Politieke schandalen bedreigen media-imperium Berlusconi; Traditionele bescherming van Italiaanse partijen valt weg

ROME, 23 JUNI. Silvio Berlusconi is meestal signor sorriso, meneer glimlach. Optimisme is belangrijk als je advertentieruimte moet verkopen. Maar nu zijn media-imperium dreigt te worden meegesleurd in de val van de "oude' politieke partijen, schiet hij af en toe ongemeen fel uit zijn slof.

Drie weken geleden greep de presentator van een sportprogramma bij de vijand, de staatszender Rai Tre, een uitspraak over AC Milan aan om de kijkers te vertellen dat Berlusconi door een Romeinse rechter was ondervraagd. Medewerkers van Berlusconi belden hun baas op met het gerucht dat later in het programma een special zou komen over zijn broer Paolo, die is aangeklaagd wegens het betalen van steekpenningen.

Woedend greep Berlusconi de telefoon voor een lange tirade tegen de “leugenaars, valsspelers en kleinzonen van Stalin” die hem probeerden onderuit te halen. Met een duivels lachje moedigde de presentator Berlusconi aan om van zijn hart geen moordkuil te maken, af en toe een van de studiogasten om commentaar vragend om het vuur verder op te stoken. Niet veel mensen hebben Berlusconi razend en tierend meegemaakt, en de kijkcijfers van het programma stegen met de minuut. Waarschijnlijk was Berlusconi nog humeurig door de nederlaag van Milan in de Europacupfinale een paar dagen daarvoor. Maar Milan heeft wel vaker verloren, zonder dat de clubvoorzitter zijn zelfbeheersing verloor. De onverwachte woede-uitval illustreert dat Berlusconi's dominerende positie binnen de Italiaanse televisie zwaar onder druk staat.

Nu de politiek zich onder druk van smeergeld- en mafiaschandalen aan het vernieuwen is, kan de tv niet achterblijven. De huidige situatie is de weerslag van de machtsverhoudingen zoals die tot ruim een jaar geleden golden. De drie staatszenders van de RAI en de drie commerciële zenders van Berlusconi hebben een duopolie en halen samen 92 procent van de reclame binnen. De RAI was een speelbal van de politieke partijen: Rai Uno voor de christen-democraten, Rai Due voor de socialisten, en voor de rust in de tent kregen de communisten, later ex, Rai Tre. Wie iets wilde doen aan de monopoliepositie van Berlusconi in de commerciële hoek, stuitte op een veto van de socialistische leider Bettino Craxi, een goede vriend van Berlusconi.

De christen-democraten zinken langzaam weg, de socialisten zijn al kopje onder en steeds meer mensen realiseren zich dat nergens anders ter wereld één man de drie belangrijkste commerciële zenders beheert. Terwijl het parlement aan een moeizame poging tot depolitisering van de Rai is begonnen, wordt tegelijkertijd Berlusconi onder vuur genomen.

Drie jaar geleden is de bestaande situatie vastgelegd in een wet, de wet-Mamm, genoemd naar de toenmalige republikeinse minister van post. Deze wet is “de uitdrukking van een bepaalde politieke situatie en een bepaald politiek kader”, schrijft een gematigd christen-democraat als Luciano Radi nu in het partijblad Il popolo. Zijn partijgenoot Sergio Mattarella herhaalt nog eens zijn bezwaren van toen: “Deze wet is het voorbeeld van hoe een parlement ondergeschikt wordt gemaakt aan de belangen van een privépersoon.”

De boodschap is duidelijk: het moet anders. Dat één man vrijwel absolute macht heeft over de commerciële tv, is ongezond voor een democratie. Zo gaan er hardnekkige geruchten dat binnen Berlusconi's holding Fininvest een lijst circuleert met politici die niet bij hem op de buis mogen.

Berlusconi is een geniaal ondernemer: hij heeft als eerste in Italië de mogelijkheden van commerciële tv onderkend, heeft een revolutie doorgevoerd binnen de Italiaanse tv-reclame en heeft als geen ander de synergie binnen zijn imperium van tv, voetbal en warenhuizen gebruikt. Toen andere ondernemers faalden, nam hij hun bijna failliete netten over. Maar hij is ook groot geworden door de bescherming van de corrupte Craxi, door het ontbreken van regels voor commerciële tv, in een situatie die vaak met het wilde westen is vergeleken.

“Ik hou van John Ford en het wilde westen”, zegt Fedele Confalonieri, de rechterhand van Berlusconi. “Het is de metafoor van de vooruitgang.” Maar op een gegeven moment is de sheriff gekomen en zijn ook in het wilde westen regels gesteld. Die periode lijkt nu te zijn aangebroken voor de Italiaanse commerciële tv.

Neem de sponsoring. Om de maxima voor de hoeveelheid reclame per uur te ontduiken, verkleden quiz-kandidaten zich als een tube tandpasta of vertelt de presentator zonder blikken of blozen hoe lekker iets wel smaakt voordat hij overgaat naar het volgende programma-onderdeel. De Europese Gemeenschap heeft regels hiervoor opgesteld en geprobeerd wordt die nu ook in Italië toe te passen.

Berlusconi klaagt dat hij daardoor 430 miljard lire, zo'n 550 miljoen gulden, aan inkomsten zou kwijtraken en dat de commerciële tv zo niet kan overleven. Lang waren sommige politici gevoelig voor dit argument. Het neo-fascistische Kamerlid Franco Servello, vaak bij AC Milan te gast op de eretribune, vertelt dat de Berlusconi-lobby erop hamert dat commerciële tv nodig is om het informatiemonopolie van de RAI te doorbreken.

Een felle campagne via al de praatshows, tv-journaals en weekbladen van Berlusconi heeft niets opgeleverd. Het oude argument keert zich tegen hem: wordt het geen tijd het monopolie van Berlusconi te doorbreken en ruimte te maken voor een sterke anders-getinte commerciële zender? Hij controleert naast zijn drie officiële zenders Canale 5, Italia 1 en Retequattro ook nog Italia 7 en drie zenders voor abonnee-tv.

Tegenstanders van Berlusconi zeggen dat hij met één commerciële zender genoegen moet nemen. Zij willen de wet-Mamm, die Berlusconi drie zenders laat, afschaffen, en vinden munitie daarvoor in de geur van smeergeld die rondom de wet hangt.

De technische achtergrond van de wet, de uitwerking in frequenties, is uitgevoerd door het bedrijf Federtrading, dat voor het contract bijna twee miljoen gulden aan smeergeld heeft betaald aan Davide Giacalone, voormalig rechterhand van ex-minister Mamm. Diezelfde Giacalone is vrijwel meteen nadat de wet is aangenomen, door Berlusconi's Fininvest ingehuurd als "consulent', met het supersalaris van bijna zeshonderdduizend gulden. Omdat Giacalone zo goed is, verdedigt Fininvest zich. Juridisch lijkt daar geen speld tussen te krijgen. Maar Giacalone is pas bekend geworden als media-expert na zijn arrestatie en het verweer van Fininvest wordt met een glimlach aangehoord. Het onderzoek loopt nog en er gaan stemmen op om een parlementaire onderzoekscommissie in te stellen.

Sommige uitgevers staan te juichen bij de problemen van Berlusconi. Zijn taktiek om de markt te overspoelen met goedkope spotjes heeft bijgedragen tot de explosieve groei van Fininvest, maar heeft de dagbladen in grote problemen gebracht. Op de Italiaanse tv zijn meer reclamespotjes te zien dan in alle andere EG-landen bij elkaar. Als er strengere maxima zouden komen en de prijzen voor tv-reclame daardoor omhoog zouden gaan, kunnen de dagbladen ook meer advertenties binnenhalen.

Over en weer gooien Berlusconi's media en zijn belangrijkste tegenstander, de door Carlo De Benedetti gecontroleerde Espresso-groep met het opinieweekblad L'Espresso en het dagblad La Repubblica, met modder naar elkaar - een nieuw bewijs dat Italiaanse uitgevers een veel grotere invloed hebben op hun media dan in de meeste andere EG-landen.

De twee genoemde bladen hameren erop dat Berlusconi twee van zijn drie tv-netten moet opgeven en schrikken niet terug voor groezelige insinuaties en suggestieve koppen. Berlusconi's weekblad Panorama, onderdeel van Mondadori, de uitgeverij die Berlusconi heeft weggekaapt van De Benedetti, en in iets mindere mate zijn tv-journaals antwoorden in stijl. De ontdekking dat ook De Benedetti's computerbedrijf Olivetti smeergeld heeft betaald (heeft moeten betalen, zegt De Benedetti) wordt groot en met veel leedvermaak gebracht.

Ook al heeft Berlusconi na de negatieve reacties op zijn woede-uitval live bij de concurrentie wat gas teruggenomen, de oorlog is nog maar net begonnen. Binnen de traditionele partijen, met uitzondering van de ex-communistische Democratische Partij van Links, vindt hij nog redelijk wat steun. Veel politici zijn nog dankbaar voor de enorme kortingen, tot negentig procent, die Berlusconi heeft aangeboden voor politieke spotjes.

Bovendien lonkt Berlusconi naar de protestpartij Lega Nord, nu de grootste partij in het noorden. Lega-leider Umberto Bossi heeft vaak en fel uitgehaald naar de RAI, maar is stukken milder ten opzichte van Berlusconi's monopolie, ook al omdat Berlusconi's journaals hem het eerste als een blijvende politieke factor zijn gaan zien.

Vóór Berlusconi speelt ook zijn enorme prestige. Zijn succes als tv-ondernemer en als president van AC Milan hebben hem buitengewoon populair gemaakt. Bij een recente opiniepeiling kwamen alleen de paus en officier van justitie Antonio Di Pietro, de man achter de corruptie-onderzoeken, als nog machtiger uit de bus. Maar Berlusconi was volgens de ondervraagden een belangrijker en machtiger man dan premier Carlo Azeglio Ciampi, president Oscar Luigi Scalfaro, en Fiat-president Gianni Agnelli.

De temperatuur in het tv-debat is zo hoog opgelopen dat premier Ciampi de zaak uit de handen van minister van post Pagani heeft genomen en de materie vrijwel onder zijn directe controle heeft gebracht. Het zal een uiterst moeilijke strijd worden: de macht en het prestige van Berlusconi tegen de wens om de modernisering in de politiek ook uit te breiden naar de media (Berlusconi én de RAI) en andere delen van de samenleving.

    • Marc Leijendekker