Acties op Antillen dienen ook staatkundige doelen

ORANJESTAD, 23 JUNI. Bij de begin deze week bekend geworden justitie-operatie "Watersnood' op de Antillen en Aruba staan grotere belangen op het spel dan louter justitiële.

Maandag deden Nederlandse opsporingsambtenaren, bijgestaan door lokale politiemensen, huiszoeking op in totaal 28 plaatsen op St. Maarten en Aruba. Op St. Maarten kregen daarbij onder andere de lokale sterke man Claude Wathey en de Siciliaanse hotelmagnaat Rosario Spadaro bezoek, in verband met vermoedelijke frauduleuze praktijken bij de uitbreiding van het vliegveld en de zeehaven van het eiland. Op Aruba spitst het onderzoek zich voorlopig toe op het nimmer afgebouwde Beta-hotel. Op hetzelfde eiland zijn echter nog twee andere hotelbouwprojecten, Eagle Beach en Plantation Bay, onder dubieuze omstandigheden mislukt.

Justitie vermoedt dat de eigenaren van Beta-Enterprises N.V. de helft van een lening van 40 miljoen dollar, bedoeld voor de bouw van het Beta-hotel, in eigen zak hebben laten verdwijnen. Omdat Aruba zich indertijd garant stelde voor de hotelprojecten, wordt het land bedreigd met omvangrijke schadeclaims. Deze worden geschat op 180 miljoen gulden.

Justitie gaat er van uit dat een zelfde groep mensen verantwoordelijk is voor de Arubaanse en de St. Maartense affaires. Met het oog daarop werd een speciaal opsporingsteam geformeerd dat werkt onder de codenaam Recherche Onderzoek St. Maarten en Aruba (ROSA).

Nederland is achter de schermen overigens al ruim een jaar bezig met opsporingsonderzoeken in de Carabische Rijksdelen. Dat resulteerde in september 1992 in de arrestatie op St. Maarten van een oud-minister en diens vrouw. In maart van dit jaar werd verder een St. Maartense notaris aangehouden op verdenking van medewerking aan een illegale landwinning op dat eiland.

Ongetwijfeld wordt het Nederlandse justitiële ingrijpen op de eilanden gemotiveerd door de gebruikelijke doelen: opsporing, vervolging van strafbare feiten, het berechten en straffen van verdachten in het belang van het herstel van de rechtsorde, en - wat verder weg - algemene en specifieke preventie.

Nederland streeft daarbij waarschijnlijk ook nog een modern doel na: het in beslag nemen van criminele vermogens. Dat is modern omdat dit pas relatief recent door nieuwe wetgeving mogelijk is gemaakt.

Voorts zou het natuurlijk mooi meegenomen zijn als onderzoek zou uitwijzen dat de exportkredietverzekeraar Sace, een Italiaans staatsbedrijf, direct te maken heeft met de vermoede zwendel van het aannemersconcern SICEL op Aruba. Sace geldt als potentiële schuldeiser van het eiland. Als bewezen kan worden dat functionarissen van deze Italiaanse onderneming inderdaad geknoeid hebben, ziet de toekomst van Aruba er in één klap een stuk zonniger uit. Op dit moment lijkt het er nog op dat de economie van dit piepkleine land (de begroting heeft een totale omvang van 400 miljoen gulden) voor de komende 15 jaar grondig zal worden ontwricht, aangezien jaarlijks 20 miljoen gulden opzij gezet moet worden ter dekking van mogelijke claims.

Een voor de hand liggend motief voor het Nederlandse optreden is verder het ontmoedigen van corruptie, of een ál te soepele opstelling, bij overzeese bestuurders en politici. Immers als hoofdverdachten staan deze week wel een aantal mensen met Italiaanse achternamen in de schijnwerpers (Ghini, Bertucci, Spadaro), maar zonder de welwillende medewerking van plaatselijke bestuurders konden zij niet hun gang gaan.

Hier valt een rechtstreeks verband te leggen tussen de operatie "Watersnood' en de discussies tussen Nederland, de Antillen en Aruba over de vernieuwing van de staatkundige structuur, die morgen weer in Willemstad worden voortgezet. Twee doelen die Nederland daarbij op het oog heeft is de verbetering van bestuur en rechtsstaat op de eilanden. Wellicht is het daarom ook niet toevallig dat het justitie-optreden juist deze week plaatsheeft.

Formeel gebeurt de operatie "Watersnood' onder auspiciën van de ministers van justitie van Aruba en de Nederlandse Antillen, respectievelijk R. Croes en mr. S. Römer. In werkelijkheid is de regie in handen van Nederland, of zoals de Antilliaanse hoofdofficer van justitie Piar het noemde: Nederland verleent “bijstand bij de leiding van het onderzoek”.

De Carabische counterparts hebben zeker toestemming gegeven voor het Nederlandse optreden, anders zou de hele operatie overigens ook illegaal zijn, want de opsporing en vervolging van strafbare feiten in de overzeese gebiedsdelen is een plaatselijke verantwoordelijkheid. Die toestemming geeft de Antilliaanse en Arubaanse vertegenwoordigers aan de onderhandelingstafel over de nieuwe staatkundige structuur een argument in handen waarmee de noodzaak van verdergaande bemoeienis van Nederland op strafrechtelijk gebied kan worden ontzenuwt. We werken al keurig samen, dus er is geen noodzaak om het Openbaar Ministerie onder gezag van Nederland te laten werken, zoals de Antilliaanse premier Liberia Peters vorige week al zei.

Tot nu toe houdt Nederland echter hardnekkig vast aan de eis om meer zeggenschap te krijgen over het vervolgingsbeleid op de Antillen. En dat is niet zonder reden. Twee jaar geleden bijvoorbeeld beëindigde de toenmalige Arubaanse minister van justitie, mr. H. Croes (de broer van de huidige minister), het contract van twee Nederlandse officieren van justitie, omdat zij een hem onwelgevallige strafrechtelijke vervolging door wilden zetten. Op dit moment speelt een soortgelijk conflict tussen de Antilliaanse procureur-generaal Pietersz en minister Römer.

Vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur, waar Nederland naar zegt te streven, lijkt het onontkoombaar dat de Arubaanse en Antilliaanse Openbaar Ministeries inderdaad formeel onder Nederlandse regie komen. Ook al omdat er op dit moment, ondanks alle goede bedoelingen en formele rookgordijnen, toch een soort justitiële Bonanza aan de gang is op de eilanden.