Alleen door verkiezingen kan de PvdA zich verheffen boven het politiek gesjoemel; Vervroegde verkiezingen remedie voor geloofwaardigheid van PvdA

De PvdA heeft haar geloofwaardigheid als regeringspartij verloren. Alleen vervroegde verkiezingen kunnen de partij uit haar impasse halen, stellen Wouter Gortzak en Han Noten. Wim Derksen publiceert op deze pagina een manifest voor een vernieuwde sociaal-democratische partij.

De crisis van de sociaal-democratie weerspiegelt zich in het ledenverloop. Bij tienduizenden hebben PvdA'ers de partij verlaten. In de opiniepeilingen bevindt de PvdA zich op een stabiel laag niveau, met afwijkingen naar beneden. En het Haagse sociaal-democratische personeelsbeleid is op z'n zachtst gezegd dubieus, nu twee staatssecretarissen op een weinig elegante wijze terzijde zijn geschoven.

Door deze ontwikkelingen heeft de PvdA haar geloofwaardigheid als regeringspartij verloren en PvdA-bewindslieden en -Kamerleden bevinden zich in een impasse waaruit ze slechts door nieuwe verkiezingen kunnen worden bevrijd. De parlementaire positie - en de eventueel daaruit voortvloeiende regeermacht - moet via de stembus opnieuw worden gelegitimeerd.

De PvdA-leiding lijkt deze zienswijze vooralsnog niet te delen. Hoopt ze op een herhaling van het mirakel van 1977? In de herfst van 1976 was de PvdA-score bij opiniepeilingen belabberd, maar in het voorjaar van 1977 boekte Den Uyl tien zetels winst. Nu ontbreken echter de factoren die de toenmalige omslag mogelijk maakten. Den Uyl was in de nazomer van 1976 premier en in zijn partij was lauwheid troef. Om dat te doorbreken ontketende "de Steenwijkgroep', nazaten van Nieuw Links, een op zichzelf dwaze maar offensief bedoelde interne ruzie. Inderdaad werd het partijleven dynamischer door het conflict tussen Den Haag en het PvdA-bestuur over de "meerderheidsstrategie'.

Ongeveer terzelfdertijd ontwikkelde Den Uyl zich, door zijn ingetogen behandeling van de Lockheed-affaire, tot een èchte staatsman. De conference van Wim Kan op oudejaarsavond van 1976 droeg ook bij aan de sociaaldemocratische wederopstanding. Kans briljante Den Uyl-imitatie verhoogde de groeiende populareit van de premier. Door het kabinet-Den Uyl ten val te brengen leverde ook Van Agt zijn aandeel. Bij velen groeide de overtuiging dat "het rode kabinet met de witte rand' toch zo mistroostig niet was. En dan was er Marcel van Dams schaduw-verkiezingscampagne rondom minister van financiën Duisenberg, waarmee de PvdA aarzelende middenkiezers voor zich won. De beheerste kabinetsreactie op de Molukse terreuracties deed de rest. "Den Uyl, wie anders?' was een PvdA-verkiezingsleus. Velen bleken die te onderschrijven.

Een een herhaling van het wonder van 1977 is ondenkbaar. De PvdA is te slecht eraan toe om weer een interne ruzie te riskeren. In het huidige kabinet levert de PvdA de vice-premier, niet de regeringsleider. Een nieuwe Lockheed-affaire is er niet, Wim Kan is overleden en aan Kok ontlenen Joep van 't Hek of Freek de Jonge geen inspiratie. De PvdA moet rekenen op een verkiezingsnederlaag en de hoop dat deze kan worden voorkomen door komend kabinetsbeleid is ijdel. Er is geen geld voor "leuke dingen voor linkse mensen'. Als de PvdA toch meer wil spenderen, of minder wil bezuinigen, moeten CDA en minister Kok daar een stokje voor steken. De vice-premier kan zijn reputatie als voortreffelijk minister van financiën niet op het spel zetten en zal staan op concreet beleid ter uitvoering van bezuinigingen. Veel PvdA-stemmers zullen hieronder lijden en van toekomstig kabinetsbeleid kan geen omslag in kiezersvoorkeuren worden verwacht. De PvdA-bewering, dat het zonder de sociaal-democraten in de regering "voor de armen nog slechter gaat' is misschien waar, maar helpt niemand over de streep.

Het is voor de PvdA onprettig dat het kabinet niets vrolijks te melden heeft, maar erger is dat de teloorgang van haar geloofwaardigheid de Tweede Kamerfractie geen ruimte laat. Een fractie die zich gedraagt als dwarsligger komt in conflict met de eigen bewindslieden en dan is men verder van huis. Maar als de PvdA-ministersploeg de fractie zou volgen haalt men zich het verwijt op de hals "voor een verkiezingsstunt een kabinetscrisis te riskeren'.

Zich volgzaam opstellen is ook moeilijk, want dan krijgt de fractie te horen "de confrontatie met het CDA niet aan te durven'. Als de geloofwaardigheid verloren is verdwijnt de inhoud van het beleid achter de horizon en vermoedt men achter elke politieke daad laag-bij-de-grondse politieke motieven. Dat is onrechtvaardig voor PvdA-politici die oprecht geloven in hun beleidsvoorstellen en standpunten, maar ze moeten ermee leven. De beeldvorming ontstijgt het beleid in een proces dat vóór mei 1994 niet meer te beheersen valt.

Om haar geloofwaardigheid op korte termijn te herwinnen resteert de PvdA één optie: het streven naar vervroegde verkiezingen, waarin ook het gevoerde kabinetsbeleid de inzet is. Dan verheft de PvdA zich boven het niveau waarop haar politiek gesjoemel kan worden verweten. Er staan verschillende wegen open. Een crisis afdwingen over het kabinetsbeleid lijkt het eenvoudigst, maar zo'n geforceerde crisis kan leiden tot een conflict tussen PvdA-fractie en bewindslieden en zich voltrekken in de kwalijke geur van politiek opportunisme.

Wenselijker is dat de PvdA-fractie de regering ertoe beweegt als geheel om een nieuwe legitimatie te vragen. Het kabinet, dat intussen aanblijft, kan daartoe de Kamer ontbinden en aanblijven tot na de verkiezingen. Deze weg verdient de voorkeur, maar is moeilijk, want het is de vraag of het CDA de PvdA in dit opzicht terwille is. Lubbers wil de vier jaar volmaken en voor Brinkman is er weinig bij te winnen. Wel biedt het de premier de kans de eenheid van kabinetsbeleid te onderstrepen, solidariteit te betuigen met zijn getormenteerde "vice' èn een onbaatzuchtige bijdrage te leveren aan de geloofwaardigheid van de politiek. Of deze weg staatsrechtelijk begaanbaar is weten we, eerlijk gezegd, niet zeker. Maar het is wèl eerder vertoond; in de negentiende eeuw bij de "Luxemburgse kwestie'.

Als deze optie geblokkeerd wordt, dan rest de mogelijkheid dat de PvdA-bewindslieden hun zetels ter beschikking stellen, niet wegens beleidsconflicten met het CDA maar voor het herstel van de politieke geloofwaardigheid. De PvdA moet dan het kabinetsbeleid inzet van de verkiezingen maken en Kok, als verpersoonlijking daarvan, aanwijzen als lijsttrekker. Die verkiezingen bieden de PvdA de kans programmatisch te kiezen, zodat toekomstig beleid geen ad-hoc reactie is op tegenvallers maar een heldere visie is op te verwachten ontwikkelingen. In het nieuwe PvdA-programma, dat het teloorgegane evenwicht tussen rechten en plichten van burgers herstelt, moeten de maatschappelijke problemen worden onderkend en keuzen worden gemaakt, om in de toekomst een samenhangende politiek mogelijk te maken.

De ontwikkeling van zo'n samenhangende politiek kost meer tijd dan waarover samenstellers van het verkiezingsprogramma beschikken. Maar men hoeft niet van een nulpunt af te beginnen want de PvdA heeft al eerder belangrijke maatschappelijke dilemma's in kaart gebracht. Die dilemma's vervangen door keuzes vraagt geen tijd, maar moed. De uitwerking van die keuzen kan aan de toekomst worden gedelegeerd. Dan rest de kandidaatstelling, die zich onder een beter gesternte kan voltrekken dan voorheen. De nieuwe partijstatuten immers bieden de PvdA-leiding de ruimte mensen te zoeken die bij de keuzen passen.

De PvdA bewijst zichzelf èn het land een dienst als ze voor vervroegde verkiezingen kiest. Zij bevrijdt zich dan uit haar impasse, herstelt de geloofwaardigheid van de politiek en biedt ruimte voor nieuwe visies en politici.