Zwartkijkers blijven twijfel zaaien

Na vier kwartalen recessie is de Japanse economie in de eerste drie maanden van dit jaar met 2,3 procent gegroeid op jaarbasis. De reusachtige oppep-maatregelen van de - nu demissionaire - regering, de laatste van 10,7 biljoen yen, omgerekend een slordige 200 miljard gulden, bewerkstelligen de conjuncturele omslag. De bouwactiviteit in publieke werken explodeerde met 19,2 procent in het eerste kwartaal van dit jaar.

Toch blijven economen zeuren. Deze beroepsgroep, die op universiteiten weinig anders heeft geleerd dan intellectuele onzin, slim verpakt in quasi-wiskunde, weet voldoende feiten op te sommen die twijfel zaaien. De particuliere bestedingen daalden met 0,1 procent (op jaarbasis, vergeleken met het vorige kwartaal), omdat bedrijven en consumenten de overheidsbestedingen niet volgen, zo luidt hun droeve requisitoir. Vergeleken met vorig jaar was de daling zelfs 2,8 procent!

Dat de particuliere consumptie met 4,7 procent toenam (op jaarbasis) wijten zij aan seizoen-factoren. “De economische groei is boven verwachting”, dus zal de groei “in het volgende kwartaal wel tegenvallen”, verwoordde een econoom de stemming onder zijn zwartkijkende geloofsgenoten - en passant wijzend op de magere economische groei in het afgelopen begrotingsjaar (dat eindigde op 31 maart): 0,8 procent reëel, heel wat minder dan de officiële groeidoelstelling van 1,6 procent. Geen van deze zwartkijkers gelooft dat de doelstelling voor dit jaar - 3,3 procent - wordt gehaald.

Nog een cijfer. Voor het eerst in 29 maanden is het Japanse handelsoverschot in mei gedaald. Niet veel, slechts 0,1 procent (vergeleken met mei '92), maar toch. De befaamde J-curve (door de almaar stijgende yen daalt het handelstekort van de rest van de wereld eerst verder voor het keerpunt optreedt) blijft uit. Normaal gesproken zou de dure yen de Japanse export in waarde moeten doen toenemen om pas later in volume te dalen, maar het handelsoverschot nam af in waarde. De invoer steeg indrukwekkend met 8,2 procent.

Goed, met 13,2 procent nam de invoer toe van auto's uit Amerika - Japanse auto's. Maar ook de invoer van vliegtuigen, halfgeleiders en hout steeg - puur Amerikaanse produkten. Het handelsoverschot met de Verenigde Staten daalde zodoende met 2,1 procent (vergeleken met mei vorig jaar). Met de Europese Gemeenschap daalde het overschot liefst met 27,1 procent en de export naar Europa tuimelde met 12,6 procent, vooral bij auto's en elektronische apparatuur - cijfers die het EG-bureau in Tokio zo hebben geschokt, dat het bijna tien meter fax-papier met cijfers & uitleg stuurde naar iedere buitenlandse correspondent in Tokio.

Uiteraard zijn de Japanse autoriteiten voorzichtig geworden. Te vaak hebben ze de wereld iets op de mouw gespeld. Te vaak moesten ze bakzeil halen. Maar de jongste cijfers tonen dat de Japanse economie het conjuncturele dal is gepasseerd. Op de komende wereldtop van de G-7, die begin juli in Tokio plaatsheeft, kan het land laten zien dat in Japan de wereldrecessie voorbij is.

Wat nog roet in het eten kan gooien is de politieke storm die in Japan is losgebroken. De financiële markten zijn ongerust, de onzekerheid over de Japanse politieke toekomst is groot. De yen daalde, de beurskoersen ook. Maar vandaag is het tij gekeerd. De beurskoersen stegen. De markten beseffen blijkbaar dat de kans op een nieuw, stabiel en volwassen politiek bestel groter is dan ooit. Politieke chaos à la de jaren dertig die militairen de macht deed grijpen, is in het nog nooit zó internationaal georiënteerde Japan vrijwel uitgesloten. De ondernemers, die het land tot tweede economische macht hebben gemaakt, zouden hara kiri plegen als de chaos kans kreeg.

Amerika, wiens verstandhouding met Japan puur economisch is geworden, zal geduld moeten oefenen. De nieuwe ronde handelsbesprekingen over het "eeuwige' handelstekort met Japan zullen de Amerikanen niet al op korte termijn de resultaten geven die zij willen. Japan weigert sowieso tegemoet te komen aan hun eis in te stemmen met "targets' - kwantitatieve marktaandelen voor Amerikaanse produkten op de Japanse markt. En het Japanse verzet zal geprononceerder worden.

De 21ste eeuw is voor Azië. De fenomenale opkomst van China en de voor velen in het Westen onzichtbare, maar onstuimige economische groei van Zuidoost- en Oost-Aziatische landen betekenen dat Japan meer en meer een economisch strategische rol in Azië krijgt, zo mogelijk samen met China. Japan is een rijpe economie geworden, maar het heeft nog een groeipotentie van drie tot vier procent. De "aziatisering' van Japan, even onderbroken door de uit elkaar gespatte "bubble'-economie, is weer in volle gang. De Japanse investeringen in Amerika en in Europa nemen dramatisch af, in Azië weer volop toe. De recessie is, als elke recessie, in Japan een kortstondig verschijnsel. Het herstel is begonnen. De komende decennia gaat de race niet meer tussen Japan en Amerika (Europa speelt in Japan in dit opzicht geen rol van betekenis), maar tussen Japan en de rest van Azië.