Spike Lee's flamboyante maar kritiekloze portret van een zwarte heilige; De bekeerling haalt het niet bij de gangster

Malcolm X. Regie: Spike Lee. Met: Denzel Washington, Angela Bassett, Al Feeman jr., Albert Hall, Spike Lee. In Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen, Nijmegen, Utrecht, Wageningen.

In het staartje van de slottitels bij de film Malcolm X zijn tien namen te lezen die doorgaans juist bovenaan zulke lijsten worden vermeld. Voor onder anderen Bill Cosby, Oprah Winfrey, Prince, Janet Jackson en de basketballer Magic Johnson wordt Allah gedankt, laten de credits weten en vervolgens zeggen ze Jezus Christus dank voor Aretha Franklin.

De tien zijn de Afro-Amerikaanse celebrities die filmer Spike Lee financiëel te hulp schoten toen zijn film door geldgebrek niet afgemaakt dreigde te kunnen worden. Hun spontane vrijgevigheid in ruil voor zo'n in hun positie onvoorstelbaar bescheiden credit geeft meteen aan dat zij van de film Malcolm X hetzelfde verwacht moeten hebben als Spike Lee. Dit moest dè relevante film voor en over de zwarte gemeenschap worden, gemaakt door een zwarte filmer die consequent en met succes uitdrukkelijk zwarte films heeft gemaakt, van She's Gotta Have It tot Do the Right Thing en Jungle Fever.

Dè filmische evocatie van een belangwekkende periode in de nabije geschiedenis van zwart Amerika, moest dit zijn, dè biografie van dè zwarte leider. En of dat allemaal nog niet genoeg was pretendeert Malcolm X ook nog eens de hedendaagse stand van zaken samen te vatten: de film wordt ingeleid met de inmiddels bekende videotape van de mishandeling van Rodney King en besloten met een gastrolletje van Nelson Mandela zelf die beaat glimlachend een klasje jonge kinderen onderwijst over de aartsvader van dertig jaar geleden die Malcolm X heette.

Nog voor Spike Lee een meter film had gedraaid werd hij van alle kanten bestookt met woeste aantijgingen - het meest door de fanate vleugels van de zwarte beweging, maar ook door gematigden. Wat hij ook zou doen, goed zou het nooit zijn: Malcolm X bleek te zijn gepromoveerd tot een heilige in wie iedereen zijn persoonlijke overtuiging heeft gehuisvest; tot een godgelijke Leider wiens levensloop en gedachtengoed als gevolg van veelvuldig en uiteenlopend gebruik zo verwassen raakten, dat ze per definitie te weinig nuance en raffinement overhielden voor een speelfilm. Lee maakte tegen die klippen op zijn film en dat is een prestatie die niet luid genoeg geprezen kan worden. Evenzeer springt in het oog dat die film schipbreuk heeft geleden door de variëteit aan veel te hooggespannen verwachtingen, niet in de laatste plaats die van Lee zelf.

Het grootste probleem is dat Lee - uit eerbied? onder druk van alle geschreeuw? - er van afzag een standpunt in te nemen ten opzichte van zijn onderwerp. Alle fasen van het leven van Malcolm X, geboren Little, worden noest, vlijtig en hagiografisch afgewerkt: zijn criminele jeugdjaren, zijn bekering tot de islam, zijn ontwikkeling tot demagoog en voorman van de religieus-militante zwarte beweging Nation of Islam, zijn afvalligheid daarvan, zijn bedevaart naar Mekka en zijn gewelddadige dood op 21 februari 1965, als gevolg van, zo veronderstelt Lee, een samenwerkingsverband tussen FBI, CIA en diezelfde Nation of Islam. Om X' ontwikkeling aannemelijk te maken, werden telkens simpele anecdotetjes ingevoegd. Dat Malcolm Little, een kleine dief, souteneur en verklaard aanhanger van het oppervlakkige snelle leven van drugs, (blanke) vrouwen en grote auto's, in de gevangenis een fanatiek aanhanger werd van de politiek-religieuze sekte Nation of Islam, wordt bijvoorbeeld "verklaard' doordat een medegevangene hem laat zien hoe onbeschaamd negatief het woordenboek het woord "zwart' definiëert.

Van beschouwing is bij dit alles nauwelijks sprake, een visie wordt helemaal achterwege gelaten. Malcolm X leert zijn publiek in de eerste plaats hoe het geacht worden tegen de man aan te kijken - volslagen kritiekloos. Alles wat controversiëel zou kunnen zijn, dekt Lee af. Zijn film put zich uit in algemene, dat wil zeggen hoogst onpersoonlijke, idolatrie en onthult niets over Lee's eigen gedachten over Malcolm X en diens spirituele voorbeeld, de Nation of Islam-goeroe Elijah Muhammad. Durfde hij dat niet of is op dit moment in de geschiedenis van de zwarte protestbewegingen een met eigen nuances ingevulde kunstenaarskijk op Malcolm X eenvoudig niet mogelijk?

Toch wel. De Newyorkse toneelschrijver Laurence Holder maakte bijvoorbeeld een, kortgeleden ook in Amsterdam uitgevoerd, toneelstuk over het ontsporen van de relatie tussen Malcolm X en Elijah Muhammad. Hij noemde het The Chickens Came Home to Roost. "Wie kaatst kan de bal verwachten' betekent dat en het vormde de destijds zwaar gekritiseerde eerste reactie van Malcolm X op de moord op John F. Kennedy. Met zijn stuk paste Holder datzelfde brute oordeel toe op Malcolm X, zijn geestelijk leidsman en hun machtsstrijd. Maar iets dergelijks heeft Lee zich niet durven permitteren.

Wat bij alle zwakte van inhoud en structuur overeind blijft, is het onmiskenbare film-talent van Spike Lee, die er voor deze film voor koos om het merendeel van zijn beelden ondergeschikt te maken aan de gezichten van de personages. Vooral het eerste uur van de 201 minuten die Malcolm X in beslag neemt is een feest van flamboyante shots, waarmee het vrolijke leven aan de zelfkant van Boston en Harlem in kaart wordt gebracht: de danszalen, de bars, de gevaarlijk zware jongens in hun mooie pakken, de vrolijke kapsalon waar de 20-jarige Malcolm Little zijn haar laat ontkroezen. Eenmaal in de gevangenis vangt Lee hem in een kwezelige stijl, pathetisch, donker, quasi-mysterieus. Hij zou moeten uitgroeien tot een indrukwekkende figuur, maar helaas, de bekeerde fanaat haalt het niet bij de gangster. Als orator en volksmenner wordt hij vervolgens gered door het immense acteertalent van Denzel Washington. Die weet Malcolm soms zelfs uit te tillen boven de heiligverklaring die Lee voor hem reserveerde. Maar hem redden kan hij niet, want we hebben dan nog wel twee uur te gaan. Spike Lee zelf geeft in een bijrol gestalte aan een jeugdvriend van Malcolm. Hij zoekt hem op in de gevangenis, hoort zijn stuurse preek aan over politiek, racisme en religie. En hij bedankt voor bekering.

    • Joyce Roodnat