Oremans kan symbool worden voor de jeugd

LONDEN, 23 JUNI. Patrick McEnroe foetert nog na over de arbitrage van zijn verloren partij tegen de Engelsman Chris Bailey, het publiek verlaat, schande sprekend over het wangedrag van weer een McEnroe, de tribune naast baan drie als Hugo Ekker zich tegen de stroom in een weg naar binnen probeert te banen. Hij wil een zo goed mogelijke plaats als straks zijn pupil Miriam Oremans haar eerste partij op het honderdste Ladies Championship van Wimbledon speelt. Een positie om met oogcontact en een enkel handgebaar een stiekeme aanwijzing te geven. Want er staat veel op het spel.

Vlak voordat ze "op moet' laat de Amsterdamse tenniscoach haar met een korte aanroep weten waar zij hem straks, als ze in opperste wanhoop zijn rustgevende ogen zoekt, kan vinden. In een hoekje van de perstribune op een ongemakkelijk stoeltje, leunend tegen een ijzeren, vanzelfsprekend donkergroen geverfde buis. Gebronsde kop boven een gebleekt spijkerjack, daaronder een T-shirt en een grijze trainingsbroek.

“Ik ben ze aan het leren zelfstandiger te worden”, legt Ekker uit. Hij spreekt in het meervoud want behalve Oremans heeft hij ook Stefanie Rottier onder zijn hoede en die twee staan voor de opgave met hun verrichtingen het vrouwentennis in Nederland een nieuwe impuls te geven. “Op een gegeven moment liepen ze de hele partij naar me te kijken. Dat je bijna het gevoel krijgt dat je een time-out zou moeten aanvragen om ze te vertellen wat ze moeten doen. Maar dat kan niet in tennis. Ik heb ze gezegd dat ze zelf beslissingen moeten nemen.”

Een nieuwe fase in een ontwikkeling, die voor Oremans gunstig verloopt. Afgelopen weekeinde speelde ze in het toernooi van Eastbourne de finale tegen la Grande Dame van het vrouwentennis, Martina Navratilova. Die won, maar zegende haar opponente royaal met loftuitingen die meer leken te zijn dan beleefde standaard-complimenten voor de verliezer. Ook de Britse pers loofde de Nederlandse speelster. “Omdat ze”, zegt Ekker, “tegen Navratilova en eerder tegen Lori McNeil aanvallend heeft gespeeld, serve en volley. Dat spreekt ze wel aan.”

Hij wendt zijn gezicht naar de baan. Zijn lichaam verder bijna onbeweeglijk. De blik is uitdrukkingsloos. Ze begint de partij met haar opslagbeurt te verliezen, maar zet die misser vervolgens recht door haar opponente te "breken'. Een keer maakt Ekker een beweging met zijn hand die een bepaalde slagtechniek moet uitbeelden en bijna onzichtbaar knikt Oremans in zijn richting. Het gaat allemaal heimelijk, want coachen tijdens de partij is verboden en wie Ekker nu recht op de man af vraag of hij zijn speelster een aanwijzing gaf zal hoogstwaarschijnlijk te horen krijgen dat dit een aanmoediging was.

Het duurt lang voordat ze in haar ritme komt. Slaat veel dubbele fouten, wat ze anders zelden doet. Toch wat gespannen na alle lovende kritieken misschien? “Ik ben zo nuchter mogelijk de baan op gegaan. Ik heb me tevoren afgezonderd en alleen aan deze partij gedacht. Dit is een nieuw toernooi, een ander toernooi.”

“Ga er in”, zegt Ekker een keer als ze op de baan in zijn buurt komt. Net hard genoeg om verstaan en begrepen te worden. “Ze moet in de return vallen. De bal eerder op haar racket nemen en niet afwachten”, licht hij toe. Met 6-4 wint ze de eerste set, in de tweede loopt ze snel uit naar 4-0 en 5-1, waarna ze drie aces slaat in de beslissende game.

De eerste partij op het gras van Wimbledon is binnen. Belangrijk, zegt Ekker, want wat je op het ene grastoernooi heb gepresteerd is geen garantie voor het volgende. Elke grassoort is anders, vereist een andere aanpak. Hij maakt dan ook geen enkele aantekening tijdens de partij. Over koud twee weken zijn alle notities al waardeloos.

Wat hij moet weten zit in zijn hoofd, al is hij er bij het begin van de eerste ronde nog niet van op de hoogte dat de volgende tegenstandster niet de Francaise Mary Pierce is, die zich ziek heeft afgemeld, maar Louise Field. “Pierce zou op gras nog niet zo'n slechte tegenstandster geweest zijn. Die Field komt uit Australië en is geschoold op hardcourt banen. Die moet op gras ook wat kunnen.”

Oremans heeft het dit jaar vooral druk met het bijstellen van haar doelen. Bij de eerste zeventig van de wereld komen, daar “zou ze voor getekend hebben”. Inmiddels is ze 29ste en beste Nederlandse. Misschien wordt zij wel de eerste speelster die bij de top twintig komt, een streefgetal dat in het beleidsvoornemen van bondscoach Franker staat. Misschien wordt zij wel het symbool waar jong aanstormend talent zich aan kan optrekken. Of brengen haar verrichtingen de bond er toe de organisatie van een vrouwentoernooi in Nederland te initiëren, al is daar volgens Franker voorlopig nog geen geld voor.

Van de nieuwe Nederlandse lichting is ze in elk geval verreweg de beste. De resultaten spraken gisteren weer voor zich. Stefanie Rottier, trainingspartner van Oremans, was kansloos tegen Judith Wiesner (6-1 6-4), Kristie Boogert ging ten onder tegen Andrea Strnadova (6-2 6-3) en Claire Weging die zich via de kwalificaties voor het hoofdtoernooi had geplaatst won nog een setje tegen Silke Frankl (6-2 4-6 7-5). Aangezien Manon Bollegraf verloor van Pascale Paradis (6-4 6-3) bleef Oremans, na Schultz, als enige over. “Ze is de meest complete speelster en kan op alle ondergronden uit de voeten”, weet Ekker, “en bovendien heeft ze op alle grote toernooien dit jaar goed gespeeld.”

    • Peter de Jonge