Beschermingsconstructie maakt positie bestuurder ook onaantastbaar

Het op 15 juni gehouden symposium getiteld "Naar nieuwe verhoudingen in de structuurvennootschap' heeft de discussie over het structuurregime en de vrijwel onaantastbare positie van de Raad van Commissarissen, een nieuwe impuls gegeven.

De kritiek is vooral gericht op het ontbreken van sancties op het slecht functioneren van de commissarissen omdat de raad van commissarissen zijn eigen leden kiest. Weliswaar hebben aandeelhouders en werknemers formeel benvloedingsmogelijkheden bij commissarisbenoemingen via het aanbevelingsrecht en het bezwaarrecht, maar in de praktijk zijn deze krachteloos. Het eerste recht is vrijblijvend, het tweede is door de beperkte bezwaargronden zelden bruikbaar.

De kritiek op het systeem komt van vele kanten. Van werknemers omdat zij de commissarisbenoemingen feitelijk niet kunnen benvloeden, van de politiek omdat een goede controle op ondernemingsbesturen in 's lands belang is en - last but not least - van aandeelhouders. Juist voor de aandeelhouders zijn de vruchten van dit systeem het zuurst. Zij steken risicodragend geld in een onderneming om daarmee een hoger rendement te halen dan op staatsobligaties, maar kunnen als de directie niet presteert én de Raad van Commissarissen niet ingrijpt, niets doen om daarin verandering te brengen.

De situatie bij Nedlloyd waar topman Rootliep, ondanks jarenlang onvoldoende rendement tot zijn pensionering mocht aanblijven is hiervan een schrijnend voorbeeld. De huidige bestuurders en commissarissen lijken de grootste voorstanders van het huidige systeem, en dat is geen wonder, want aan hun machtspositie dreigt te worden getornd. Zij stellen zich op het standpunt dat commissarissen, bij gefundeerde kritiek, zelf meestal hun biezen pakken.

Hoe anders is de werkelijkheid. Onder toeziend oog van president-commissaris Kraayeveld van Hemert konden Fiorini en Paretti beleggers in de Nederlandse beursfondsen Bobel en Chamotte ruim ƒ 300 miljoen afhandig maken. Toch vond men hem de juiste man om commissaris te worden bij Smit Internationale. Of Fons van der Stee, die als president-commissaris bij Credit Lyonnais Bank Nederland niet op de hoogte was van de miljardenleningen aan datzelfde Italiaanse zakenduo. De gevolgen waren rampzalig maar dat was kennelijk niet voldoende om hem ongeschikt te maken voor een commissariaat bij BolsWessanen.

Slechte commissarissen stappen niet op en bovendien is het presteren van commissarissen, als gevolg van het gesloten systeem, nauwelijks te beoordelen. Het afleggen van verantwoording door commissarissen aan aandeelhouders houdt momenteel niet meer in dan het beantwoorden van vragen. Het structuurregime heeft geleid tot een machtsconcentratie zonder controle en dat is een zieke situatie. De constateringen dat een sanctiemogelijkheid ontbreekt en dat het evenwicht tussen aandeelhouders en bestuurders is verstoord gaan daarbij hand in hand. De aangedragen oplossingen (o.a. van Erasmus-hoogleraar Ophof) die benoemingsrechten terugbrengen bij de aandeelhoudersvergadering zijn logisch, terecht, maar niet voldoende. Via de beschermingsconstructies hebben bestuurders namelijk een belangrijk deel van de zeggenschap van de aandeelhoudersvergadering afgenomen en aan zichzelf toebedeeld.

Een voorbeeld hiervan is de certificering. Dit houdt in dat de aandelen in handen zijn van het Administratiekantoor, dat daarop het stemrecht uitoefent en daarvoor aan beleggers certificaten uitgeeft. Deze hebben wel recht op dividend en andere uitkeringen maar dus geen stemrecht. Het bestuur van die Administratiekantoren, dat in de meeste gevallen bestaat uit de voorzitters van de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen en drie door de vennootschap zelf gevraagde personen, steunt het bestuur blindelings. Bij Bols waren certificaathouders tegen de benoeming van Van der Stee, maar het administratiekantoor stemde voor. Zo worden aandeelhoudersrechten bij commissarisbenoemingen indirect door die commissarissen uitgeoefend.

Eenzelfde mogelijkheid bieden de preferente aandelen. Ook die kunnen worden gebruikt in situaties waarbij van overnamedreiging geen sprake is. Middelen die oorspronkelijk waren bedoeld om vijandige overnames tegen te houden worden aldus gebruikt (lees: misbruikt) om de zeggenschap aan aandeelhouders in de niet-overname situatie te ontnemen. Vandaar dat de discussie over het gebrek aan controle op bestuurders en commissarissen niet beperkt moet blijven tot het structuurregime alleen. Tevens zal ervoor moeten worden gezorgd dat de zeggenschapspositie van aandeelhouders in het algemeen wordt versterkt. De suggestie van Bolkestein om een commissie in te stellen ter herziening van het vennootschapsrecht verdient daarom alle steun.

    • P.P.F. de Vries