Brasem dankt succes in troebel water aan instelbare kieuwzeef

In troebele, overbemeste binnenwateren is de brasem de laatste jaren de dominante vissoort geworden. Dit succes heeft de vis waarschijnlijk voor een belangrijk deel te danken aan zijn unieke kieuwzeef. De kieuwzeef is dankzij speciale spiertjes in te stelIen op verschillende maaswijdten. Daardoor kan de brasem, anders dan blankvoorn en kolblei, efficiënt gebruik maken van zowel muggelarven als zoöplankton, de belangrijkste voedselbronnen in water met algenbloei.

Het voedselpatroon van de brasem (Abramis brama) leidt ertoe dat het zoöplankton - dat zijn de kleine waterdiertjes die op hun beurt microscopisch kleine algen begrazen - op grote schaal wordt weggevangen. Daardoor krijgt de algenbloei meer kans en blijft het water troebel. Zo schept de brasem zijn eigen ideale milieu.

De werking van de kieuwzeef van de brasem werd onderzocht door bioloog Coen van den Berg, die op donderdag 17 juni in Wageningen promoveert. Eerder onderzoek had al aanwijzingen gegeven dat deze vis bijzonder handig is in het vangen van zoöplankton. Planktondeeltjes worden vastgehouden in de kanaaltjes op de kieuwbogen, waarbij de maaswijdte van de kieuwzeef kan worden verkleind door de kieuwdoorns in deze kanaaltjes te draaien.

Van den Berg laat zien dat de brasem over extra brede kanaaltjes beschikt en over extra lange, puntige kieuwdoorns. Bij de kolblei en de blankvoorn ontbreken de spiertjes die de kieuwdoorns van stand kunnen laten veranderen. Zij kunnen hun kieuwzeef dus niet veranderen zoals de brasem dat doet en daarom kunnen ze in troebel water minder efficiënt fourageren.

De promovendus maakte ondermeer gebruik van driedimensionale analyses van röntgenfilms van etende brasems om de werking van de kiefzeef te bestuderen. Hij concludeert dat de efficiënte kieuwzeef van de brasem diens overheersende rol in eutrofe meren voor een belangrijk deel kan verklaren.