Vrolijke beelden tegen de "erwtensoep'-omgeving

Tentoonstelling: Dora Dolz: luchtspiegelingen, beloften en herinneringen. T/m 18 juli in de Vleeshal, Grote Markt, Haarlem. Ma t/m za 11-17u. zo. en feestdagen 13-17u.

Niet als troon voor pufloze decadentie maar als sokkel voor onbevangen levendigheid, zo heeft de beeldhouwster en schilderes Dora Dolz de chaise-longue meer dan eens weergegeven in haar schilderijen en keramische beelden.

Voor haar oeuvre ontving Adoration (Dora) Dolz (Barcelona, 1941) onlangs de Judith Leysterprijs, een in 1987 door de Judith Leyster Stichting in het leven geroepen prijs, die bestemd is voor in Nederland werkzame vrouwelijke beeldende kunstenaars. Met deze prijs, genoemd naar de 17de-eeuwse Haarlemse schilderes Judith Leyster, waarvan op dit moment eveneens een tentoonstelling te zien is in Haarlem, hoopt de Stichting 'beeldende kunst van vrouwen expliciet onder de aandacht te brengen en die vrouwen te eren, die ere toekomt'.

Dora Dolz groeide op in Barcelona waar haar vader handel dreef op de rommelmarkt van de Dos de Maio. In 1965 kwam ze via Peru in Rotterdam terecht waar ze de kunstacademie volgde. Hier en daar verwijst een appeltje in haar werk naar haar leraar Kees Franse, die naam maakte met zijn reusachtige houten appels. Voor haar schilderijen hebben musea tot dusver weinig belangstelling getoond - ook het Boymans-van Beuningen bezit geen enkele Dolz -, maar met haar monumentale opdrachten gaat het aanmerkelijk beter. Haar meest recente beelden, twee kleurrijke fruitschalen, staan goed zichtbaar vanaf de Haarlemse Grote Markt voor langere duur in twee nissen in de gevel van de Verweyhal.

Dolz' preoccupatie met de chaise-longue valt op de tentoonstelling "Dora Dolz' luchtspiegelingen, beloften en herinneringen' onmiddellijk op in Portret van Pablo Rueda uit 1975. Pablo, geschilderd in een stijl die kunstenaars als Pat Andrea en David Hockney in herinnering brengt, ligt als een houten klaas op een luie stoel. Dolz' aandacht is duidelijk veel minder gericht geweest op zijn nauwsluitende witte soulbroek met bijbehorend jasje dan op het bloemetjesdessin en de plooitjes in de lap stof die over de chaise-longue is gedrapeerd en op de vaas bloemen op een tafeltje ernaast.

De sterkste periode in haar schilderijen ligt in de jaren zeventig. Ondanks de gedempte tonen, waarin zij haar doeken in die tijd schilderde is er geen sprake van een eenheid in haar werk. Ook de afzonderlijke onderdelen in haar stillevens hangen als los zand aan elkaar en vertellen elk een eigen verhaal, maar juist daardoor ontstaat er een vervreemdende spanning. Het stilleven Chaise-longue I illustreert fraai hoe luchtigheid en ernst samengaan. Rug- en armleuning rusten als een Madonna met kind tegen elkaar. Een witte lap vitrage - de Heilige Geest wellicht - hangt over de schouder van Maria; een poëtisch beeld van aan- en afwezigheid. Een glazen vaas met bloemen op een met een kleed bedekt tafeltje op de voorgrond geven het tafereel een alledaags tintje.

In de jaren tachtig ontwikkelt Dolz een handschrift, dat veel minder geschikt is voor geheimzinnige huiselijkheid, conform de trend van het wilde schilderen. Ze gaat nu weliswaar met meer flair en met veel groter gemak schilderen, maar dat maakt haar schilderijen niet waardevoller. Haar keramische meubelsculpturen daarentegen worden wel stukken beter. De 'Chaise-longue 1', een keramische meubelsculptuur uit 1978, die een plaats kreeg in de tuin van de Hoge Raad voor de Adel in Den Haag, is maar een klein, zoet en popperig beeld vergeleken met haar recente 'Barceloneta', een uitgesproken assertief beeld, gemaakt in een boerenbarokstijl voor de Prof. dr. Dumontschool in Haarlem. Buitenproportionele grote heldergeel en blauw beschilderde slakvormen zijn bijna een karikatuur van vrolijkheid; een doeltreffend tegenwicht tegen "die erwtensoep waarin alles verdwijnt', zoals ze zelf de wereld buiten haar huis eens omschreef.