Schilderingen ontdekt bij restauratie pand 17de-eeuwse wapenhandelaren; Trippenhuis tijdelijk open voor publiek

Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam. Tentoonstelling: t/m 31 juli. Di t/m za van 10-17u, zo 12-17 u

AMSTERDAM, 23 JUNI. Het Trippenhuis, een zeventiende eeuws gebouw dat sinds 1851 onderdak biedt aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) opent deze zomer kortstondig haar deuren. Wie het interieur van het door Justus Vingboons ontworpen pand wil bezichtigen, dient in de komende weken z'n kans te grijpen. Vanaf 31 juli is de toegang weer uitsluitend voorbehouden aan leden en genodigden van de KNAW. Tot die tijd biedt de tentoonstelling 'Van wapenhandel tot Wetenschapsbedrijf' inzicht in de geschiedenis van het gebouw en zijn vroegere bewoners.

Het aan de Kloveniersburgwal gelegen pand heeft zijn naam te danken aan de gebroeders Louys en Hendrick Trip die hier in 1660 de eerste steen voor hun gezamenlijk woonhuis annex kantoor legden. De Trippen, zakenlieden die een vermogen hadden vergaard in de wapenindustrie, hoefden niet op een paar centen te kijken; ze behoorden tot de rijkste mensen van hun tijd.

Ter bevestiging van hun status werden beroemde eigentijdse kunstenaars ingehuurd. Opdrachten voor familieportretten en decoraties werden uitbesteed aan Rembrandt, Ferdinand Bol en Nicolaas de Heldt Stockade, schilders die tezelfder tijd bij de decoratie van het Amsterdamse stadhuis (tegenwoordig beter bekend als het Paleis op de Dam) betrokken waren. Ook het ontwerp van Justus Vingboons doet sterk aan het Paleis denken. Een indrukwekkende koepel op het dak van een zeventiende eeuws schaalmodel van het pand is een bijna letterlijke afspiegeling van een soortgelijke constructie op het Paleis. De koepel op het Trippenhuis is er overigens nooit gekomen.

“En dat is maar goed ook,” zegt organisatrice Karin Jongbloed, “Want het is nog maar de vraag of het gebouw tegen de druk van dat enorme gewicht bestand zou zijn gebleken.”

De politieke visie van de gebroeders Trip valt makkelijk uit de decoraties van het gebouw te destilleren. De boodschap die Nicolaas de Heldt Stockade in een reeks plafondschilderingen gestalte gaf laat zich lezen als: “Wie oorlogen wil voorkomen doet er verstandig aan zich te bewapenen.” Terwijl Bacchus het glas heft en Ceres "pronkt met koorenaâren" ligt de geketende oorlogsgod Mars er gelaten bij. In een andere schildering heeft de groteske figuur die de zeeroverij verbeeldt zijn enterbijl laten vallen terwijl hij door Neptunus wordt geketend. Op de achtergrond begint Mercurius "Aassem te halen", verduidelijkt dichter Jan Vos in een berijmde beschrijving van de schilderingen.

Het uit 1662 stammende gedicht verklaart: “Het Oorlog kan men best door raadt en moedt verdrijven, Wie buiten vrees wil zijn vereist een waakendt zwaardt. Zoo bloeit de Vrye Staat, door wakkerheidt verkreege, Waar dat de Vreede waakt verwacht men niet dan zege.”

De grootste succesprodukten waarmee de Trippen aldus de vrede dienden waren kanonnen. Deze werden vervaardigd in een geschutsgieterij nabij het Zweedse Nyköpping die door een strategisch huwelijk in handen van de familie was gekomen. Een curieus, door Allard van Everdingen geschilderd landschap waarin deze gieterij "geportretteerd" werd, is vanuit het Rijksmuseum tijdelijk naar zijn oorspronkelijke plek teruggekeerd. Een belangrijk deel van de Rijksmuseumcollectie legde in 1885 overigens de omgekeerde route af. Voordat de Nachtwacht en vele andere schilderijen een plaats kregen in het door Cuypers ontworpen gebouw aan de Stadhouderskade, heeft het Trippenhuis zeventig jaar lang onderdak geboden aan de verzameling. Ook de voorloper van de Akademie: het Koninklijk Instituut voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten was vanaf het begin van de negentiende eeuw in het Trippenhuis ondergebracht. Opgericht op instigatie van koning Lodewijk Napoleon verenigde deze organisatie: “de meest uitmuntende geleerden van het geheele Rijk.”

De tentoonstelling schenkt aandacht aan Willem Bilderdijk, de toenmalige bibliothecaris van het Instituut en toont onder meer een afgietsel van de rechterhand van de schrijver en de tekst van een door hem uitgesproken verhandeling over het perspectief uit 1809. Dat de Akademie over een uitgebreide collectie Bilderdijk memorabilia en handschriften beschikt terwijl de Vrije Universiteit enkele kilometers zuidwaarts een Bilderdijk Museum huisvest, wekt verbazing. Volgens Jongbloed is de geringe belangstelling voor achttiende en negentiende eeuwse schrijvers en geleerden verantwoordelijk voor deze versnippering. “Niemand leest ze meer. Als er geen straten naar waren vernoemd zouden we de namen van Bilderdijk, Van Swinden, Da Costa en Van Lennep misschien niet eens meer kennen.”De eenmalige openstelling van het Trippenhuis vormt het sluitstuk van een grondige renovatie die in 1989 aanving. Daarbij werden muurschilderingen blootgelegd die eeuwenlang aan het gezicht onttrokken zijn geweest. De trapportalen bleken met jachttaferelen gedecoreerd te zijn, terwijl op de plafonds in de gangen een rijke verscheidenheid aan vogelsoorten tevoorschijn is gekomen. “Bijzonder,” meent Jongbloed. “Zulke decoraties werden tot dusverre vrijwel uitsluitend in buitenverblijven aangetroffen.”

Het interieur van het gebouw vormt de voornaamste attractie van de tentoonstelling die - binnen zijn bescheiden opzet - voorbeeldig is ingericht. “We hebben niet eens zo veel aanpassingen hoeven te doen,” erkent Jongbloed. “De vertrekken zijn op zichzelf interessant genoeg; we hebben daar wat voorwerpen en kunstwerken aan toegevoegd.”

    • Erik Spaans