"Vrouwen van de wereld' op opening World Roots Festival schalks en waardig; Corsicaanse hoogten en Turks zand

Concert: Opening World Roots Festival met de a capella groep Donnisulana uit Corsica, zangeres Yulduz Usmanova uit Oezbekistan en het Finse vocale kwartet Värttinä. Gehoord: 22/6 Melkweg Amsterdam. Het Festival wordt vanavond vervolgd met Dimi Mint Abba uit Mauretanië, Soon E MC uit Parijs en Lapiri de Mbanga uit Cameroun.

'Women of the World' heette de eerste avond van het World Roots Festival 93 gisteren in de Melkweg. Een erg leuke opening die vooral onderstreepte dat vrouwen als "soort' eigenlijk net mensen zijn. Het optreden van de Corsicaanse groep Donnisulana was waardig en krachtig, dat van de Oezbeekse zangeres Yuldusz Usmanova schalks en ritmisch, dat van het Finse Värttinä in de eerste plaats "tof'.

A capella zang, het is een linke opening voor een Melkwegfestival maar de vijf in het zwart geklede vrouwen van Donnisulana sloegen het publiek snel in de boeien. De stukken klinken meestal traag en tragisch, de stemmen lijken niet erg geschoold, het laag is sterk oververtegenwoordigd. Het resultaat is muziek die past bij een stenig eiland, ruig, eenzaam en vol van noodlot. Een woeste hoogte op zijn Corsicaans, besloten met een bescheiden "Buona sera, tutti'.

De Oezbeekse zangeres Yulduz Usmanova schijnt regelmatig hele voetbalstadions plat te zingen en dat is nauwelijks verbazend. Haar liedjes klinken als Turkse popmuziek, haar band is een mengsel van oost en west en haar stem heeft iets van Anneke Grönloh. Die van Brandend Zand dus, maar dan wel net door de brandweer geblust. Echt flink haar keel opzetten doet ze maar zelden. Wat onze Anneke nooit deed, ineens uit een deel van de kleren gaan, doet Yulduz wel. Vier liedjes lang gekleed in een mantelachtige, bordeaux-kleurige robe met dito hoofddop, springt zij plotsklaps het podium op met slechts haar innigste geheimen daaronder, bestaande uit luchtige kledij en een portie "gezond en functioneel bloot' dat slechts onderstreept waar muziek over gaat. Haar navel roteert op de ritmische accenten, haar heupen geven swingend tegenwicht. Zo klein als ze is, weet ze donders goed hoe de wereld rond draait: dat mannen altijd in de roodste appel willen bijten terwijl juist daar de wormen in huizen. Bedenk je goed voor je een echtgenoot neemt, is haar advies. Haar raad komt niet zomaar, ze versleet er al twee.

De meiden van het Finse kwartet Värttinä zijn minder doortrapt. Wie "Jo met de Banjo en Lien met de Mandolien' van Jasperina de Jong kent en zich daar vier typen bij voor kan stellen, krijgt een goed idee van waar zij voor staan. "Maak je geen zorgen, stop geen stenen in je knapzak' luidt vertaald te tekst van Leppiäinen. De meiden van Värttinä wandelen met lust, zijn daarop gekleed, en lachen zich een hoedje om "rare jongens'. Die van Amsterdam bijvoorbeeld, zoals gisteravond.