Rijssen; Jonge autorijders strijden tegen hun "stoerdoenerij'

Het trotse bezit van een nieuw rijbewijs blijkt geen garantie voor veilig rijden. Jonge automobilisten veroorzaken relatief meer ernstige ongelukken dan oudere. Daarom organiseren de Regionale Organen Verkeersveiligheid "nazorg'. In de vier noordelijke provincies volgden onlangs 22 jonge automobilisten voor het eerst een dagje "autoveiligheidstraining'.

RIJSSEN, 22 JUNI. Met flinke snelheid rijdt de Audi het natte asfalt op. Plotseling springt instructeur Oudakker van het Verkeers Veiligheids Centrum naar voren. “Stop!” De jonge automobilist reageert zoals het hem geleerd is: abrupt remmen, de rem loslaten en de instructeur ontwijken.

Deze "autoveiligheidstraining' op de oefenbaan in het Overijsselse Rijssen maakt deel uit van het nascholingsproject "Jonge automobilisten' dat de vier Regionale Organen Verkeersveiligheid (ROV's) in het noorden hebben opgezet. Het is bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 18 tot 25 jaar die een jaar hun rijbewijs hebben. Jonge automobilisten blijken geen veilige rijders. “Gebleken is dat jonge bestuurders driemaal zo vaak bij een ongeluk betrokken zijn en zes keer zo vaak slachtoffer zijn als andere, meer ervaren rijders”, licht J. Tits van het ROV Drenthe toe. Het project is opgezet door ROV's en rijschoolhouders naar Duits voorbeeld. Aan dit project, "Jugend fährt sicher', waarmee twee jaar geleden werd begonnen, hebben inmiddels 1.900 jongeren deelgenomen.

De Nederlandse nascholing bestaat uit een praatavond waar jongeren onder leiding van een politieagent rij-ervaringen uitwisselen, een rit van 100 kilometer met de eigen rij-instructeur als bijrijder en het volgen van een autoveiligheidstraining op het verkeerscentrum in Rijssen. Daar wordt in een theoretisch en een praktisch deel geleerd te remmen met diverse snelheden, noodstops te maken op verschillende wegdekken, en uit te wijken met verschillende snelheden. Wachtmeester H. Kuipers van de rijkspolitie Beilen, die de gesprekken leidt, constateert dat vrijwel alle jongeren een “gigantische zelfoverschatting” tentoonspreiden. “Iedereen vindt dat hij of zij goed rijdt.” En dat is nu juist het probleem, menen ook de rijschoolhouders. Overtuigd van eigen kunnen lijden veel jongelui aan risico-onderschatting, stellen ze. “Omdat ze zich veilig weten en denken dat ze goede bestuurders zijn, durven ze meer, waardoor ze meer risico's nemen.”

Rijschoolhouder A.H. Scholtens uit Zuidwolde is lichtelijk geschrokken van het rijgedrag van zijn voormalige pupillen. “Het is jammer dat veel oud-leerlingen zo slordig zijn gaan rijden. Ze zitten veel te dicht op hun voorligger. En vergeten vaak hun spiegels.” Nonchalant rijgedrag komt zowel bij jongens als meisjes voor, een gevolg van de overmoedige en jeugdige "stoerdoenerij', zo weten de rij-instructeurs. Tijdens het project wordt de deelnemers gewezen op het belang van veilig rijgedrag en het kunnen inschatten van gevaarlijke situaties. M. Viersen (22) uit Ezinge (Gr.) en M. van der Sluis (19) uit Groningen zijn overtuigd van het nut van het project. Viersen zegt dat ze geleerd heeft het onverwachte te verwachten in de auto. “Ik wist tot vandaag niet hoeveel kracht een auto had. Dus waarom zou je niet wat minder hard rijden?” Van der Sluis denkt in het vervolg meer te zullen anticiperen. “Misschien ga ik vaker vaart minderen in een woonwijk.”

De rijschoolhouders en de ROV's vinden dat een nascholingscursus verplicht zou moeten worden gesteld. De ROV's pleiten naar Duits voorbeeld voor een tijdelijk rijbewijs, waarna de jeugdige bestuurder na twee jaar en diverse "terugkomdagen' het echte rijbewijs ontvangt. Volgens A. de Vries van het ROV Drenthe moeten de rijschoolhouders op den duur de nazorg in hun lespakket opnemen. “De lessen worden dan een paar guldens duurder, maar de jongere spaart dan al voor een cursus die hij na een jaar kan volgen.”