenkomst tekenen waarin verdere uitgaven voor kunst en boeken werden verboden. Mede doordat Ritman deze overeenkomst naast zich neerlegde, liepen zijn schulden in datzelfde jaar echter nog op tot 525 miljoen gulden. Daarvan stond 410 miljoen gulden uit bij de ING Bank. De overige 115 miljoen was verdeeld over de ABN Amro, de Belgische Generale Bank, de Schweizerische Krediet Anstalt (SKA), de Bank Brussel Lambert (BBL) en Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), van wie Ritman eind 1992 zelfs nog een lening wist los te peuteren.

De zorgelijke en snel verslechterende financiële situatie bij De Stergroep zorgde ervoor dat eind 1992 een groep managers de koppen bij elkaar stak. Zij wilden proberen het gezonde deel van de onderneming, De Ster, te redden. De groep stelde een bedrijfsfinanciëel plan op waarmee De Ster binnen vijf jaar kon worden gesaneerd. Volgens het plan, dat onder meer voorzag in een overnamebod van 132 miljoen op de aandelen van De Ster Holding, zou er in 1994 al weer winst worden gemaakt door de onderneming. De ING toonde zich aanvankelijk zeer genteresseerd in de plannen van de groep managers. Maar tot een deal kwam het niet. Kort voordat de managers een antwoord van ING verwachtten, werden plotseling Van Rooijen en Hendriks door de bank aangesteld. Sindsdien is er tussen de managers en de ING geen vruchtbaar contact meer geweest. De bank liet weten dat in de toekomst Van Rooijen namens de bank de onderhandelingen over een eventuele management buy out zou voeren.

Toen de bank de onderhandelingen doorsluisde naar Van Rooijen bleek deze al snel genteresseerd in het rapport van de managers dat de interim-manager na lang zeuren ook in handen kreeg. Van Rooijens interesse was snel verklaard: het plan moest de blauwdruk worden van zijn succesvolle ingrijpen bij De Ster. Dat bleek ijdele hoop want de managers hadden het rapport inmiddels zelf al naar de ING gestuurd en daarmee Van Rooijen de wind uit de zeilen genomen.

Het doel van de bank - en daarmee van Van Rooijen - is De Ster eerst weer meer waard te maken om het bedrijf daarna voor veel geld te verkopen. Daardoor kunnen de verliezen, die de bank er nu in heeft zitten, worden weggewerkt. En passant zou de bank, stukje voor beetje, de kunst uit de collectie van Ritman kunnen verkopen om aan extra inkomsten te komen. Alles in een keer verkopen zou te weinig opleveren al is het zeer de vraag hoeveel de collectie van Ritman - als bekend is dat hij moet verkopen - uiteindelijk zal opleveren.

De waarde van de collecties werd bij een taxatie in opdracht van de bank begin dit jaar geschat op ongeveer 300 miljoen gulden. Bij een veiling of een executieverkoop zou de opbrengst naar schatting slechts 100 miljoen gulden opleveren. Bij het voorgestelde overnamebod calculeerde de groep managers in dat tevens de schuld van 250 miljoen gulden, die rustte op het commerciële deel van De Stergroep, van de banken zou worden overgenomen. ING zou bij aanname van het overnamebod derhalve zo'n 120 miljoen gulden verlies moeten wegschrijven. Kennelijk was de bank daar niet toe bereid, anders had zij Van Rooijen niet aangesteld. Ritman heeft op 6 april zijn aandelen in De Ster Holding aan ING overgedragen. De bank bracht ze vervolgens onder in stichting De Storm. De bank splitste begin april De Stergroep in een culturele poot (de holding Helios) en het winstmakende deel (De Ster Holding). Daarbij vond een herverdeling van de schulden plaats. 275 miljoen gulden is geboekt bij Helios, 250 miljoen gulden bij De Ster Holding.

Bij de overname waardeerde de bank de aandelen op 120 miljoen gulden. Dat Joost Ritman één van de drie bestuursleden van stichting De Storm is - de overige twee worden aangewezen door ING - en dat Ritman een call-optie heeft op zijn eigen aandelen die loopt tot 1 april 1994, heeft volgens het personeel van De Ster te maken met de goodwill die hij bij sommige leden van de raad van bestuur van ING nog altijd geniet.

    • Max Christern
    • Kitty Kilian