Lijsttrekkers wringen zich naar het podium

DEN HAAG, 23 JUNI. In het Haagse mini-theater Branoul hangt een benauwende lucht als de kandidaten voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks zich naar het podium moeten wringen. De zaal is te klein, de kandidaten zo talrijk dat ze slechts bij toerbeurt achter de sprekerstafel kunnen zitten. Maar de sfeer in de Groene familie blijft "lieflijk' en de ruimte voor profileren beperkt.

“We hadden, dacht ik, afgesproken dat we ons niet zouden afzetten tegen de andere kandidaten. Maar we zijn gewoon de beste”, zegt Kamerlid Leonie Sipkes met gespeelde bescheidenheid over zichzelf en haar mede-kandidaat voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks, Paul Rosenmöller.

GroenLinks organiseerde gisteren zijn lijsttrekkersdebat op democratische wijze. De zittende Kamerleden gaven de uitdagers uit den lande voor het hoge ambt in de partij meer sprekerstijd om zich aan het publiek voor te stellen. Met twee duo's, I. Brouwer met M. Rabbae en L. Sipkes met P. Rosenmöller, en senator W. de Boer hebben vijf van de negen kandidaten een zekere bekendheid in en buiten Groen Links, en daarmee de grootste kans door de leden te worden gekozen. De vier buitenstaanders hadden minder routine om hun woorden in het Haagse jargon te modelleren, ze zorgden voor het vermaak.

Volgens Marianne der Zeeuw, raadslid in Zoetermeer, zitten er in GroenLinks nogal wat “gesjeesde wetenschappers”. De studerende bijstandsmoeder Agnes Koelemij noemt zich de “armste kandidaat ooit”. In een persbericht liet ze tevoren weten dat ze na veel omzwervingen in de wereld besloot om toch maar in de politiek te gaan. Ze had “altijd al belangstelling voor rechtvaardigheid en politiek” en wil via GroenLinks “eerlijk delen en respect voor de aarde”. Ze beklaagde zich dat ze geen geld heeft om het land door te reizen, maar dat probleem lost zich op “als ik fractieleider van GroenLinks ben”. Bij andere kandidaten varieerde de typering van GroenLinks van “wereldvreemd” tot “partij met nadenkende juppen”.

Over criminaliteit moesten de kandidaten, zo meende partijvoorzitter Marijke Vos, ook wat zeggen. “We moeten er toch eens over nadenken al is het geen hobby van ons.” Kandidaat Ineke van Gent, raadslid in Groningen, reageerde niet bijster enthousiast op dit verkiezingsthema. Volgens Van Gent leidt het praten over meer cellen en meer politie tot “meer verharding”. Toename van de criminaliteit wil ze tegengaan met “meer bromsnorren in de wijken”.

De kandidaten vanaf de basis konden uithalen omdat de kansrijke kandidaten uit de eerste linie van GroenLinks hun kruit droog hielden. Rabbae, directeur van het Nederlands Centrum voor Buitenlanders (NCB), pleitte voor een “sobere en solidaire samenleving”, wat bijna de verkiezingsleus van de PvdA had kunnen zijn. Zijn mede-kandidaat Brouwer, de voormalige CPN-fractieleidster, prees de kandidatuur van haar duo Brouwer-Rabbae aan via, zoals in de wandelgangen werd opgemerkt, het "allochtonenticket'. Ze vindt dat Nederland een quotumregeling zou moeten invoeren om allochtonen aan werk te helpen. Maar ook GroenLinks, zo voegde ze er fijntjes aan toe, doet “te weinig” om allochtonen voor de partij te winnen.

Het rivaliserende duo Sipkes-Rosenmöller had niet direct verweer op het pleidooi van Brouwer voor een quotumregeling, maar het Eerste-Kamerlid Wim de Boer vond dat dit middel in de praktijk geen “rendement” oplevert. In het theater profileerden kansrijke kandidaten zich zo toch een beetje, zij het vooral tussen de regels door.