Een tunnel te ver

RUIM EEN JAAR geleden was de stemming bij minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) nog ronduit euforisch.

Niet verwonderlijk, want de geldpotten leken geopend. Ze had de concept-overeenkomst voor de private financiering en exploitatie van de Wijkertunnel naar de Tweede Kamer gestuurd en noemde bij deze gelegenheid de voor Nederland bijzondere constructie “een nieuwe belangrijke stap om marktpartijen verder te interesseren voor de financiering van grote infrastructurele projecten als de hoge-snelheidslijn en de Betuwelijn”. Na gisteren is dit echter een stuk onzekerder geworden. Het debat in de Tweede Kamer over bij de financiering van de Wijkertunnel verstrekte informatie leidde tot twee conclusies: Maij-Weggen heeft de Kamer niet misleid en mag derhalve blijven zitten, maar het net gentroduceerde systeem van private financiering lijkt zijn langste tijd al weer te hebben gehad. De animo bij de Tweede Kamer is na de ervaringen met de Wijkertunnel in elk geval uiterst gering.

De "tunnelaffaire' was allereerst een politieke zaak. Alles draaide om de vraag of Maij-Weggen toen de Tweede Kamer vorig jaar september sprak over het contract voor de Wijkertunnel wel of niet op de hoogte was van nieuwe vervoersprognoses. Een voor private financiering cruciaal punt aangezien de vergoeding aan de geldverstrekkers afhankelijk is van het aantal auto's dat door de tunnel gaat. Het aanvankelijke verweer van de minister deed nogal chaotisch aan. Twee brieven naar de Tweede Kamer die vooral nieuwe vragen oproepen waardoor een derde brief noodzakelijk is - het oogt allemaal niet sterk.

AAN DE ANDERE kant was de assertiviteit van de Tweede Kamer ook overdreven. Wel erg snel werden de bevindingen van een ambtelijke ondersteuningscommissie van de Kamer als onomstotelijk feit beschouwd. Een telefoontje naar het ministerie van verkeer en waterstaat had voor veel opheldering kunnen zorgen. Het enige dat de Kamerleden de minister gisteren nog konden verwijten was dat zij hen eind vorig jaar niet heeft geattendeerd op het feit dat een bijlage bij het definitieve contract gewijzigde cijfers bevatte. Cijfers van de financier die voor de minister van geen belang zijn omdat zij in haar berekening van de eigen, lagere, prognoses blijft uitgaan.

Na de commotie van eind vorige week om de persoon van de minister was het debat van gisteren een anti-climax. Van misleiding was immers geen sprake geweest. De kritiek van de Kamer op de minister verschoof zodoende geleidelijk van onvoldoende inlichten naar slecht onderhandelen met de financiers. Maar dat was al een jaar geleden geconstateerd toen de Tweede Kamer haar terugstuurde omdat zij een te duur contract had afgesloten.

Niet Maij-Weggen maar het systeem van private financiering is door de recente gebeurtenissen ter discussie komen te staan. Een wijze van financieren die altijd duurder is dan wanneer de overheid het zelf doet. Hoeveel de meerkosten zijn blijkt pas na dertig jaar, aan het einde van het contract, als het verschil tussen het verwachte aantal auto's en het werkelijke aantal gepasseerde auto's kan worden uitgerekend. Maar in het stadium dat nog slechts sprake is van bouwtekeningen hebben de contractpartijen louter belang bij hun eigen verwachtingspatroon. De financier is gebaat bij zo laag mogelijke prognoses om de maximale prijs per passerende auto te kunnen bedingen, terwijl de overheid juist belang heeft bij zo hoog mogelijke prognoses om een zo laag mogelijke prijs per auto te bereiken. Het is gedrag dat meer doet denken aan de optiebeurs dan aan deugdelijke financiering van grote infrastructurele werken.

EEN GOEDE infrastructuur in stand houden behoort tot de kerntaken van de overheid. Dat moet gebeuren zonder gekunstelde financiële constructies, maar door het stellen van prioriteiten in de begroting. Dat de Tweede Kamer nu ook tot die overtuiging lijkt te komen is het enige lichtpuntje aan het eind van een eigenaardig verlopen tunneldebat.