EG draagt na twee jaar haar morele pretenties ten grave

KOPENHAGEN, 23 JUNI. De Europese regeringsleiders beleefden gisteren in Kopenhagen een afgang in de Bosnië-crisis. “Het is treurig om te constateren, maar de internationale gemeenschap beschikt niet over de middelen om mensen die vastbesloten zijn elkaar te haten en te doden daarvan te weerhouden.” Met dit ene zinnetje van EG-raadsvoorzitter Niels Helveg Petersen maandagmiddag werden twee jaar Europese politieke en morele pretenties in de Bosnië-oorlog begraven.

Tegelijk maakte zich een gevoel van frustratie meester van de regeringsleiders. Europa heeft zich klemgezet in de Bosnië-crisis. Militair ingrijpen wil niemand - de EG houdt het bij sancties, een wapenembargo, humanitaire hulp en politieke bemiddeling. Het effect blijkt uiterst beperkt. Er zijn in Bosnië naar schatting twee miljoen vluchtelingen en al 150.000 doden, en het is niet onwaarschijnlijk dat het conflict overslaat naar belendende gebieden. De EG-regeringsleiders hebben er zich bij neergelegd dat een oplossing nu maar van de strijdende partijen zelf moet komen. De facto gaat de EG daarmee akkoord met een driedeling van Bosnië, zoals de Serviërs en Kroaten die voorstellen. Europa erkent alleen nog scheidsrechter te kunnen zijn “die er het beste van probeert te maken”, zoals premier Lubbers het samenvatte. Hij vond het een “treurige dag” voor Europa.

Voor het eerst werd in Kopenhagen dus toegegeven dat de EG politiek had gefaald bij het afdwingen van vrede, waarbij Petersen erop toezag dat ook de Verenigde Naties in de mislukking deelden. Europa beperkt zich voortaan tot een rol in de achterhoede; ervoor zorgen dat de moslims in een vredesakkoord op minimale bestaansvoorwaarden kunnen regelen. De Gemeenschap stelt nog wel een lijst voorwaarden op, waaraan een vredesakkoord moet voldoen. Maar nu men zich in de praktijk heeft neergelegd bij de verhoudingen op het slagveld, hebben die weinig moreel of politiek gewicht meer. “De Raad accepteert geen territoriale oplossing, gedicteerd door Serviërs en Kroaten ten koste van de moslims”, zo zegt de slotverklaring. Maar niemand kon in Kopenhagen zeggen of en zo ja, welke consequenties de EG hieraan zou verbinden. Veel geloofwaardige "opties' zijn er na twee jaar van resoluties niet meer over. Het viel op dat de EG voor het eerst in maanden niet meer sprak van "strengere maatregelen'. Zelfs het cliché "er worden geen opties uitgesloten' ontbrak deze keer.

De EG stelt als voorwaarde dat Bosnië-Herzegovina als soevereine staat blijft voortbestaan. De "territoriale integriteit' van het land moet eveneens worden gerespecteerd. Maar wat betekent dat, nu Serviërs en Kroaten Bosnië hebben verdeeld en die realiteit door de EG is aanvaard als uitgangspunt van een vredesakkoord? Het kan hooguit slaan op de "integriteit' van de veroverde gebieden, die daarmee dus feitelijk door Europa worden erkend. In New York liet ex-VN onderhandelaar Cyrus Vance weten zeer treurig te zijn door de ontwikkelingen. De nieuwe benadering noemde hij “dead wrong”.

Bij kanselier Kohl zocht de frustratie een uitweg in een pleidooi, maandagavond aan het diner, om het wapenembargo voor de moslims op te heffen. Hij bleek een brief van president Clinton te hebben ontvangen, waarin deze ook pleit voor het “recht op zelfverdediging” voor de moslims. Buiten steun van Nederland, Portugal en een aarzelend België kreeg Kohl de handen niet op elkaar. De kanselier stelde openlijk de vraag of zelfbescherming voor de moslims “niet een morele plicht is” van Europa. Bij de Britten stuitte hij op een categorisch nee. Maar president Mitterrand zei wel degelijk “begrip” voor het Duitse standpunt te hebben, hoewel hij opheffing van het embargo ook “la solution de désespoir”, een wanhoopsoplossing, noemde. Toch wisten Mitterrand en Lubbers de discussie in nieuw vaarwater te brengen. Zij drongen aan op een “stevige” toezegging van Europa voor 7500 man VN-troepen ter bewaking van de zes belegerde moslim-steden. “We moeten ook doen wat we beloofd hebben”, zei Mitterrand. En zo vermeldde de slotresolutie dat “de Raad bij de lidstaten aandringt om positief te antwoorden op het verzoek van de VN om troepen en geld”. Maar gisteren werd al duidelijk dat alleen Frankrijk, Italië en Nederland (400 man) extra troepen zouden willen sturen. Premier Major weigerde. “We hebben onze bijdrage al geleverd”. Een uiterst mager politiek signaal dus.

De pretentie dat Europa de Serviërs er ooit met sancties toe zal dwingen op de voorwaarden van het Vance-Owenplan in etnisch gemengde gebieden samen te wonen, is dus vervlogen. Het plan, dat sinds oktober vorig jaar als centrale doelstelling voor de EG gold, is gereduceerd tot een naslagwerkje voor de onderhandelingen in Genève. De regeringsleiders hielden vast aan de "principes' die vooral in een vredesakkoord moesten voorkomen. Maar of er ooit iets van terechtkomt, zal helemaal afhangen van de overtuigingskracht van EG-onderhandelaar Owen en de wens van de Serviërs om de betrekkingen met Europa te herstellen. De Brit hield de moed er nog in. Volgens hem zijn de Serviërs en Kroaten wel degelijk gevoelig voor de economische sancties van het Westen. Zij zouden “niets liever” willen dan dat die worden opgeheven. De immer zelfbewuste Owen meende zelfs dat het hem zou lukken de Serviërs tot teruggave van grote stukken veroverd gebied te dwingen.

Dit als "pragmatisch' verkochte EG-beleid heeft iets cynisch. De sancties die ooit werden ingesteld voor een hoog politiek en moreel doel - het afstraffen van gebiedsveroveringen en etnische zuiveringen - dienen nu om de resultaten daarvan af te kopen. In plaats van een stok achter de deur zijn de sancties nu een "lokkertje' geworden. Als de Serviërs beloven zich jegens de moslims netjes te gedragen, praat Europa nergens meer over. Eind goed, al goed - en succes met de nieuwe "confederatie', zo lijkt Europa de Serviërs, Kroaten en moslims toe te roepen.

Het enige vuiltje tijdens de tweedaagse Europese top was de houding van de moslims. Die wensen namelijk niet te onderhandelen met de Serviërs en Kroaten, die ze, tot voor kort gesteund door de EG, als agressor aanmerkten. Er viel dan ook op de top enige irritatie te bespeuren tegen deze koppige houding. Owen wees erop dat er een grens is aan de mate waarin de VN en EG-bemiddelaars de belangen van de moslims in de onderhandelingen kunnen verdedigen. Daarmee was het toneel klaar voor het dramatische bezoek van president Alija Izetbegovic aan de top in Kopenhagen. Hij bleek de EG keihard te verwijten dat het met het wapenembargo medeschuldig is aan de “vernietiging en de voortgaande volkerenmoord in Bosnië”. Zijn land wordt beroofd van het wettelijke recht op zelfverdediging; het wapenembargo moedigt volgens hem zelfs de agressoren aan. Izetbegovic bleek er wel in te slagen het wapenembargo op de agenda te krijgen, maar zonder resultaat. De EG-ministers die hem ontvingen drongen aan op een terugkeer naar de onderhandelingstafel. Izetbegovic speelde het hoog, hij wilde eerst een wapenstilstand in Bosnië zien, een einde aan de belegeringen van de zes "veilige gebieden' en voldoende garanties van de EG. Hij vertelde de Europeanen dat hij de overlevingskans van de zes moslim-enclaves op niet meer dan twee à drie maanden schatte.

De onderhandelingen over "vrede' in Bosnië zijn vandaag in Genève hervat, zonder Izetbegovic. Europa heeft zich erbij neergelegd.