Japans museum doorbreekt zwijgen over oorlogsmisdaden; "Kalme objectiviteit' in Osaka

Japan karakteriseerde zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog altijd als slachtoffer, niet als agressor. Geschiedenisboekjes en musea verzwijgen de wreedheden die het Japanse leger in Azië destijds aanrichtte. Maar in Osaka staat sinds twee jaar een museum waar in “kalme objectiviteit” wordt teruggekeken. Momenteel is er een tentoonstelling van tekeningen van Nederlanders in Japanse kampen, een gezamenlijk Japans-Nederlands initiatief.

OSAKA, 23 JUNI. Met pen en schrift in de hand lopen Japanse schoolmeisjes giechelend door de expositieruimte - allemaal in donkerblauwe rok en witte blouse. Ze doen mee aan een puzzeltocht met vragen als: hoeveel huizen zijn in Osaka door brandbommen verwoest (antwoord: 340.000), hoeveel doden vielen in Osaka (15.000), hoeveel gewonden (31.000), hoeveel mensen verloren huis en have (1.225.000).

“De tragische geschiedenis van de Amerikaanse brandbombardementen op Osaka moet steeds opnieuw worden verteld, van generatie op generatie”, staat met grote zwarte letters op de muur. Sommige meisjes staren verstild naar de gruwelijke foto's, anderen lezen met ernstige gezichten de getuigenissen van leeftijdsgenootjes van bijna vijftig jaar geleden. Maar de meesten hebben meer aandacht voor de goede antwoorden.

Dit is niet het oorlogsmuseum waar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog eenzijdig wordt verteld, zoals dat in Hiroshima en elders in Japan gebeurt, met Japan in de rol van slachtoffer. Het Osaka Internationaal Vredescentrum, is volgens een brochure een museum waar in “kalme objectiviteit en nederigheid” wordt teruggekeken. In de ene expositieruimte een beeld van de verschrikkingen van de meer dan vijftig Amerikaanse luchtaanvallen met brandbommen die grote delen van Osaka verwoestten. In de aangrenzende expositieruimte de wreedheden die het Japanse leger in Azië aanrichtte onder de meedogenloze slogan: brand alles af, dood iedereen, plunder alles.

Het "Vredescentrum' is gevestigd in het hart van de stad, in een adembenemend mooi gebouw met wilde, stereometrische vormen van glas, beton en aluminium. De grillige dakcompositie stelt de landen van de wereld voor die de opdracht hebben in vrede met elkaar te leven. Liefst 900 architecten schreven op de opdracht in en 253 ontwerpen werden ingestuurd. In september 1991 ging het museum open. “We wilden expres de andere kant laten zien, niet alleen die van Japan als slachtoffer”, zegt museumdirecteur Seiichi Fujiwara. Tot nu toe zijn er 130.000 bezoekers geweest. Japan wordt er openlijk gebrandmerkt als agressor.

Hoe reageren de bezoekers? “Geschokt”, zegt Fujiwara. Reacties kunnen de bezoekers kwijt op een formulier. “De meesten zeggen: wat een tragedie, dit nooit meer. Anderen zeggen: het is heel anders dan we op school hebben geleerd.” En wat zeggen de bureaucraten in Tokio? Fujiwara: “De autoriteiten in Tokio hebben nooit iets van zich laten horen, ze hebben dan ook geen financiële steun gegeven. Ik weet trouwens niet eens zeker of daarom ooit is gevraagd. Zeker is dat de opzet van dit museum niet voldoet aan de officiële richtlijnen.”

In een aparte ruimte is een tijdelijke tentoonstelling te zien van tekeningen van Nederlanders in Japanse kampen - voor het eerst in Japan, een initiatief van Osaka, Museon in Den Haag en de stichting Ex-krijgsgevangenen en nabestaanden Japan.

Aangrijpend is de tekening van een jonge Nederlander die in elkaar gedoken zit op de grond, ergens in een kamp in het bezette Nederlandsch Indië. “In deze houding zat hij 24 uur voor onze celdeur voor hij werd geëxecuteerd”, staat op de tekening. De vragen van de Japanse schoolmeisjes gaan niet over deze tentoonstelling. Nieuwsgierig geworden door het grote aantal bezoekers bekijken veel meisjes toch de tekeningen en lezen de Japanse vertalingen.

De oorlog begint in het museum niet op 8 december 1941, de dag dat Japan Pearl Harbor aanviel, maar al tien jaar eerder, op 18 september 1931 met het Mukden Incident, de provocatie van het Japanse leger in China. “Dat bracht Japan met onbeheerste vaart op het pad van de totale vernietiging”, aldus de museumhandleiding.

Van de ruimte met Japan als slachtoffer wordt gezegd: “Net als Tokio, Yokohama, Nagoya, Kobe en andere steden, werd Osaka platgebombardeerd door Amerikaanse brandbommen. Staande voor wat eens het centrale station van Osaka was, kon je kilometers ver kijken. Ontelbare Japanners verloren hun leven, raakten gewond of werden ziek. Maar we zullen nooit vergeten dat Japan verantwoordelijk was voor de grote ontberingen die de mensen in China en elders in Azië hebben geleden tijdens de vijftienjarige oorlog en tijdens het koloniale bewind in Taiwan en Korea”.

En over de ruimte met Japan als agressor: “Vanaf het begin van de oorlog met China (7 juli 1937) tot het begin van de "Pacific War', was de Japanse bevolking compleet dronken gemaakt met het nieuws over de overwiningen. Veel Japanners hadden er toen geen idee van hoe mensen in de Japanse koloniën Korea en Taiwan, op het Chinese continent en in landen van Zuidoost-Azië werden verschroeid door de vlammen van de oorlog. Japan viel zelfs genadeloos onschuldige burgers aan. Pas toen ons land met de grond gelijk was gemaakt en de oorlog had verloren, begonnen de feiten één voor één boven water te komen, maar zelfs nu worden niet weinig van deze feiten in het geheim verborgen gehouden. Het proces om de waarheid van de vijftienjarige oorlog te achterhalen gaat door tot op de dag van vandaag.”