Het "terecht' der realisten

Zal de Europese conferentie in Kopenhagen op korte termijn de moslims in Bosnië een betere toekomst bieden? Ik waag me aan een voorspelling: nee.

De beste bondgenoten van de Serviërs en Kroaten zijn de Europese en Amerikaanse realisten die nu al bijna twee jaar hebben verhinderd dat de agressors ook maar een seconde werkelijke weerstand hebben ontmoet en die ook nu weer hun merkwaardige overwinning hebben behaald. De geschiedenis van de Joegoslavische burgeroorlog is de geschiedenis van het Europese en Amerikaanse realisme.

De realisten hebben van het begin af gewaarschuwd dat een militaire ingreep elke interventie - ook uit de lucht - het conflict zou "verergeren'. (Hoe het, gezien de onafgebroken moordpartijen en verwoestingen zou kunnen worden "verergerd' gaat het voorstellingsvermogen te boven). Terecht hebben de realisten op de moeilijkheden van het gevechtsterrein gewezen. Terecht brengen zij ons in herinnering dat haat en bloeddorst, etnische slachtpartijen, in dit deel van de wereld al eeuwen gaande zijn en nu op historische gronden worden voortgezet. Men kan dat betreuren, maar een realistische visie leert dat het niet uitzonderlijk is.

Terecht hebben de realisten de verontwaardigden onder ogen gebracht dat voor een militaire interventie ten minste 70.000 man nodig zouden zijn en dit niet voor een paar maanden. Misschien terecht voorzien ze een "nieuw Vietnam' (hoewel de oorlog in Vietnam met volstrekt andere bedoelingen is gevoerd). Vrijwel zeker terecht zeggen de realisten dat het zeer de vraag is of de publieke opinie der interveniërende landen die psychologische, dus politieke belasting zou kunnen dragen. De westelijke publieke opinie heeft andere dingen aan haar hoofd, en als de toestand werkelijk ondragelijk wordt kan men nog altijd een briefkaart sturen. Een sterk argument was en is dat onder de mogelijke "interventionisten' misschien wel een eenheid van vrome wensen heerst maar niet meer dan dat; en als de Amerikanen en de Europeanen het eens zijn valt er niets te beginnen.

De westelijke regeringen hebben dus de afgelopen twee jaar terecht een politiek gevoerd waarbij ze erin slaagden de verontwaardiging gepaard aan vreedzame hulpverlening op het vereiste niveau te houden zonder zich in een militaire onderneming te begeven. Terecht, zou men daarom zeggen, heeft het Westen met medewerking van Rusland en de Veiligheidsraad, het voormalig Joegoslavië in quarantaine gehouden. Deze politiek der realisten is nu ontegenzeggelijk geslaagd. Bosnië is in drieën verdeeld. Het gebied der moslims is voor het grootste deel door de Serviërs en de Kroaten opgegeten en de rest staat als dessert gereed. Als we deze door twee jaar werkelijksheidszin gestaalde benadering voortzetten zal het ons realisten geen noemenswaardige moeite kosten erop toe te zien dat de maaltijd wordt voltooid.

Wat is er met de triomf van het realisme bereikt? Dat een onbekend aantal soldaten van westelijke strijdkrachten nog in leven is in plaats van als vredesstichter gesneuveld, en dat een beter te schatten aantal moslims, Serviërs, Kroaten, soldaten en burgers dood is: deskundigen vermoeden omstreeks 100.000. Hoeveel van hen door een interventie het leven was gered weten we weer niet. Het saldo van een dergelijke winst- en verliesrekening valt dus niet op te maken. Maar wel kunnen we met grote zekerheid zeggen dat Milosovic, Karadzic en Tuchman worden beloond voor hun volhardende politiek die in alle opzichten strijdig is met de rechten van de mens waarover juist in Wenen een conferentie wordt gehouden. Deze drie lokale staatslieden hebben een onaantastbaar bewijs geleverd: in Zuidwest-Europa, beschouwd als een modern gebied van welvaart en beschaving, kan met succes een politiek worden gevoerd die de achterlijkste beginselen tot grondslag heeft, en de wreedste methoden van uitvoering, mits de "internationale gemeenschap' de prijs van de interventie te hoog vindt. Met andere woorden: verlangen naar "etnische zuivering', praktische vreemdelingenhaat, blijven theoretisch verwerpelijk maar onder de omstandigheden die na de Koude Oorlog zijn gegroeid is een daarop gegrondveste politiek van actie lang niet uitgesloten.

Deze consequentie van het realisme zal de snel groeiende massa van vreemdelingenhaters in West-Europa welkom zijn. Het gaat na deze driedeling niet meer alleen om het curieuze mengsel van haat enerzijds en realisme anderzijds dat voor het resultaat van Kopenhagen noodzakelijk was. Van evenveel belang is dat onze regeringen, gesteld op rust en op de oplossing van binnenlandse problemen, daardoor chantabel zijn geworden.

Vanzelfsprekend is het niet zo dat de zelfvernietigende "etnische' haat van de partijen in het vroegere Joegoslavië nu een legitimering zou zijn voor de nog obscure clubjes die in andere landen de molotovcocktails gooien. Karadzic en zijn handlangers zijn, na de ettelijke conferenties waar zij een feitelijk gelijk hebben gekregen, natuurlijk geen legitimering voor de nog onbekende obscurantisten in andere landen die de bevolking "zuiver' willen houden; maar ze zijn een praktisch voorbeeld. Karadzic en zijn collega's in het voormalig Joegoslavië geven iedere avond op de televisie aanschouwelijk les: hoe men, tegen alle regels van het Handvest der Verenigde Naties en de Preambule van het NAVO-verdrag met bluf, terreur en volharding, onder de feitelijke hoede van de realisten zijn zin kan krijgen.

Geen situatie is gelijk aan een andere; de methoden van Le Pen zijn niet die van de Duitse skinheads. Maar de etnische zuiveraars in Europa hebben de wind mee. Ook na Kopenhagen wijst niets erop dat er iets wezenlijks zal veranderen. Daarom is het niet zo dat we straks met één zegevierende Karadzic moeten leren leven; er staan er wel tien klaar om, ieder op zijn eigen manier, eens te proberen tot hoever de realisten hun medewerking willen verlenen.

    • H.J.A. Hofland