Klassieke verkokering door napluizende denktanks

Notities, rapporten, proefschriften: de Haagse kantoorkasten slibben dicht met adviezen over de reorganisatie van de rijksdienst. Morgen komt er weer een, ditmaal van de commissie-Wiegel, over departementale herindeling. Vandaag begint een serie artikelen waarin afdelingen van departementen worden geportretteerd. Hoe werkt Den Haag? Deel 1: de directie Algemene Economische Politiek van het ministerie van economische zaken.

DEN HAAG, 23 JUNI. Een economische denktank - ieder departement heeft er minimaal één. In de index van de Staatsalmanak zijn ze meestal te vinden onder het kopje "Algeme(e)n(e)'. De taakomschrijvingen van al deze "A-afdelingen' zijn nagenoeg gelijk: ze adviseren de politieke top van het departement over het algemene economische en financiële beleid.

De denktanks vormen een klassiek voorbeeld van verkokering bij de rijksoverheid, constateren de verzamelde secretarissen-generaal in hun recente notitie over de reorganisatie van de rijksdienst. De gedachte dat ieder onderdeel van de rijksoverheid moet beschikken over zijn eigen "wijzen', zijn eigen wetgevingsafdelingen en zijn eigen veldwachters, verraadt “de gezichtsveldverenging die aan hyperverkokerde organisaties eigen is”, schrijven de topambtenaren, met één hand in eigen boezem.

Er wordt ongetwijfeld dubbel werk gedaan, erkent ook de directeur van het Centraal Planbureau, prof. G. Zalm. Hij werkte van 1983 tot 1988 bij de directie Algemene Economische Politiek, de "wijzen' van het ministerie van economische zaken.

“Op alle ministeries worden CPB-publikaties als de Macro Economische Verkenningen en het Centraal Economisch Plan zorgvuldig nageplozen, maar allemaal vanuit een verschillende invalshoek”, zegt Zalm. Denktanks werken in de kantlijn. Ze voorzien nota's, rapporten en studies van kanttekeningen.

De omvang van de gemiddelde denktank is vijftien à twintig man. “Het kan misschien wel met een paar mensen minder, maar je blijft altijd een club mensen nodig hebben die notities van bijvoorbeeld wetenschappelijke instituten, Planbureau, Financiën en De Nederlandsche Bank voor hun departement kunnen vertalen”, meent Zalm. Ook voorstellen van andere ministeries moeten voor de minister van commentaar worden voorzien, als voorbereiding op het overleg in de ministerraad.

AEP van Economische Zaken is met 27 medewerkers groter dan andere "A-afdelingen'. “Maar wij voeren ook het secretariaat van de Centrale Economische Commissie (de belangrijkste ambtelijke adviseurs van het kabinet) omdat de secretaris-generaal van economische zaken qualitate qua voorzitter is”, zegt de huidige AEP-directeur C. van Dijkhuizen. “Wij geven op elke belangrijke economische ontwikkeling commentaar, gevraagd en ongevraagd.”

Onder voorzitterschap van secretaris-generaal prof. F.W. Rutten (1974-1989) steeg het prestige van de CEC, en in de slipstream het prestige van AEP. De kern van de CEC wordt gevormd door de topambtenaren van Economische Zaken, Financiën, Sociale Zaken en Algemene Zaken en de directeur van het Centraal Planbureau. Een directeur van De Nederlandsche Bank woont de vergadering bij als adviseur.

De "Rutten-boys' vormden een begrip in ambtelijk Den Haag. De invloed van AEP nam toe omdat sinds het begin van de jaren tachtig de CEC het kabinet niet alleen adviseert over de (middel)lange termijn, maar nauw wordt betrokken bij de beleidsadvisering op de korte termijn. Het traditionele terrein van advisering - het financiële en sociaal-economische beleid - heeft zich verbreed naar adviezen over de inrichting van de sociale zekerheid, het huursubsidiesysteem, het milieubeleid, het stelsel van gezondheidszorg, het belastingstelsel. Maar allemaal vanuit de economische invalshoek.

Met de komst van secretaris-generaal prof. L.A. Geelhoed als opvolger van Rutten is het werkterrein van AEP uitgebreid. Een notitie over het functioneren van de rijksdienst zou Rutten nooit hebben geschreven. De discussie over de Haagse verkokering is belangrijker geworden dan een discussie over de betekenis van macro-econometrische modellen bij de beleidsvoorbereiding. “Het huidige tijdsbeeld”, constateert Zalm.

Ministers waren vroeger alleen maar genteresseerd in hun eigen beleid. Maar het belang van de ministerraad is toegenomen en daardoor ook van de instanties die de vergadering van de ministerraad voorbereiden. De CEC zorgt er bijvoorbeeld voor dat de ministers in de ministerraad op basis van dezelfde gegevens discussiëren. “Dat voorkomt veel misverstanden en zo wordt volstrekt duidelijk waarover je het niet eens bent”, meent Van Dijkhuizen.

AEP vervult een sleutelrol in het centrum van het ambtelijke adviesweb. De notities van de "wijzen van EZ' (gemiddelde leeftijd dertig jaar) worden geroemd: scherp, bondig, doelgericht en met een goede politieke inschatting. Bij de werkgeversorganisaties VNO en NCW wordt de afdeling nauwlettend in de gaten gehouden. “De activiteiten van AEP geven een goede afspiegeling van de economisch-politieke prioriteiten van het kabinet”, zegt een medewerker van het VNO. De minister van economische zaken is namelijk ook de coördinerende minister van algemeen economische aangelegenheden.

Een ambtenaar van Financiën typeert de AEP-notities als “pleitnota's van een lobby-club”. Economische Zaken is het ministerie van het bedrijfsleven. Het werkterrein is minder breed dan dat van Financiën. “Alle ministeries hebben een club wijze mannen nodig om elkaar in evenwicht te houden, want anders zou een bepaald belang eenzijdig worden vertegenwoordigd”, meent de Financiën-ambtenaar.

AEP is een goede opstap voor een ambtelijke of economische carrière. “Een kweekvijver van talent”, meent Van Dijkhuizen. De huidige minister van economische zaken was eind jaren vijftig directeur AEP. De Groningse hoogleraar Jan Pen was de eerste directeur. En voor veel topambtenaren was na hun studie - meestal economie - AEP de eerste kennismaking met de ambtenarencultuur.

Talent wordt snel zichtbaar (en beloond) omdat de lijnen kort zijn. “De deur van de minister en de secretaris-generaal staat open. Maar daar staat tegenover dat je elk moment van de week kan worden gebeld om op korte termijn een bepaald onderwerp uit te spitten”, zegt Van Dijkhuizen.

Binnen Economische Zaken vervult AEP een sleutelrol. Het is de enige directie die op dezelfde gang zit als de minister.

Maar voor degenen die het heft in eigen hand nemen, blijft er hoop. Het bewijs daarvan is De Bonnefooi, een groepswoning voor 32 personen die in 1991 verrees op een terrein tussen twee Ommoordse flats. De bewoners, negen echtparen en veertien alleenstaanden met een gemiddelde leeftijd van bijna zeventig jaar, namen zelf het initiatief tot de bouw van dit huis. Van de gemeente kregen zij subsidie los, enkele fondsen bekostigden de inrichting en zelf betaalden zij voor deskundige bijstand. ""In het begin verklaarde de deelgemeente ons voor gek, maar het is toch maar mooi gelukt'', zeggen twee bewoners trots tijdens een rondleiding. We bezichtigen enkele appartementen en een gemeenschappelijke woonkamer, wandelen door de als plantentuin ingerichte vide en komen tenslotte uit in een tweede collectieve huiskamer annex keuken, waar de erwtensoep al op het vuur staat. ""Hiervoor woonde ik in Oosterflank'', aldus een van de rondleiders. ""Daar was het een doffe ellende, overal graffiti en vervuiling. Maar moet je nu 's kijken, hier is het ideaal.''

    • Cees Banning