The Knitting Factory beheerst muzikale computermaterie niet

Concert: The Knitting Factory Tour met New & Used, Roy Nathanson & Anthony Coleman en het Trio Charles Gayle. Gehoord: 19/6 BIMhuis, Amsterdam

Tournees van rock- en popidolen zijn doorgaans kostbare ondernemingen, bedoeld om de platenverkoop te stimuleren.

In de gemproviseerde muziek waar de omzet veel kleiner is, liggen de zaken meestal omgekeerd: een plaat fungeert daar vooral als visitekaartje voor het werven van optredens. De Amerikaanse muzikanten verenigd in de Knitting Factory, die sinds kort een Amsterdamse vestiging heeft, probeert met grote ijver beide zaken te combineren. Voor de verkoop van platen zijn er twee labels opgericht, Works voor jazz en experimenten en Outlet voor meer toegankelijke muziek. Concerten van de Factory vinden plaats in het New Yorkse hoofdkwartier en tijdens tournees waarbij "package deals' in een ijltempo door Europa trekken. De toer van dit jaar bestaat uit drie acts en elk daarvan brengt zijn eigen cd mee. The Coming Great Millenium... heet die van Roy Nathanson & Anthony Coleman, een collage van jazz, schmaltz, jiddisch en noise, met als basis een flinke verzameling samples. Dit laatste nu, bij de produktie van popplaten tegenwoordig bon ton, bleek in het BIMhuis eerder een handicap dan een steun. Het telkens programmeren van de apparatuur vertraagde de actie en maakte van de "kunst in wording' een lastige klus. “There's too much creativity in this world” riep toetsenspeler Anthony Coleman op een gegeven moment, verwoed rommelend aan zijn elektronische dozen. Een passender woord van dank aan de geluidsindustrie was nauwelijks denkbaar.

Het semi-akoestische kwintet New and Used toonde meer macht over de materie. Trok de cd Souvenir al de aandacht door het flexibele en cliché-vrije samenspel, op het podium presenteerde de groep zich nog sterker. Een lekkere "deiner' wordt moeiteloos uit de mouw geschud maar liever houdt men zich bezig met meer doorwrochte stukken die ondanks hun ernst heel speels blijven klinken. Dat de muziek eerder Europees dan Amerikaans van karakter is, heeft behalve met ontbreken van blues en ballads vooral met het samenspel te maken. De band kent geen hiërarchie, ieders bijdrage is even belangrijk, er is geen ster om de show te stelen. De onbekende trompettist Dave Douglas valt slechts extra op omdat de kwaliteiten van violist Mark Feldman en basgitarist Kermit Driscoll al voldoende bekend zijn. Lyrische lange lijnen voor trompet en viool worden zonder zichtbare moeite afgewisseld met theatraal knallende staccato's en vice versa. Tot heil van de luisteraar die bij zoveel dynamiek en gevoel voor nuance geen kans krijgt om weg te zakken.

Dat dat laatste bij Charles Gayle en zijn trio eveneens onmogelijk was, had een andere oorzaak. Repent (berouw) heet zijn cd en dat is geen onderwerp voor een vloek en een zucht.

De in een twee maten te klein uitdragerspak gestoken saxofonist zette dan ook zo hevig en langdurig zijn keel op dat niemand voor zijn boodschap lang doof kon blijven. Zelfs niet het personeel van het BIMcafé, dat tijdens zijn enorme solo's steeds meer moest gaan tappen. Zo gaat dat op plekken met de kroeg naast de kerk: hoe langer de preek, hoe groter de dorst.

    • Frans van Leeuwen