Wij vertegenwoordigen wereldproblemen

WENEN, 22 JUNI. Israelische en Arabische afgevaardigden gingen samen naar McDonald's, omdat ze het eten in hun hotel te slecht vonden. Hun Bosnische en Servische collega's nipten aan Russische champagne. Zo gaat het toe op de Wereldconferentie voor kinderen over de rechten van de mens, die wordt gehouden in de marge van de "grote' VN-conferentie in Wenen.

Gisteren was de grote dag voor de 150 kinderen uit 44 landen, die in leeftijd variëren van acht tot achttien jaar. Ze trokken de grote vergaderzaal van de officiele conferentie binnen en hun vertegenwoordigers mochten daar enkele uren het woord voeren.

De sfeer veranderde in één klap - zoals volwassenen zich altijd een andere houding aanmeten als er kinderen verschijnen. Een beetje geroerd waren ze, zeker toen Rosa Anaya Perla uit El Salvador het woord zei te willen voeren “namens alle kinderen wier stemmen hier nu niet kunnen worden gehoord”. Ze doelde op de kinderen in de "conflict-gebieden', “de kinderen die huilen en doodgaan met pijn en smart in hun hart”. En ze vroeg enkele momenten stilte voor de kinderen die gestorven waren.

De kinderen waren de winnaars van een opstelwedstrijd over de rechten van het kind. Deze was uitgeschreven door de particuliere organisatie Coalitie voor kinderen van de aarde, die kantoor houdt in het Amerikaanse Newfane (Vermont). Ze werden op de conferentie door de Britse delegatie onder de arm genomen omdat, zo verklaarde een begeleidende diplomaat, Groot-Brittannie de rechten van het kind een warm hart toedraagt. Publicitair brak dit de Britten nog bijna op, toen bekend werd dat Suha Arafat, echtgenote van de PLO-leider, de bekendste spreker voor het kinderforum was geweest, maar gelukkig kon worden uitgelegd dat ook andere beroemdheden, zoals de vroegere Amerikaanse president Jimmy Carter, waren uitgenodigd.

De kinderen leken zich opmerkelijk thuis te voelen in de chaos van een VN-conferentie en, anders dan de afgevaardigden op de officiële conferentie, waren ze zeer eensgezind. “Ik vond het interessant te merken dat kinderen uit landen die met elkaar vechten al snel vrienden bleken te worden”, zei Sleeping Eye La Framboise, een indiaanse teenager uit de Verenigde Staten, tijdens een gesprek met journalisten. “Onze regeringen hebben ons altijd gehersenspoeld over vijandschap tegenover andere landen. We zijn allemaal vrienden, zo blijkt hier”, beaamde haar Pakistaanse leeftijdsgenote Saiman Ali. En toen men toch doorvroeg over conflicten tussen hun geboortelanden, zei de Israelische jongen Omer Tamuz beslist: “Wij vertegenwoordigen niet onze landen maar wereldproblemen”.

Het optreden van de kinderen was niet zomaar een aardigheidje. De rechten van het kind zijn net als die van de vrouw de afgelopen jaren internationaal steeds belangrijker geworden. Zo nam de Algemene vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 een Conventie over de rechten van het kind aan, die inmiddels door 136 landen is geratificeerd en sinds 2 september 1990 van kracht is.

De Conventie verleent het kind persoonlijke rechten, zoals het recht op een naam en nationaliteit, het recht op vrijheid van meningsuiting en van vergadering, het recht op bescherming tegen verwaarlozing en marteling en het recht op onderwijs en medische zorg, Verder onderstreept het verdrag het recht van het kind op bescherming tegen kinderarbeid, seksuele uitbuiting, misbruik van kinderen bij gewapende conflicten en handel in kinderen. Ieder land dat de conventie geratificeerd heeft moet binnen twee jaar verslag uitbrengen aan de Commissie voor de rechten van het kind over de vorderingen die het heeft gemaakt om de doelen van het verdrag te verwezenlijken.

Hoe rechteloos kinderen vaak nog zijn, bleek uit de rede van Joseph Gathia van het Centrum tegen kinderarbeid. Volgens hem werken er op de wereld tussen de tweehonderd en driehonderd miljoen kinderen, van wie ongeveer vijftig à zestig miljoen in Zuidoost Azie. Hij pleitte er voor dat alle regeringen in hun ontwikkelingshulp een clausule opnemen die gericht is op het uitbannen van kinderarbeid.

De onverminderde weerloosheid van kinderen wordt weerspiegeld in cijfers van UNICEF, de kinderorganisatie van de VN. In de jaren tachtig hebben meer dan anderhalf miljoen kinderen hun leven verloren bij oorlogen en de afgelopen twaalf maanden zijn ongeveer vijfhonderdduizend kinderen bij gewapende conflicten gedood.

Nederland, dat bekend staat als een "kindvriendelijk' land waar het bovendien wel goed zit met de mensenrechten, bevond zich gisteren in een ongemakkelijke positie. Het figureerde met onder andere Japan, Zwitserland en Luxemburg op een soort "zwarte lijst' van het betrekkelijk geringe aantal landen dat de Conventie over de rechten van het kind nog niet heeft geratificeerd. In de achtergebleven groep zitten verder landen als Afghanistan, Liberia, Marokko, Zuid-Afrika en Turkije. “Natuurlijk nemen wij het ratificatieproces serieus”, zei een Nederlandse afgevaardigde in Wenen, maar in zijn stem klonk ironie door. Volgens hem kwam de vertraging onder andere doordat Nederland - dat de Conventie begin 1990 wel heeft getekend - het niet eens is met de paragraaf over gewapende conflicten. Daarin wordt een leeftijdsgrens van vijftien jaar genoemd waaronder een kind geen dienst mag doen in een leger, terwijl de Geneefse verdragen over het oorlogsrecht van een hogere leeftijdsgrens uitgaan.

De Verenigde Staten kwamen nog ongelukkiger voor de dag doordat zij, net, als het verfoeide Irak en Somalië, de Conventie zelfs niet getekend hebben. En dat terwijl de VS zich in Wenen als absolute kampioenen op het gebied van de mensenrechten presenteren.

“Als volwassenen zich als kinderen gaan gedragen en van elkaar gaan houden, dan, en alleen dan zal deze wereld precies worden wat de Schepper voor ogen stond”, had Sleeping Eye Framboise de vergadering voorgehouden. Veel officiële gedelegeerden tooiden zich gisteren met buttons waarop stond: "Rechten van het kind: ken ze, eis ze, verdedig ze'. De kinderen leken heel even gewonnen te hebben.

    • W.H. Weenink