Trainer van bontjas en tovenaarshoed bij PSV; De Mos staat bekend als een harde en vaak meedogenloze trainer

ROTTERDAM, 22 JUNI. Toen Aad de Mos in 1985 bij Ajax vertrok zei hij dat er in Nederland eigenlijk nog maar twee functies aantrekkelijk voor hem waren, trainer van PSV en bondscoach. Acht jaar later gaat hij inderdaad in Eindhoven aan het werk. De Hagenaar heeft met PSV gisteren een akkoord bereikt over een tweejarige verbintenis.

De Mos, 46 jaar, pleegt zijn werkgevers uiterst secuur te kiezen. In februari '86 verraste hij vriend en vijand door een contract te tekenen bij KV Mechelen, een bescheiden middenmoter uit België. De Mos wist wat hij deed. Hij had drie maanden lang vanaf de staantribune de wedstrijden van de club bekeken. Zo kon hij snel na zijn aantreden in Mechelen een aantal gerichte aankopen doen. Het resultaat is bekend, de provincieclub won in drie jaar tijd de nationale beker, de Europa Cup II en de landstitel.

Al in zijn beginperiode als trainer in de Haagse regio maakte De Mos vreemde sprongen. Hij verwisselde Wilhelmus uit de top van het amateurvoetbal voor De Valkeniers, een afdelingsclubje. Niemand begreep het. Maar De Mos promoveerde drie keer achtereen en bracht de club naar de KNVB. Hij genoot met volle teugen van de aandacht die hij daardoor kreeg. “Ik werk overal hetzelfde. Of het nou bij Ajax of De Valkeniers is”, zei hij ooit.

De Mos staat in perioden van succes graag in de belangstelling. Na de gewonnen Europa-Cupfinale van '88 tegen Ajax - het hoogtepunt uit zijn carrière - stuurde hij zijn zaakwaarnemer Ger Lagendijk vooruit naar Mechelen om 's nachts om twee uur de lichtmasten van het stadion te ontsteken. Iedereen moest het zien. Tijdens de huldiging die nacht zette De Mos voor het eerst een hoge tovenaarshoed op. Die droeg hij ook weer bij latere successen met Mechelen en Anderlecht. Als amateurtrainer in Den Haag had hij vaak een opzichtige bontjas aan. De Mos houdt van een beetje show. Dat zorgt er ondermeer voor dat hij lang niet bij iedereen populair is. Hij wordt ook wel arrogant genoemd.

Al in 1975 voorspelde De Mos als trainer de absolute top te zullen halen. Hij trainde toen het genoemde De Valkeniers. De mensen moesten lachen om zijn grootspraak. De Mos, leraar op een school in De Schilderswijk, was echter vastberaden. Hij was bezeten van voetbal. Hij keek veel af van Ernst Happel die hij erg bewonderde. Hij leerde van de Oostenrijker dat het belangrijk is het personeel in het stadion, zoals de terreinknecht, te vriend te houden. Die moet namelijk het veld prepareren, geen onbelangrijke taak. In Mechelen was hij de beste maatjes met de dikke Swat die voor De Mos door het vuur ging. De Mos kiest ook altijd zorgvuldig zijn assistenten uit. In België werd hij bijgestaan door loyale trainers die de club door en door kenden, Vanhoof bij Mechelen en Dockx bij Anderlecht. Bij PSV zag De Mos in ex-voetballer Sören Lerby een geschikt assistent, maar de Deen heeft voorlopig bedankt voor die eer. Vermoedelijk zal hij nu een beroep doen op Willy van der Kuylen.

Onder Happel kreeg De Mos zijn eerste contract bij ADO, gelijktijdig met de huidige bondscoach Dick Advocaat. De Mos redde het niet in het Zuiderpark. Hij had de pech dat hij moest concurreren met Aad Mansveld. Hij bleek bovendien te ongeduldig en maakte ruzie met Happel. De Mos was een technisch sterke en harde centrale verdediger met een mooie trap. Hij was alleen niet snel genoeg. Na ADO - rood-groen is nog steeds zijn grote liefde - speelde hij nog drie jaar als prof bij Excelsior. In het laatste seizoen schoot hij in eigen doel tegen Ajax.

Daarna richtte hij zich op het trainersvak. Voormalig KNVB-docent Siem Plooijer prees De Mos in 1980 bij Ajax aan. De Hagenaar had al voor zijn dertigste jaar zijn hoogste diploma. Hij was de beste van de klas, met een tien voor wedstrijdanalyse. De Mos moest zich bij Ajax als derde trainer met de jeugd bezighouden. Hij kreeg te maken met spelers als Rijkaard, Van 't Schip, Vanenburg en Kieft. De laatste twee treft hij straks weer bij PSV.

In de laatste drie maanden van zijn eerste seizoen in De Meer moest hij Beenhakker vervangen als hoofdtrainer. Het jaar erna was hij assistent van Kurt Linder en van juli '82 tot '85 de verantwoordelijke man. In zijn laatste seizoen werd hij drie wedstrijden voor het einde ontslagen. Het klikte niet meer met de spelers. De Mos passeerde Van Basten en Van 't Schip, maar het bestuur draaide, toen de trainer ziek was, dat besluit terug. De gealarmeerde De Mos kwam zijn bed uit en verloor met 1-0 van Haarlem. Een dag later werd hij weggestuurd. Aan de resultaten lag het niet. Ajax werd dat seizoen kampioen.

De Mos vergeet en vergeeft niet snel. Daarom maakte hij als trainer van KV Mechelen direct na het eindsignaal in de Europa-Cupfinale in Straatsburg een obsceen gebaar naar voorzitter Harmsen en de andere bestuurders van het verliezende Ajax. Harmsen noemde hem ooit “een zoon”. “Rancune is de basis van mijn succes”, zei De Mos in 1989 in een interview. Door successen bij PSV kan hij nu weer revanche nemen op Anderlecht dat hem na drie jaar ontsloeg. Ook in positieve zin onthoudt De Mos alles. Sören Lerby werd zijn vriend nadat de Deen en drie landgenoten De Mos voor zijn eerste wedstrijd als hoofdtrainer bij Ajax hun steun toezegden en er mede verantwoordelijk voor waren dat er met 7-2 van Excelsior werd gewonnen.

Nu is De Mos bij de concurrent van Ajax neergestreken. Hij heeft zijn nieuwe club dit seizoen zeker tien keer zien spelen, in het stadion en de Europa-Cupwedstrijden via de televisie. Eind maart tipte hij in een enquete van weekblad Voetbal International PSV nog steeds als kampioen. Hij toonde zich bij die gelegenheid wel somber over de toekomst van de club. “Als ze niet kunnen verkopen komt PSV toch een beetje in het kleine goed terecht.” Hij veroordeelde ook het feit dat bij de Eindhovense club niet in alle teams dezelfde speelwijze wordt gehanteerd. “Bij Ajax gaat dat allemaal wat makkelijker.”

De Mos zou in besloten kring hebben gezegd niet erg gecharmeerd te zijn van de nieuwste aankopen van PSV, Klas Ingesson en Erik Meijer. Maar die uitspraak zal hij zeker niet willen herhalen. Hij moet komend seizoen met die spelers werken. De Mos staat bekend als een harde trainer, soms zelfs meedogenloos. Hij laat zonder pardon spelers vallen die niet aan de verwachting voldoen. PSV'ers als Van Breukelen en Erwin Koeman, die onder De Mos in België speelde, hadden al verklaard dat de club juist zo'n harde hand nodig heeft. Daarom is de benoeming van De Mos geen verrassing, ook al omdat de trainer en met name zijn zaakwaarnemer Lagendijk goede bekenden zijn van manager Ploegsma.

Eigenlijk achtte De Mos het de hoogste tijd om in Italië te gaan werken. Die wens heeft hij altijd gehad. De beleving en sfeer in de Italiaanse competitie spreken De Mos zeer aan. Hij werd dit seizoen benaderd door Lazio Roma. De Mos was genteresseerd, maar nadat de ploeg begon ineens te draaien bleef de oude trainer. Ook met Verona had De Mos contact. Hij was ver gevorderd in de onderhandelingen, bekeek de ploeg twee keer, maar kreeg, zo beweert hij, op sportief en financieel vlak niet genoeg garanties. Omdat Anderlecht zijn salaris tot en met medio '94 zou doorbetalen had De Mos geen haast met het tekenen van een contract. PSV is nu een goed alternatief voor hem.