Na het "stappen' op cursus over gevaren van alcoholgebruik

Drentse jongeren, die onder invloed een niet te zwaar vergrijp hebben gepleegd, kunnen kiezen tussen strafvervolging of het volgen van een cursus. Na de cursus neemt hun crimineelgedrag af. Of daarmee ook hun drankprobleem wordt opgelost is nog onduidelijk.

ASSEN, 23 JUNI. In het weekeinde drinken jongeren zo veel dat een avondje gezellig "stappen' vaak eindigt met een proces verbaal. Onder invloed worden misdrijven begaan als vernieling, diefstal en lichte mishandeling. Het Tijdschrift Gezondheidsvoorlichting (TGV) publiceert deze week de resultaten van twee onderzoeken in de provincie Drenthe. Tachtig procent van alle misdrijven die jongeren begaan blijkt verband te houden met alcoholgebruik. Bij sommige jongeren is het heel gewoon om elf glazen bier op een vrijdag of zaterdag te drinken met een uitschieter naar 130 glazen bier in één weekeinde.

“In Nederland vindt men twintig glazen bier per week een acceptabele grens. Daarna spreken we bij iedereen van "excessief drankgebruik' waar iets aan zou moeten gebeuren”, zegt W. van Dalen. Hij werkt op het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) in Assen en is betrokken bij het project Preventie Alcoholgerelateerde Delicten (PAD-project). Dit project is opgezet voor Drentse jongeren die onder invloed een niet te zwaar vergrijp hebben gepleegd. Bij aanhouding wordt door de politie proces-verbaal opgemaakt en als blijkt dat de verdachte “in staat van dronkenschap, in groepsverband en midden in de nacht” een strafbaar feit heeft gepleegd, stelt de officier van justitie de jongere voor de keuze: strafvervolging of een cursus volgen. “De politie moet de zaak niet seponeren als iemand berouw toont of zegt de schade zelf goed geregeld te hebben en justitie moet de jongeren over de streep trekken om deel te nemen aan de cursus”, aldus Van Dalen. “Zij doen het voorwerk en daarna komen de jongeren pas bij CAD voor de cursus die hen moet doen beseffen wat ze anderen of zichzelf aandoen.”

Slechts één op de tien jongeren die de cursus aangeboden kregen, zag van deelname af. Tot nu toe hebben ongeveer vierhonderd jongeren de alternatieve straf ondergaan. Van de cursisten was, voordat zij aan de cursus begonnen, tachtig procent formeel nooit eerder in aanraking geweest met justitie. De helft had zich al wel schuldig gemaakt aan vernieling, 34 procent aan fietsendiefstal en 38 procent was in het openbaar op de vuist gegaan. De misdrijven waren bijna allemaal "onder invloed' begaan. In al deze gevallen was er geen proces verbaal opgemaakt. Het opsporingspercentage bij de kleine criminaliteit ligt heel laag.

De herhalingskans bij jongeren tussen 17 en 26 jaar is door de cursus met elf procent afgenomen. Zonder het PAD-project vervalt bijna 27 procent weer tot crimineel gedrag. Van Dalen: “Zij worden gewezen op de lichamelijke gevolgen van alcoholgebruik door een huisarts, op de strafwettelijke gevolgen door een politieman en een ex-verslaafde confronteert hen met het bestaan van een alcoholist. Ze schrikken daarvan en hebben er duidelijk nooit eerder over nagedacht wat de gevolgen kunnen zijn.”

De meeste "criminele jongeren' zijn bijna allemaal "heel gewone jongens". “Bij het brave af zelfs”, zegt Van Dalen, “ze wonen nog thuis, zijn ontevreden over hun door-de-weekse bestaan, kennen te weinig uitdaging en ontladen zich in het weekeinde.” Wat ze gemeen hebben is de neiging tot “stappen in het weekeinde, overmatig alcoholgebruik en vervolgens, vaak in groepsverband, de hort op te gaan om alles stuk te slaan.”

Tijdens de cursus (die anderhalve dag duurt verspreid over twee weken) mogen de deelnemers geen alcohol drinken. Wel als ze thuis zijn, maar dan moet ieder biertje genoteerd worden bij wijze van huiswerk. Aan het einde van de cursus krijgen ze een glas alcoholvrij bier om, zo verklaart Van Dalen, “de status van het alcoholvrije bier een beetje op te krikken.”