"Verguizing van de staat doorgeschoten'

ROTTERDAM, 23 JUNI. De verguizing van de staat, waarvoor ex-staatssecretaris prof.dr. R.J. in 't Veld al in 1989 waarschuwde, is verder voortgeschreden dan op grond van de rede alleen te billijken valt. Als de de publieke dienst beter zou functioneren, is er veel voor te zeggen om de verzorgingsstaat minder “af te breken” dan velen nu voor ogen staat. Dit stelde prof. D.J. Wolfson vanmiddag in zijn oratie op de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Wolfson, voorzitter van een PvdA-commissie die anderhalf jaar geleden een rapport schreef over de toekomst van de verzorgingsstaat dat door de economische ontwikkelingen al snel achterhaald bleek, wordt opnieuw hoogleraar economie, maar nu aan de sociale faculteit. Hij bekleedde die functie eerder van 1986 tot 1990. De Rotterdamse econoom is, onder meer, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Als voorbeeld van de verguizing van de staat noemde Wolfson het brede verzet tegen energieheffingen en andere vormen van mobiliteits- en energiebeleid. Ook is er volgens hem een duidelijke maar miskende behoefte aan macro-economische coördinatie. Hij sprak in dit verband van een “agnostische miskenning van efficiency- en effectiviteitscriteria”. Overigens toonde Wolfson zich over diezelfde macro-economie uiterst kritisch: de macro-economie zou tot dusver meer kunst dan wetenschap zijn, namelijk de kunst van het verhalen vertellen. Zelfs het onderscheiden van "kletskoek' en "literatuur' is daarbij volgens Wolfson geen eenvoudige opgave.

De maatschappij heeft volgens Wolfson nu meer behoefte aan "verkeersregels' dan in de tijd van Adam Smith, de econoom van de vrije markt. De schaal waarop we opereren is groter, we overschrijden traditionele jurisdicties, onze handel en wandel roept meer en meer externe effecten op. Dus neemt het beroep op overheidsinterventies toe.

Maar welke vorm van interventie? Aanvankelijk, stelt Wolfson, trad de overheid corrigerend op met regels en voorschriften, of ging zèlf presteren (waterkeringen, onderwijs). Maar de nadelen van de traditionele bureaucratische bestuurscultuur werden steeds duidelijker. De oplossing is volgens Wolfson de omvorming van de verzorgingsstaat in een "transactiestaat' met een overheid die meer “marktconform” is.

Wolfson noemde het voorbeeld van de WAO. Een particuliere verzekering is mogelijk, maar een collectieve verzekering is goedkoper en voorkomt risicoselectie. Wolfson: “Wie de WAO niet verplicht wil stellen heeft dus nogal wat uit te leggen.” Maar dan moeten de uitvoeringsorganen wèl worden “afgerekend” op de mate waarin ze erin slagen mensen uit de WAO te houden. Het moet afgelopen zijn met de “struikroof van sociale partners op bijstandsmoeder en AOW-gerechtigden die steeds verder worden ontkoppeld omdat de helft van de werkloze werknemers in de WAO uit de wind gehouden wordt.”