Kliek op de kiek

Ik zag op het kleine scherm, dat onuitputtelijke venster op de aberraties en zotheden van de wereld, een programma over een actiegroep op het eiland Cyprus, die zich verzette tegen de sloop van een monumentale villa aan een met palmen omzoomde avenue.

Die villa moest van de autoriteiten tegen de grond om plaats te maken voor een nieuw gebouw om er het ministerie van Justitie in te huisvesten.

Zo'n wonder van hedendaagse architectuur, u begrijpt het, waarin het altijd te warm is, te koud, te gehorig en te stimulerend voor depressie, agressie en zelfmoord.

Zodat er nog een heel architectensalaris bij moet voor de air conditioning, koeling, isolerende wanden, inpandige behandelkamer, rustgevende potpalmen en hangende tuinen om de functionele en gedurfde visie van de architect enigszins te temperen.

Er verscheen een heer van Justitie in beeld die zei dat de actievoerders die voor de instandhouding ijverden niet zo moesten zeuren over "culturele erfenis' en "patrimonium', want na de sloop zouden er altijd nog foto's van de villa zijn.

Foto's die je kon gebruiken om de stijl en de geschiedenis te bestuderen, als je daar per se behoefte aan had.

Ik zag aan het gezicht van de heer van Justitie dat hij het serieus meende en zeer ingenomen was met zijn vondst.

Hij had een deksels pedant gezicht.

Een paar weken later was ook in Nederland zo'n Cyprioot opgestaan.

Ik hoorde het in het voorbijgaan op de radio, en ik heb niet meegekregen of het nu een gezagsdrager of een architect betrof, maar zoveel was duidelijk dat het om iemand ging die iets met monumentenzorg te maken had.

Misschien had hij het tv-programma ook gezien en inspiratie opgedaan. Misschien ook gaf hij uiting aan iets wat in architecten- en sloperskringen al een tijd in de lucht hing en alleen op expressie wachtte tot de debilisering van hun opdrachtgevers een nieuwe sprong voorwaarts zou hebben gemaakt.

Anders hoor je zo'n uniek en luguber verhaal niet tweemaal in korte tijd.

Het kwam er op neer dat hij de restauratie van negentiende-eeuwse monumenten wilde afstoten, zodat de beschikbare middelen geheel ten goede zouden komen aan de meer urgente zorg voor het zeventiende-eeuwse architectonische cultuurgoed.

Om voor de genteresseerden het gemis aan studiemateriaal te compenseren, zo vervolgde hij, konden de ten ondergang gedoemde panden uit de negentiende eeuw immers van binnen en buiten geheel worden vastgelegd op video en foto.

Een hele troost.

Alleen vergeten de heren architecten en de gezagsdragers, verantwoordelijk voor het behoud van cultuurgoed, dat het juist foto's zijn geweest die ons zo triest hebben gemaakt over wat hun fenomenale ideeën en nijvere klauwen in het verleden hebben aangericht.

Al die foto's van monumentale villa's, statige parklanen, harmonieuze pleinen, volkspaleizen, dokhallen, maneges en kiosken, die bij iedereen zo'n intense weemoed oproepen.

Weg, verdwenen, voorgoed voorbije tijd.

Kapotgemaakt, omvergebulldozerd.

Moedwillig, om plaats te maken voor de schunnige, futloze vulsels die ze moderne architectuur noemen.

Oude monumenten zijn geen studiemateriaal voor lichtelijk getikte genteresseerden. Wat er uit het verleden aan gebouwen en gevelrijen nog resteert is ons aller baken, onze horizon, ons kompas. Zonder die reddingsboei uit tijden van vóór de uitvinding van de moderne architect, boefjesmaat van de sloper, zou ons netvlies troosteloos zijn en de overwinning van de onmenselijkheid compleet.

Foto's van verdwenen architectuur maken niet alleen triest, ze maken woedend.

Geen érg goed idee dus van de heren.

Toch zou het van pas kunnen komen. Bij de afschaffing, bijvoorbeeld, van de nog levende architectenkliek. Voorafgaande aan hun executie kunnen ze dan op foto's worden vastgelegd - ten behoeve van een historische tentoonstelling van verdwenen beroepen. De boeienkoning, de lantaarnopsteker, de doodbidder, de architect, wat klinkt dat rijtje melodieus.