Bruine beestjes en lekkages in illegale pensions

Vorige week begon een Rotterdams projectteam een grootschalig onderzoek naar de brandveiligheid en hygiënische omstandigheden in de naar schatting duizend "illegale logementen' in de stad. Na de brand in het Haagse pension Vogel in september vorig jaar, waarbij elf mensen omkwamen, staan deze illegale kamerverhuurbedrijven hoog op de gemeentelijke prioriteitenlijst.

ROTTERDAM, 23 JUNI. Of ze last van muizen heeft, wil inspecteur G. Paardekam van Bouw en Woningtoezicht weten. Muizen? Dat woord kent D. Arroun niet. Wel legt ze uit dat er 's avonds onder het televisiekijken soms van die harige bruine beesten onder haar bed rondlopen. “Die sla ik met de schoen op hun kop”, zegt ze krijgshaftig.

Samen met haar kind bewoont Arroun, een gezette vrolijke Marokkaanse vrouw, een kamer van drie bij drie meter aan de Spangesekade in Rotterdam. Het huis valt onder een besloten vennootschap, die op naam staat van de dochter van een bekende voormalige heerser over een Rotterdams seksimperium. Het regent wel eens door: “Als de mensen boven douchen, douche ik ook.” En ze heeft soms ruzie met haar onderburen omdat haar kind te veel lawaai maakt. Haar huur, 350 gulden, betaalt ze aan een stroman van de eigenaar.

Officieel deelt Arroun het pandje met dertien mensen, in werkelijkheid blijken er na inspectie van Bouw en Woningtoezicht slechts zeven mensen te wonen. De andere zes gebruiken de woning als postadres of zijn ex-bewoners die zich nooit hebben laten uitschrijven. Paardekam heeft zijn conclusies over het pand snel getrokken: op het punt van brandveiligheid en hygiëne schiet het tekort, maar de eigenaar krijgt een kans verbeteringen aan te brengen. Vergeleken met een pand in de Balkenstraat, dat de inspecteur even eerder bezocht, is het een verademing. Daar betalen enkele Antilliaanse families huren van 800 gulden voor twee kamertjes in een krot vol donkerbruine doorlekkende plafonds, een beschimmeld tapijt, blootliggende bedrading en verstopte toilets. Dat pand zal snel worden gesloten.

Het huis aan de Spangesekade is een van de ongeveer duizend "verdachte panden' in Rotterdam die de "projectgroep logementen' het komende jaar wil bezoeken. De projectgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Bouw en Woningtoezicht, de sociale dienst, de bestuursdienst, de brandweer en de GGD, kreeg bestuurlijk de wind in de zeilen na de brand in het illegale Haagse pension Vogel in september vorig jaar, waarbij elf mensen om het leven kwamen. Om herhalingen te voorkomen wil de projectgroep, na een steekproef onder 150 panden, in de loop van het jaar alle "verdachte panden' in Rotterdam controleren op brandveiligheid en hygiëne.

De eigenaars krijgen de keus: verbeteringen aanbrengen en legaal kamers verhuren of sluiten. Een pand is verdacht als een groot aantal bewoners op hetzelfde adres is ingeschreven, zonder dat dit als pension of kamerverhuurbedrijf te boek staat. Maar een verdenking zegt niet alles. Paardekam: “Ik heb een pand onderzocht waar volgens de sociale dienst een man of dertig woonden. Dat bleek een jaar eerder te zijn afgebrand.” Vaak zijn de gemeentelijke bestanden vervuild omdat mensen verzuimen zich uit te schrijven wanneer ze verhuizen.

Illegale logementen stellen de gemeente voor een dilemma. Want al zijn ze illegaal, brandgevaarlijke en onhygiënisch, ze vangen wel de mensen op die om welke reden dan ook buiten de reguliere woningmarkt vallen. Als Rotterdam inderdaad duizend illegale logementen heeft, gaat het om ten minste tienduizend bewoners. Wil de gemeente ernst maken met haar sluitingsbeleid - en dat is de projectgroep logementen na de zomer van plan - dan moet er vervangende woonruimte beschikbaar zijn. Men hoopt de woningbouwcorporaties bereid te vinden een aantal huizen voor voormalige bewoners van illegale logementen beschikbaar te stellen. Dat zal nodig zijn, want bij een eerdere controle-actie slonk het enthousiasme al snel toen bleek dat de sociale dienst in veel gevallen de bewoners in hotels moest onderbrengen.

Een probleem is dat de controle-actie voor een deel op "juridische bluf' is gebaseerd, zoals een ambtenaar van Bouw en Woningtoezicht het uitdrukt. Men baseert zich op de gemeentelijke logementenverordening uit 1970, maar sinds het aannemen van het landelijke Bouwbesluit door de Tweede Kamer in de herfst van vorig jaar, zijn dit soort gemeentelijke verordeningen juist overbodig verklaard. En in het landelijke Bouwbesluit is nog niets geregeld voor illegale logementen. “Als het pand kleiner dan 500 vierkante meter is, moeten we het feitelijk beschouwen als woonhuis”, zegt Paardekam. “Maar als dat woonhuis onderverdeeld is in kamertjes, onstaan er problemen met de brandveiligheid.”

Een voorbeeld: volgens de Rotterdamse brandveiligheidsnormen hoeven huizen met een gevel aan de straatkant niet over een "tweede vluchtweg', een brandtrap, te beschikken, omdat de brandweer in principe zeven minuten na de melding voor het huis staat en de bewoners daarom geduldig voor het raam kunnen wachten tot de brandladder wordt uitgeschoven. Wordt het logement als woonhuis beschouwd, dan kan de eigenaar daarom niet worden gedwongen een brandtrap aan de achtergevel aan te brengen: de bewoners hebben immers formeel vrije toegang tot de voorgevel en beschikken dus over hun "tweede vluchtweg'.

Wanneer de bewoner van de voorkamer dus met vakantie is wanneer brand in het trappenhuis uitbreekt, bestaat de kans dat bewoners van de achterkamers meer dan de door de brandweer toegestane zeven meter naar beneden moeten springen. In 1996 wordt het Bouwbesluit aangepast, dan worden er wellicht ook bepalingen opgenomen over logementen. Paardekam: “Tot die tijd moeten we dus maar creatief zijn.”

    • Coen van Zwol