Premier Lubbers is niet geschikt als hoofdredacteur

Volgens minister-president Lubbers zou het “goed zijn als de Franse media meer aandacht aan de situatie in Nederland (op het gebied van drugsbeleid) zouden besteden”. Verondersteld wordt: meer informatie zou meer begrip voor het Nederlandse standpunt kunnen kweken en de systematische kritieken van Franse zijde kunnen verminderen.

Aangezien Parijse journalisten niet aanwezig waren toen de premier deze uitspraak deed, en zijn woorden gericht waren aan een gezelschap van Nederlandse correspondenten teneinde hier te worden verspreid, voelde ik me rechtstreeks aangesproken. Ik dook dus meteen in mijn archieven. Hadden mijn collegae en ik soms zitten slapen en daardoor de weg vrij gemaakt voor de "hardnekkige misverstanden' tussen Parijs en Den Haag? Hadden wij dan een van de smakelijkste gerechten op de Nederlandse spijskaart verwaarloosd?

Met een gerust hart kan ik vast stellen dat ik mijn werk naar behoren heb gedaan. Immers, ik vond drie noemenswaardige stukken, tussen eind 1989 en eind 1992. Om te beginnen een feitelijke uiteenzetting van de grondbeginselen van het Nederlandse "modèle libéral'. Vervolgens, een reportage in Arnhem naar aanleiding van het Klarendaal-oproer, met een uitweiding over de houdbaarheid van dit "model' in het Schengen-gebied. Ten slotte, in reactie op de door de Franse ex-minister van binnenlandse zaken Quilès ingezette aanval op de Nederlandse "laksheid', een vraaggesprek met Liesbeth Horstink, beleidsadviseur van minister Hirsch-Ballin.

Zij trok niet alleen hard van leer tegen de Parijse vooroordelen maar kondigde ook de inmiddels verharde aanpak van de koffieshops aan. Ik kan ook nog melding maken van twee bijdragen (het verschil hard- en soft-drugs en het gedogen van de consumptie) aan een Franse radio-zender, doorgaans goed beluisterd door de politieke klasse.

De vraag is: had ik meer kunnen of moeten doen? Heb ik een structurele ontwikkeling over het hoofd gezien, of een nieuwe Haagse koers gemist? Is mijn berichtgeving tekortgeschoten? Er is naar mijn mening niets wezenlijks nieuws gebeurd op de drugsscene waarvan mijn collegae (die misschien wel vaker dit onderwerp hebben aangesneden) en ik geen melding van hebben gemaakt. Toch is het beeld van Nederland dat bij de Franse beleidsmakers leeft niet substantieel veranderd, althans niet ten goede.

De minister-president overschat de invloed van de media op de Franse politici. Net als hun Nederlandse collegae vertrouwen zij ook, en misschien vooral, op ambtelijke studies, rapportages uit politie-kringen, diplomatieke telegrammen en eigen contacten. Per slot van rekening stoelen de opvattingen van de premier over Frankrijk waarschijnlijk ook niet exclusief op de RVD of BZ-kranteknipsels.

De Parijse redacties zitten ook niet voortdurend op de Nederlandse berichten te wachten. Nederland is dan dus het slachtoffer van zijn engheid en het is een hele kunst om zijn standpunt naar voren te brengen. Ten tijde van de Golfoorlog was het bijvoorbeeld onmogelijk de Nederlandse bedenkingen ten opzichte van Frankrijk over te brengen: die kwamen toch overeen met die van Londen of Washington, en daarover werd al voldoende bericht. Er zijn andere voorbeelden, maar er is slechts één conclusie: een redactie vindt altijd een goede reden om niet te berichten (informeren is kiezen, heet het) ... vooral als er niets te melden valt. En op het gebied van drugsbeleid viel de laatste tijd niet veel te melden. Op één aantekening na: de veegactie van de mariniers in Rotterdam (stuk werd niet geplaatst) werd in Parijs minder interessant bevonden dan de hash-taxi's en koeriers in Eindhoven of Zeist (wel geplaatst): het eerste onderwerp paste kennelijk niet in het bestaande beeld, het tweede wel.

De minister-president heeft blijkbaar over het hoofd gezien dat een door de correspondenten aangeboden artikel wordt bekeken tegen een bepaalde achtergrond en op zijn intrinsieke waarden beoordeeld. En wat dat laatste betreft is het vaak evenredig aan de omvang van het land waar het vandaan komt, reputatie ten spijt. De premier zou een slechte hoofdredacteur zijn.

Te meer daar hij blijkbaar ervan uit gaat dat de Franse media alleen positief nieuws over de Nederlandse "drugstore in de open lucht' zouden publiceren. Maar hoe zit het dan met de vaak aangehaalde stabilisering van het aantal drugsverslaafden? De jaarverslagen van Het Boumanhuis in Rotterdam en van de GG & GD in Amsterdam leveren toch andere cijfers op. Vooral het toenemen van allochtone junks baart hun zorgen, en daarover heeft de premier niets gezegd in Parijs, terwijl juist dat een gevoelig facet is van de problematiek van de banlieues (randgemeenten -red.) in Frankrijk.

Er gaat geen week voorbij zonder dat de politie triomfantelijk de ontmanteling van een drugsorganisatie meldt, maar ook geen maand zonder dat een achter de tralies gezette drugshandelaar ontsnapt of de vrijheid tegemoet gaat door een fout van de overbelaste rechterlijke macht.

En hoe komt het dat naar eigen waarnemingen steeds vaker zwaar gestoorde drugsverslaafden het straatbeeld van Amsterdam of Utrecht opvrolijken? Zijn de opvangcentra soms ook overbelast, of wegbezuinigd? Wel zouden we kunnen berichten over de bijna dagelijkse invallen van de Rotterdamse of Amsterdamse politie in "overtallige' drugspanden. Maar een paar jaar geleden, had de Franse politie ook deze stijl ontwikkeld - opérations coup de poing - zonder bijzondere resultaten te boeken. Dergelijk "restore hope'-operaties slaan weliswaar goed aan bij het publiek maar het wantrouwen van de pers is op zijn plaats.

Immers, de affaires Oude Pekela of Operatie Goofy hebben ons een ding geleerd: hoe harder je op de tam-tam slaat, hoe holler hij soms is. Uiteindelijk heeft de minister-president in Parijs niets anders gedaan dan blijk geven van het overbekende oerhollandse messianisme: “Doen jullie net als wij het doen, dan zijn de problemen uit de wereld” was zijn verborgen boodschap. Hij toonde geen begrip voor de in het buitenland veroorzaakte problemen door de aantrekkingskracht van het Nederlandse drugsbeleid; althans, hij heeft niets van die strekking tegenover de Nederlandse pers losgelaten. Wel meldde hij, volgens de persberichten, dat hij “premier Balladur had verbaasd”. En daar draaide het misschien allemaal om: het strelen van de nationale ego. De Nederlandse Leeuw heeft even aan zijn navel gepeuterd, en van genot gebruld.