Weer Algerijnse intellectueel doelwit van moordaanslag

ALGIERS, 23 JUNI. Een bekende Algerijnse socioloog, M'hammed Boukhobza, is gisteren in zijn woning in Algiers doodgestoken. Hij is de zesde Algerijnse intellectueel die sinds maart de dood vond bij aan moslim-extremisten toegeschreven aanslagen.

Volgens de autoriteiten hadden de daders Boukhobza's twee kinderen vastgebonden en hem vervolgens onder hun ogen de keel afgesneden. Zijn vrouw, hoofd van een lagere school, was al naar haar werk vertrokken.

Boukhobza, auteur van een boek over de opstand van Algerijnse jongeren in oktober 1988, was net benoemd als directeur van het Nationale Instituut voor Strategische Studies, een officiële denk-tank. Hij was de opvolger van de vroegere minister van hoger onderwijs Djillali Lyabes, die in maart om het leven kwam bij een aan moslim-extremisten toegeschreven aanslag. Boukhobza was tevens lid van de Nationale Consultatieve Raad, een lichaam dat werd ingesteld ter vervanging van het parlement na de annulering van de parlementsverkiezingen van december 1991.

Na die interventie van de autoriteiten om een verkiezingsoverwinning van het fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS) te verijdelen, begon een oorlog tussen de veiligheidsdiensten en gewapende moslim-groepen, die inmiddels aan meer dan 800 mensen het leven heeft gekost. Aanvankelijk vormden met name politie en leger een doelwit van extremistische groepen. Maar de afgelopen maanden hebben zij hun doelen uitgebreid tot prominente intellectuelen, voorvechters van een seculier systeem en mensen met officiële banden.

Zo werd een week geleden de internationaal bekende psychiater Mahfoudh Boucebsi vermoord, een liberaal die zich uitsprak tegen heersende taboes. Een ander slachtoffer was de journalist en schrijver Tahar Djaout, die minder dan een maand geleden werd doodgeschoten.

De aanslag op Boucebsi werd indirect opgeëist door een functionaris van het (officieel ontbonden) FIS, Anwar Haddam, die verklaarde dat “het niet om moord ging, maar om een door de islamitische verzetsstrijders uitgevoerd vonnis”. De moord op Djaout werd in Londen opgeëist door een clandestien fundamentalistisch blad genaamd Tabsira (Het Ontwaken). (AP, AFP)