Leken laten wel eens een steekje vallen

Op een vergeeld prentje in de gymzaal van het kloosterbejaardenoord "Onder de Bogen' in Maastricht staat de volgende spreuk: Er zijn 37 spieren nodig om een lang gezicht te trekken.

Er zijn er maar 4 nodig om te glimlachen. Dus spaar energie! Moeder Overste moet er zelf om lachen en zegt dat de oudere zusters hun energie vooral in de "hometrainer' steken. “Hier ben ik begonnen en hier wil ik eindigen”, zegt reumapatiënt zuster Joseline (77) later op haar kamer. In 1988 keerde zij terug naar het moederhuis in Maastricht nadat zij jaren als zuster voor de klas had gestaan op scholen in de Haagse Spoor- en Moerwijk. Samen met tachtig andere nonnen (de oudste is 93) woont zij in het kloosterbejaardenoord naast de Sint Servaaskerk aan het Vrijthof. In een ander deel van het klooster wonen nog eens 120 nonnen maar die zijn nog niet aangewezen op de zorg van het bejaardenoord. Eigenlijk heten zij de Liefdezusters van de H. Carolus Borromeus, maar de Maastrichtenaren maakten daar al gauw de "Zusters onder de Bogen' van, naar de twaalfde-eeuwse bogen die het klooster verbinden met de kerk.

De vergrijzing onder de Bogenzusters neemt toe. Zij zouden ook naar een lekenbejaardenoord kunnen gaan maar daar voelen zij niets voor. Zuster Joseline: “We hebben nu eenmaal trouw beloofd aan Christus. We hebben elkaar niet uitgezocht maar we hebben wel dezelfde doelstelling. Hier kunnen we samen op gaan naar God.” Zij worden verzorgd door leken omdat er sinds 1968 geen zusters meer zijn ingetreden die thans de zorg voor de ouderen kunnen dragen. Aan de lekenverzorging hapert nog wel eens wat, vindt de slechtziende zuster Dolorata (87): “De intentie is goed maar de vakkundigheid laat soms te wensen over.” Zelf was zij vroeger hoofd van de verpleging in verschillende ziekenhuizen - dat verklaart misschien haar kritische houding.

De beslotenheid van het leven in een kloosterbejaardenoord benauwt Dolorata omdat zij nog maar zo weinig merkt van wat er buiten de muren gebeurt. Vroeger ging zij op stap met doktoren en verruimden jonge mensen haar geest. In die tijd heeft zij ook haar kloosterkleding verruild voor lekenkleren. “Dat was heel ingrijpend want toen moest ik opeens mijn haren gaan verzorgen en bedenken wat ik aan moest trekken.” Ook de artsen hadden erop aangedrongen dat zij het habijt zou afleggen. Zij vonden het vervelend dat de zuster door haar kleding als buitenstaander werd beschouwd.

Dolorata mist het contact met de buitenwereld. Zij masseert nog wel de voeten van twee leken maar dat staat niet in verhouding tot de grote hoeveelheid voeten van medezusters die zij onder handen neemt. Ook zij heeft bewust voor deze congregatie gekozen omdat er grote mate van vrijheid heerst zowel in gedrag als geloofsbelijdenis. “Je hebt hier ook zeer conservatieve Gijssen-zusters maar wij zitten op een ander niveau”, vertelt Joseline trots, “Wij lezen esoterische boeken en hebben laatst een paragnost uitgenodigd omdat we daar meer van willen weten.” Zuster Dolorata schudt meewarig het hoofd. “Ik behoor niet tot dat groepje hoor.” Beide zusters hebben ook veel gedaan wat God verbood. Om hun eigen geweten te volgen (“en dan praatte je er maar niet over”) overtraden zij de regels. Maar, zo stellen zij, als er geen ongehoorzame zusters zouden zijn geweest was het kloosterleven nog net zo "streng' en "barbaars' als vroeger.