Rotterdams orkest wijdt komend seizoen aan jubileum; Rattle brengt glans en droom in Berlioz' Roméo et Juliette

Concert: Rotterdams Philh. Orkest, Koor Ned. Opera en Ned. Kamerkoor o.l.v. Simon Rattle m.m.v. Elise Ross, John Aler, Jean-Philippe Courtis. Programma: H. Berlioz: Roméo et Juliette. Gehoord: 22/6 Doelen Rotterdam. Herhaling: 25/6 Concertgebouw Amsterdam, direct uitgezonden via Radio 4.

In De Doelen begon het Rotterdams Philharmonisch Orkest gisteravond onder leiding van dirigent Simon Rattle de viering van het 75-jarig bestaan, met een glanzende uitvoering van Berlioz Roméo et Juliette, bijgewoond door onder andere de ministers d'Ancona (WVC), Andriessen (EZ), burgemeester Peper en oud-chef-dirigent Edo de Waart. Vooraf bood de Vereniging Vrienden van het RPhO het orkest drie van de zes bassen aan die met steun van diverse fondsen en stichtingen worden verworven. Het cadeau heeft een totale waarde van vier ton.

Voor één nieuwe bas is inmiddels een opdracht gegeven aan een Nederlandse bouwer, naar twee andere instrumenten wordt nog gezocht. De drie aankopen (een Thomas Kennedy, een Joseph Panormo en een Jacques Xavier) werden, samen met het instrument van bassist Anthony Woodrow gedemonstreerd in enkele daartoe bewerkte passages uit het strijkkwartet Der Tod und das Mädchen van Schubert en bleken fraaie en zangerig te klinken.

Berlioz' Roméo et Juliette waarmee het Rotterdamse orkest op briljante wijze in eigen huis de jubileumviering inzette, wordt vrijdag in het Amsterdamse Concertgebouw herhaald als onderdeel van het Holland Festival en dan rechtstreeks via de radio uitgezonden. Deze anderhalf uur durende "Symphonie dramatique' (1839) is wat vorm en verbeeldingkracht betreft in de 19de eeuwse muziek een uitzonderlijk werk. Het is een driedelige symfonie die - vrij naar Shakespeare's toneelstuk - begint als een soort oratorium en eindigt als een opera. Van de drie vocale solisten heeft er slechts één een echte rol: pater Lorenzo (een stijlvolle partij van Jean-Philippe Courtis) die Romeo en Julia heeft getrouwd. Na hun dood zweren onder zijn leiding de rivaliserende families Montagu en Capulet (twee helften van het koor) elkaar eeuwige vriendschap.

Romeo en Julia komen verder niet aan het woord, hun prille liefde en tragische dood wordt uitsluitend met instrumentale muziek uitgebeeld. Voor de mezzo-sopraan (Elise Ross) en de tenor (John Aler) zijn er slechts de inleidende soli tijdens het ook al zo bijzondere koor-recitatief. Men kan hun optreden wel interpreteren als dat van Romeo en Julia, maar dan beschouwelijk terugziend op hun liefde die legendarisch werd. Zij zingen ook over Shakespeare: over zijn poëzie waarvan hij het opperste geheim bezat.

Het reusachtige bijna uitsluitend instrumentale middendeel met de kern van de handeling liet Rattle goeddeels spelen als een sprookjesachtige, geheimzinnige, gedroomde gebeurtenis: vaak pianosissimo en bijna onhoorbaar zacht, sereen, delicaat en fijnzinnig. Die ijle romantisch betoverde sfeer wordt beheerst door koningin Mab, de fee der dromen, die ook haar eigen fantastische scherzo heeft. Het derde deel, dat begint met de lijkstoet van Julia, plaatst de luisteraar weer terug in de harde werkelijkheid, waarna het zo positieve en massaal gezongen slot Amis, amis pour toujours! Ah! nogal pathetisch aandoet.

Maar voordien was de uitvoering een toonbeeld van onberispelijk gespeelde subtiliteit, helder en in perfecte balans, soms zelfs aandoend als een smeltende ode aan de stilte van de dood. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat onder leiding van Rattle deze maand bij de Nederlandse Opera in Pelléas et Mélisande ook al op superieure wijze speelt, bracht daarmee een magnifieke uitvoering tot stand, ook voortreffelijk gezongen door solisten, het Nederlands Kamerkoor en het koor van de Nederlandse Opera.

Het hele volgende seizoen staat in het teken van het jubileum van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat op 10 juni 1918 door Jules Zagwijn werd opgericht als "Genootschap van Beroepsmusici tot onderlinge Kunstbeoefening'. In september komen voor abonnementhouders en vrienden van het orkest 4 jubileum-cd's uit met historische opnamen van het orkest en een jubileumboekje. In het Schielandshuis wordt een tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het orkest, zijn dirigenten en de verschillende zalen waar het in Rotterdam optrad.

Speciale jubileumconcerten worden gedirigeerd door oud-chef-dirigent James Conlon (de Achtste symfonie van Mahler), Bernard Haitink, Frans Brüggen en Marc Minkovski (de bewerking van Monteverdi's L'Orfeo van Bruno Maderna). Verder zijn er nog tal van andere activiteiten, zoals de RPhO-Show (een educatief project voor Rotterdamse scholieren) en populaire concerten met als thema "Rotterdam'.