"Het is heerlijk te werken aan concrete projecten'

Veel jonge mensen zijn het materialisme voorbij. Ze zijn redelijk geslaagd, hebben werk, een huis, een auto, kunnen kopen wat ze willen. Maar er ontbreekt iets. Een leidraad, betrokkenheid. En dus zijn ze op zoek naar meer. Vandaag de zevende aflevering van een serie. Lorette Jongedijk en Fridie van Loon, Soroptimisten.

“Op een gegeven moment werd ik opgebeld door een Soroptimist met de vraag of ik interesse had in een lidmaatschap. Ik had geen idee waar de dame het over had. Maar het klonk niet onaardig, dus ben ik twee keer naar een bijeenkomst gegaan. Korte tijd later werd ik gebeld door de kiescommissie. Ik mocht lid worden. Pas achteraf werd mij duidelijk dat er over mij vergaderd is.”

Mr. Lorette Jongedijk (31) is juriste met een leidinggevende functie bij Nationale Nederlanden. “Wat mij met name aansprak was de veelzijdigheid van de leden. Ik vond een ideaal podium voor verdieping, vriendschap en creativiteit, en dat alles binnen een goed geoliede structuur.”

Drs. Fridie van Loon (31, directeur van Multimedia in Nijmegen, een groot communicatie-bureau): “Opeens stonden er twee dames van de kiescommissie in mijn kantoor. Ze kwamen vrij elitair over, maar dat was niet meer dan mijn eerste indruk. We babbelden wat over ons werk. Een van de dames had een hotel, de ander gaf les. Daar zat 't hem dus niet in. Maar ik vroeg me toen wel af of dit de club was die ik zocht.”

Lorette en Fridie zijn beiden lid van Soroptimist International, een "internationale organisatie van vrouwen die een beroep uitoefenen'.

Voor de Soroptimisten (het woord is een compilatie van twee Latijnse woorden: sorores - zusters - die het beste - het optimum - nastreven) is het verwezenlijken van nobele doelen een belangrijk uitgangspunt. Een van de hoofddoelstellingen is "het nemen of ondersteunen van initiatieven op het gebied van het welzijn en de rechten van de mens, in het bijzonder die van de vrouw'. Maar Fridie was toch vooral naar iets anders op zoek. “Mijn bedrijf stond goed op de rails, maar ik voelde toch behoefte aan een bepaalde ondersteuning, een netwerk. Commerciële motieven speelden een rol, maar ook de wens om met gelijkgestemde werkende vrouwen ervaringen uit te wisselen. Ik was lid van de Vereniging van Academische Vrouwen, maar daar was vooral de universitaire achtergrond de bindende factor. Je had er speciale clubjes van promovendae enzo. Dat was niet wat ik zocht. En in de andere ondernemingsclubs zaten vooral mannen, waardoor ik me toch niet helemaal relaxed voelde.”

Voor Lorette Jongedijk speelde de mogelijkheid tot "networking' een ondergeschikte rol. “Ik werk sowieso wel aan mijn carrière. Het gaat mij om die lezing over de oudheid of om die tachtigjarige zenuwarts die over haar ervaringen vertelt. Je krijgt de diepgang op een presenteerblaadje, alsof je naar de bioscoop gaat! We spreken ook over items als de alleenstaande vrouw en carrière. Dit geeft een aardige zelfreflectie. Verder biedt het Soroptimisme mogelijkheden tot het verrichten van sociaal werk, iets waar je uit jezelf nooit aan toe zou komen.”

Fridie benadrukt dat de zakelijke spin-off te verwaarlozen is, maar dat ze juist daardoor meer oog gekregen heeft voor de sociale kant. “Elke Soroptimisten-club heeft zijn eigen project. Dat van ons is het ondersteunen van Interplast, een organisatie die zorgt voor noodzakelijke plastische chirurgie in de Derde Wereld. We kunnen natuurlijk makkelijk gewoon geld geven, maar dat vinden we niet genoeg. Het gaat om het gevoel echt iets terug te doen, bijvoorbeeld door kerstkaarten te verkopen of kleding in te zamelen.” Lorette: “Het helpen van de wereld stond niet bovenaan mijn verlanglijst, maar ik raak er wel steeds meer in genteresseerd om ook eens wat bij te dragen. Het is heerlijk om te werken aan kleine, concrete projecten. We hebben een blijf-van-mijn-lijfhuis gesteund, gezorgd voor boomaanplant in een Rotterdams kinderziekenhuis en nu loopt een project voor een weeshuis in Suriname.”

Fridie: “In ons land zijn er projecten om herintredende vrouwen financiële en emotionele bijstand te verlenen. Ik ben zelf ook mentor geweest van een beginnende ondernemer. Goede gesprekken kunnen ervoor zorgen dat zo iemand het volhoudt en slaagt.”

De Soroptimisten, in 1921 in de VS ontstaan als vrouwelijke pendant van de Rotary, kennen een strenge ballotage. Fridie: “Essentieel is dat je goed in de club past. Je moet bij voorkeur een beroep hebben dat nog niet voorkomt - professionele heterogeniteit is een van de belangrijkste uitgangspunten. Het zou lastig zijn als je concurrent in de branche ook lid is, want je moet vrijuit kunnen praten over je werk. Verder moeten pijnlijke situaties als een confrontatie met de nieuwe partner van je ex natuurlijk ook vermeden worden.”

De eerste clubavond die Fridie bijwoonde speelde zich af op een kasteel. “Ik dacht "wat moet dat worden als ik ze thuis moet vragen?' maar gelukkig bleek deze locatie een uitzondering. Na het bezoeken van een aantal bijeenkomsten word je lid. Je krijgt een soort inauguratie en je speldje.”

In de club van Fridie (een gemiddelde club heeft zo'n 35 leden; in ons land zijn er ruim 70 met in totaal ongeveer 3000 leden) zitten onder anderen een chirurg, een notaris, een griffier van de rechtbank, een lerares scheikunde, een directeur van een busonderneming en een zwemtherapeute. Fridie: “De meeste leden zijn toch wel boven de vijftig. Ik denk dat zo'n 15 procent onder de veertig is. Maar er wordt hard gewerkt om ook jonge leden te krijgen. Ik ben lid van de landelijke communicatie-commissie waarin we druk bezig zijn om ons anders - dynamischer - te profileren.”

Een maal per maand is er een bijeenkomst. Iemand van buiten houdt een lezing of een clublid vertelt haar "levensbericht'. Verder zijn er excursies, naar iemands bedrijf of naar een van de sociale projecten die door de Soroptimisten worden gesteund. “Mijn club is ook op bezoek geweest bij mijn bedrijf. Dat is belangrijk, want men kan je beter plaatsen en je bouwt een sterkere band op.”

Fridie: “Het sociale aspect is een wezenlijk deel van het Soroptimisme, al gaat de ene club natuurlijk verder dan de andere. Ik ben het niet eens met mensen die zeggen dat we er uitsluitend goede sier mee maken. Ik weet van een club die een boekje voor gehandicapten heeft gemaakt over uitgaan. Ze hebben maandenlang tientallen horeca-gelegenheden in de omgeving bezocht en overal checklijsten ingevuld. Dan kun je toch niet zeggen dat het sociale aspect erbij is gesleept.”

    • Micha Kat