Buthelezi en Mandela sluiten een "nieuwe relatie'; Glimpje verzoening op zwarte top

JOHANNESBURG, 24 JUNI. Ze noemden elkaar “mijn broeder”. Met enige aandrang van aartsbisschop Tutu kon er een glimlach af. Nelson Mandela en Chief Mangosuthu Buthelezi toonden een glimp van verzoening, maar van nieuwe aanhankelijkheid was gisteren weinig te merken. De "topontmoeting' van de leiders van het Afrikaans Nationaal Congres en Inkatha was niet de grote doorbraak geworden naar een democratisch Zuid-Afrika, waar velen in Pretoria, Soweto en de Vallei van Duizend Heuvels in Natal op hadden gehoopt.

De bijeenkomst in een kerkelijk conferentiecentrum ten oosten van Johannesburg verliep vrij vlekkeloos, zolang het geweld tussen de twee organisaties aan de orde was. Met een geschiedenis van meer dan tienduizend doden in acht jaar beloofden Mandela en Buthelezi de boodschap van tolerantie uit te dragen naar hun aanhangers. Ze werden het eens over een aantal al eens eerder afgesproken maar mislukte maatregelen om het geweld te beteugelen.

Het gesprek haperde bij het agendapunt "echte politiek'. Urenlang probeerde de ANC-delegatie achter gesloten deuren Inkatha over te halen om in te stemmen met de datum voor de eerste algemene verkiezingen in Zuid-Afrika, 27 april 1994. Dat zou een klinkend resultaat zijn: een stroomversnelling in de meer-partijenonderhandelingen over democratie, een boodschap van vooruitgang voor Mandela om mee te nemen naar zijn ontmoeting met president Clinton begin juli in Washington en het sein voor afbraak van de laatste economische sancties tegen Zuid-Afrika.

Buthelezi zei nee, zoals hij al maanden doet. Voordat hij vastgebeitelde constitutionele garanties heeft over een federale staat, met grote regeerbevoegdheden in zijn gebied KwaZulu-Natal, doet de Inkatha-leider niet mee aan wat hij noemde “de hysterie over een verkiezingsdatum”. Het onderhandelingsforum besloot daarop gisteravond laat de cruciale bijeenkomst van aanstaande vrijdag, waar de 26 partijen een besluit moesten nemen over de verkiezingsdatum en een overgangsregering van blank en zwart, een week uit te stellen.

Zo bleef alleen de symboliek over van een soort hereniging. De leiders van de twee grootste zwarte partijen hadden elkaar dertig maanden niet rechtstreeks gesproken. Ze waren verwikkeld geraakt in een propagandastrijd, waarin ze elkaar van veel slechts betichtten, terwijl het moorden onder hun aanhangers onverminderd doorging. De verhouding verslechterde doordat de regering-De Klerk de Inkatha-leider als bondgenoot liet vallen en zaken ging doen met de regeerders van straks, het ANC.

De ontmoeting zelf werd na afloop gepresenteerd als belangrijker dan het resultaat. Het was “een grote prestatie”, verklaarde bisschop Tutu, die de twee bij elkaar had gebracht. Mandela sprak van “een geest van kameraadschap en wederzijds respect”, volgens Buthelezi had men “zeer openhartig, maar in liefde” gesproken.

De beide leiders hadden in hun openingstoespraken opgeroepen het verleden te begraven. Buthelezi deed dat niet helemaal. Hij liet blijken diep gekwetst te zijn door uitspraken van Mandela (vorig jaar juli in New York gedaan tijdens een zitting van de Veiligheidsraad van de VN over Zuid-Afrika), dat Buthelezi's handen dropen van het bloed van zwarte mensen en dat Inkatha een “surrogaat-organisatie van de regering” was. Hij riep Mandela op “voor eens en altijd de legitimiteit van Inkatha” te erkennen en op te houden met “oneerlijke aanvallen op mijn persoonlijke integriteit”.

Mandela gaf toe dat van beide kanten fouten zijn gemaakt en meende dat de leiders moeten uitstijgen boven “het tumult van de dagelijkse gebeurtenissen” en moeten bouwen aan een democratische cultuur. “Ik wil dat we zowel in eigen land als internationaal een nieuw beeld van onze relatie uitdragen.”

De twee leiders spraken af dat zij samen bijeenkomsten zullen houden in gebieden die door het geweld zijn geplaagd. Het dragen van gevaarlijke wapens tijdens demonstraties wordt tegengegaan, al gaf Mandela toe dat de invoering hiervan moeilijk zal zijn. Buthelezi maakte later opnieuw een uitzondering voor “culturele wapens” van de Zoeloes. De partijen zullen “opzettelijke provocatie, schade of verwondingen” proberen te voorkomen en de communicatie verbeteren.

Op korte termijn willen zij ook een bijeenkomst houden met de ondertekenaars van het Nationaal Vredesakkoord. Wat hun gewapende formaties betreft - het ANC-legertje Umkhontho we Siszwe en de politie van het door Buthelezi geregeerde KwaZulu - zullen de partijen “constructieve voorstellen” doen om deze onder meer-partijencontrole te brengen.

De vrede zal hierdoor niet uitbreken in Zuid-Afrika. De verhoudingen tussen volgelingen van ANC en Inkatha in de townships van Natal en Transvaal zijn diep verstoord. Tijdens zuiveringscampagnes zijn op veel plaatsen no go-areas ontstaan, een ANC'er hoeft zich niet in Inkatha-gebied te begeven, en omgekeerd. De meeste inwoners van townships in Natal hebben wel een familielid, vriend of bekende verloren in "politiek geweld'. De haat die daar is gegroeid, lossen Mandela en Buthelezi niet op door elkaar de hand te schudden. Terwijl de leiders in conclaaf waren, hield het ANC gisteren even verderop in het zwarte woonoord Thokoza een demonstratie. Op een bord stond: Kill Inkatha.