Moslim-vluchtelingen niet in heel Kroatië meer welkom

GASINCI, 23 JUNI. Vanochtend zijn net drie moslim-gezinnen uit het dorpje Viskovci in het vluchtelingenkamp Gasinci, vlakbij de Kroatische stad Djakovo, aangekomen. “Ze voelden zich niet meer veilig in het Kroatische dorp, waar ze een huis hadden gehuurd van dorpelingen die in Duitsland werken”, legt imam Husein Hodzic uit. De drie gezinnen verkozen de door het Nederlandse Rode Kruis aangevoerde containers van dit grootste vluchtelingenkamp voor Bosnische moslims in Kroatië, gelegen op een voormalig schietterrein van het Joegoslavische leger.

De enkele duizenden bewoners die al maanden in het kamp vertoeven, hebben weer andere zorgen. “Ik ben bang dat ze ons tegen onze wil naar Pakistan sturen”, zegt een boerenvrouw uit de buurt van Modrica, die in de oorlog twee zoons en haar echtgenoot heeft verloren. Ze blijft liever hier, in de buurt van Bosnië, dan zich op transport te laten stellen naar een ver buitenland, naar welk buitenland dan ook.

Van de steeds dreigender atmosfeer tegenover moslim-vluchtelingen binnen Kroatië zijn de leden van deze boerenfamilie zich niet bewust. De oude man in hun midden verdient af en toe bij door te helpen met de oogst op een naburige boerderij, 6.000 Kroatische dinar (ongeveer vier gulden) per dag, om sigaretten van te kopen.

De dreigende atmosfeer rond de moslim-vluchtelingen in Kroatië bracht de internationale mensenrechten-organisatie Amnesty International er vorige week toe de Westeuropese landen te vragen hun grenzen voor hen open te stellen - tevergeefs, want inmiddels hebben de laatste twee Westeuropese landen die van hen geen visum verlangen, Zweden en Denemarken, aangekondigd dat te zullen gaan doen.

De Kroatische minister van buitenlandse zaken, Mate Granic, heeft in een officiële verklaring gisteren aangekondigd dat - ondanks de thans in Centraal-Bosnië ontbrande bloedige strijd tussen moslims en Kroaten - er niets zal veranderen in het beleid van de republiek Kroatië inzake Bosnische vluchtelingen. Er zijn er nu ongeveer 270.000, volgens de moslim-hulporganisatie Herhamet, en 75 procent van hen zijn moslims.

Maar aankondigingen als die van Granic lijken voor het gevoel van veel vluchtelingen niet op te wegen tegen die van een ander Kroatisch kopstuk, Vladimir Seks, die zich onlangs liet ontvallen dat het niet goed te rijmen was dat Kroatië gastvrijheid bood aan de vrouwen en kinderen van hen, die in Centraal-Bosnië Kroaten afslachten.

Pag.5: Moslims in Kroatië: de derde fase

De Kroatische staatstelevisie maakt van die strijd elke avond in schrille tonen melding en veel vluchtelingen en hulpverleners vrezen dat in de huidige atmosfeer wraaknemingen tegen de moslim-vluchtelingen in Kroatië bijna niet kunnen uitblijven.

Volgens woordvoerder Peter Kessler van de UNHCR (Hoge commissariaat voor de vluchtelingen van de VN) in Zagreb is het echter nog lang geen tijd nu al de noodklok te luiden. “Anders dan in landen als Zweden en Duitsland zijn hier nog geen skinheads gesignaleerd die het op vluchtelingen voorzien hebben, en er zijn ook geen meldingen van brandstichtingen, zoals in West-Europa”, zegt hij. “We moeten niet vergeten dat Kroatië de meeste Bosnische vluchtelingen heeft opgenomen en dat - bij de zeer slechte economische omstandigheden hier - die vluchtelingen een zware economische belasting vormen, heel veel zwaarder dan de vluchtelingen in Zweden en Duitsland”, aldus Kessler, die ook wijst op de moslim-vluchtelingen die in rust in Servië en Montenegro verblijven.

Hulpverleners in het veld maken echter melding van een toenemend aantal incidenten rond moslim-vluchtelingen, in het Kroatische Zuid-Dalmatië, maar vooral in het door het Kroatische leger HVO gecontroleerde gedeelte van Bosnië en Herzegovina. Het aantal gevallen van intimidatie en molestatie lijkt daar sinds januari van dit jaar toe te nemen, en steeds sneller naarmate in deze streken Kroatische vluchtelingen arriveren, die door moslim-troepen uit Centraal-Bosnië zijn verdreven.

Ook lijkt het Kroatische overheidsbureau voor het vluchtelingenwezen steeds vaker moslim-vluchtelingen rond te slepen, kennelijk om te voorkomen dat deze op hun verblijfplaats al te zeer wortelschieten. Het meest spectaculaire voorbeeld daarvan is de heenzending van 620 moslim-vluchtelingen uit een kamp in het Dalmatische Makarska, vorige week naar Pakistan. Zij werden voor de keus gesteld: naar Gasinci of naar Pakistan. Maar Gasinci geldt - ten onrechte - onder veel moslim-vluchtelingen als een onveilig kamp, dat min of meer aan het front zou liggen. In Makarska deden al vlug, door de met de verhuizing belaste Kroatische functionarissen geenszins tegengesproken maar volstrekt uit de lucht gegrepen, geruchten de ronde dat in Gasinci de Kroaten 's avonds doortocht verlenen aan cetniks (Servische extremisten) die zich dan aan moslims zouden vergrijpen.

“Voorshands is alles hier in orde”, meent de imam in Gasinci. “De medische verzorging door de stad Djakovo functioneert bijvoorbeeld uitstekend.” Maar ook hij vreest dat de atmosfeer er vermoedelijk niet beter op zal worden. “Dit is als het ware de derde fase voor de vluchtelingen: eerst, vorige zomer, was er de euforie, aan het doodsgevaar ontsnapt te zijn. Toen kwamen de buitenlandse hulpverleners, met hun tenten en andere voorzieningen voor de winter. Maar nu is het enthousiasme verdwenen, en lijkt men naar de vluchtelingen vooral nog als een hinderlijk verschijnsel te kijken.”

De imam, die zichzelf beschrijft als een "dissident' in religieus opzicht en die net een door de Kroatische kampleiding als te radicaal ontslagen imam is opgevolgd, maakt verontwaardigd melding van een moslim-politicus die onlangs naar het kamp kwam met opruiende, extremistische praat, waar naar zijn mening niets goeds uit kan voortkomen. Buiten, door de geluidsinstallatie van het kamp, schalt de middag-nieuwsuitzending van radio-Zagreb. De vluchtelingen die over een transistorradio beschikken houden het in hun huisje echter op Radio Sarajevo.

Faruk Redzepagic, bureauchef van Merhamet voor Kroatië in Zagreb, is slecht te spreken over de verhuizing van 620 vluchtelingen naar Pakistan, die naar zijn zeggen mede was georganiseerd door de Bosnische ambassade in Kroatië. Hij acht het onjuist de Bosnische moslims “uit hun context te halen” en meent dat op die manier de Servische droom van de liquidatie van het moslim-volk in Bosnië een handje geholpen wordt. Ook hij vreest voor de toekomst: “Radicalen van beide zijden doen veel kwaad”. De Kroatische overheid neemt hij vooral kwalijk dat zij buitenlandse moslim-organisaties heeft ontmoedigd op Kroatisch grondgebied de vluchtelingen te helpen. “Sommige waren bereid hier investeringen te doen, maar het werd hen bijna onmogelijk gemaakt. En verder verkeerde men nogal eens in de verkeerde vooronderstelling dat iedereen uit het Midden-Oosten met een baard een mujahedeen was, die in Bosnië wilde gaan vechten.”

In een jaar tijd is de bevolkingssamenstelling van het kamp Gasinci duidelijk veranderd. De eerste golf vluchtelingen, veelal uit steden en de middenklasse van Bosnië afkomstig, is er in geslaagd de wijk te nemen naar streken met meer ontplooiingsmogelijkheden, waaronder Nederland. Gekomen, of nieuw gearriveerd, zijn de armsten, boeren, die vaak maar een zeer beperkt idee hebben van het historische drama dat zich om hen heen afspeelt. “Terug naar Modrica”, zegt de oude boerenvrouw, gevraagd naar haar toekomstperspectief. Maar Modrica ligt in een Servische zone. Zou ze ook bereid zijn te leven in een andere, moslim-zone, als zoals Servië en Kroatië willen, Bosnië in drieën wordt opgedeeld? Onbegrip.

Als we het kamp uitlopen, langs de Kroatische politie aan de ingang, komt een jongeman langszij en fluistert “Als het moet, zullen we voor Bosnië duizend jaar vechten.”