CNV-bonden willen voor werk loon inleveren

OOSTKAPELLE, 23 JUNI. De bonden van de christelijke vakcentrale CNV zijn in principe akkoord met het streven milieu en werkgelegenheid voorrang te geven boven loonsverhoging. Afhankelijk van de afspraken over werkgelegenheid, milieu en solidariteit met de Derde Wereld stellen de vakbonden hun looneisen naar beneden bij.

Met uitzondering van de katholieke onderwijsbond KOV hebben de christelijke vakbonden zich gisteren verplicht deze uitgangspunten voor het CAO-overleg van 1994 met hun leden te bespreken. Daarmee namen de bonden min of meer afscheid van het plan-Westerlaken. De voorzitter van de vakcentrale stelde vorig jaar voor de komende vijf jaar genoegen te nemen met koopkrachtbehoud en het resterende geld te gebruiken voor "goede doelen' (milieu, Derde Wereld, hogere kwaliteit van de arbeid).

Nu zullen de vakbonden per bedrijf of sector bekijken wat de mogelijkheden zijn. “Eerst goede afspraken en dan pas loonmatiging. Want we willen geen geld in de bedrijven laten zitten”, aldus voorzitter D. Terpstra van de Industrie- en Voedingsbond CNV. Westerlaken beklemtoonde gisteren dat de looneisen voor het volgend jaar een maximum noch een minimum zullen kennen. “Daarmee kunnen kwalitatieve afspraken in sommige gevallen leiden tot verlies van koopkracht”, erkende hij.

Westerlaken toonde zich na afloop van de algemene jaarvergadering in het Zeeuwse Oostkapelle teleurgesteld. De voorzitter had gehoopt een inhoudelijke discussie te voeren over het sociaal-economisch programma voor de komende vier jaar. Een aantal bonden vond echter dat Westerlaken hen te weinig tijd bood om de samenvatting van het programma met het eigen bestuur en de achterban te bespreken. De centrale en de bonden spraken vervolgens af het definitieve programma in september vast te stellen.

Directeur Zalm van het Centraal Planbureau (CPB) prees gisteren de moedige stap van het CNV om milieu en werkgelegenheid boven inkomen te stellen.