Commissie-Wiegel: aantal ambtenaren terug naar 15.000

DEN HAAG, 24 JUNI. De huidige departementen in Den Haag moeten worden verkleind tot zogeheten kerndepartementen. Van de 150.000 Haagse ambtenaren blijven er tussen de tien- en vijftienduizend over. Die houden zich bezig met de ontwikkeling van beleid en zijn niet meer in dienst van een specifiek departement, maar van een algemene bestuursdienst. De overgebleven ambtenaren blijven actief bij de verzelfstandigde diensten van de overheid.

Dit adviseert een commissie onder leiding van Commissaris van de Koningin in Friesland H. Wiegel aan de Tweede Kamer in een vanmiddag verschenen rapport. Tot zijn benoeming als staatssecretaris maakte de inmiddels weer ex-staatssecretaris prof. R. in 't Veld ook deel uit van de commissie. Ze is de zesde en laatste die adviseert over staatkundige vernieuwing.

Samenvoeging van departementen wijst de commissie-Wiegel af. Dat zou te tijdrovend en te kostbaar zijn en het resultaat ervan te onzeker.

CDA-fractievoorzitter Brinkman heeft in het verleden voor zo'n departementale herindeling gepleit. De commissie-Wiegel wijst op het magere rendement van samenvoegingen uit het verleden, zoals de opdeling van het ministerie van volksgezondheid en milieu begin jaren tachtig over de huidige ministeries van VROM en WVC.

De beoogde samenhang in de rijksdienst kan beter worden bereikt door instelling van kerndepartementen en een algemene bestuurdienst, aldus de commissie. Het rouleren van ambtenaren tussen de departementen kan de samenhang van het beleid vergroten en zorgen voor een omslag in de ambtelijke werkwijze. Tevens kan de instelling van project-ministers in het kabinet die met een eigen budget algemene doelstellingen moeten uitvoeren, tot snellere resultaten leiden.

Bovendien sluit het pleidooi voor kerndepartementen aan op het lopend proces van decentralisatie. Daarbij zijn of worden steeds meer uitvoerende diensten verzelfstandigd zoals de studiefinanciering en het gevangeniswezen.

De rijksdienst wordt dan ook niet zozeer verkleind maar anders georganiseerd, aldus de commissie. “De vorming van kerndepartementen is niet bedoeld om te bezuinigen”, aldus het rapport. In een bijlage is per ministerie een profiel van het toekomstig kerndepartement gemaakt.

Pag.2: Buitenlandse Zaken kan veel kleiner

Zo zou Buitenlandse Zaken kunnen inkrimpen van bijna 3.700 ambtenaren naar bijna 1.100 door de diensten voor onder meer beveiliging, documentatie, vertalingen en telecommunicatie te verzelfstandigen.

De voorgestelde kerndepartementen functioneren al in diverse andere landen zoals Groot-Brittannië en de Scandinavische landen, al vindt in Denemarken weer een zekere centralisering plaats. Dat blijkt uit een vergelijkende achtergrondstudie die In "t Veld en een medewerker van de Erasmus Universiteit voor de commissie-Wiegel hebben opgesteld. Daarin worden de aanbevelingen van de commissie enigszins genuanceerd. Zo stelt de commissie dat door het instellen van kleine kerndepartementen “bestuurskracht, flexibiliteit en bestuurbaarheid van de rijksdienst toenemen”.

In "t Veld en Van Twist schrijven echter de bestuurskracht van de centrale departementen op het eerste oog juist afneemt omdat het kerndepartement bevoegdheden moet afstaan aan zelfstandige diensten. Dat kan worden voorkomen als tussen die diensten en het kerndepartement heldere afspraken worden gemaakt. Voor toezicht daarop kan weer een aparte organisatie nodig zijn.

Een ander probleem is dat van de ministeriële verantwoordelijkheid. De commissie-Wiegel stelt voor die verantwoordelijkheid te beperken tot de kerndepartementen. De praktijk heeft immers geleerd dat de minister nauwelijks nog effectief kan worden aangesproken op fouten in de uitvoering van beleid. In de achtergrondstudie wordt echter getoond dat verzelfstandiging ertoe kan leiden dat burgers die het slachtoffer van foute beschikkingen worden, niet meer weten waar ze met hun klachten moeten aankloppen. Een goed gedefinieerd klachtrecht zoals in Groot-Brittannië bestaat, kan dat voorkomen.

De commissie sluit met haar pleidooi voor kerndepartementen aan bij reeds liggende adviezen zoals dat van de hoogste ambtenaren, het college van secretarissen-generaal, en de commissie-Scheltema. Die stelden ook al voor om uitvoering en ontwikkeling van beleid van elkaar te scheiden.