Rel over dubieuze donaties aan Britse Tories

De Britse Conservatieve Partij wordt net als vorige zomer achtervolgd door een politieke rel. Hoe komt de partij aan haar fondsen? En hoever gaan de contacten tussen Michael Mates, een van de staatssecretarissen voor Noord-Ierland, en de gevluchte zakenman Asil Nadir?

LONDEN, 22 JUNI. Gaat hij vandaag of gaat hij morgen? Wordt hij gewipt of neemt hij ontslag? Evenals vorig jaar worden de laatste moeizame weken voor het parlementaire zomerreces in Groot-Brittannië verlevendigd door onthullingen over de capriolen van een bewindsman uit de stal van John Major.

Waar de David Mellor-affaire vorig jaar alleen ging om de buitenechtelijke fratsen van de minister voor nationaal erfgoed met een derderangs actrice van Spaanse afkomst, is de inzet van de kwestie-Michael Mates serieuzer. Zijn manier van handelen heeft de schijnwerper gezet op de vraag hoe de Britse Conservatieve Partij aan haar fondsen komt. Zelfs premier Major heeft het impliciet moeten toegeven: waarschijnlijk deels uit oneerlijk verkregen middelen.

De affaire rond Mates is maar één aspect van de politieke rel die een geplaagde John Major gisteren tot in Kopenhagen - waar hij juist als internationaal politicus had willen schitteren - bleef achtervolgen. Ook als Mates politiek sneuvelt, is de lucht niet geklaard. Want in Turks Cyprus houdt het louche wonderkind Asil Nadir, een voor de Britse justitie gevluchte ex-miljonair en oprichter van het Polly Peck-concern (citrusvruchten), de touwtjes voor een rampscenario stevig in handen.

Niemand, behalve de betrokken politici en misschien het Serious Fraud Office, weet of Nadir bluft als hij dreigt dat hij bandopnamen en bewijsstukken van vergaande contacten met - en dus potentiële benvloeding van - Conservatieve ministers tevoorschijn zal toveren. Maar het is een nieuwe bananeschil, waarover Major en de zijnen na zoveel eerdere politieke uitwijkmanoeuvres in het recente verleden zo vlak voor de zomervakantie niet willen sneuvelen. Michael Mates zal dus vrijwel zeker moeten gaan en de bedragen die de Conservatieve Partij in het verleden van Asil Nadir heeft geaccepteerd, zullen waarschijnlijk worden teruggegeven.

De redenering van de Britse Conservatieven is altijd geweest dat zij geen opening van zaken hoeven te geven over de exacte herkomst van giften aan de partij. Britse politieke partijen zijn geheel aangewezen op zelf geworven inkomsten. Grofweg gezegd: Labour drijft op de bijdragen van de vakbonden, de Tories krijgen hun inkomsten van bedrijven, rijke industriëlen en sympathisanten in binnen- en buitenland.

Bedrijven in Groot-Brittannië zijn bij wet verplicht dergelijke giften in het jaarverslag openbaar te maken, maar individuen kunnen hun donatie geheim houden. Tot Asil Nadir de Britse justitie vorige maand het nakijken gaf en heimelijk naar Turks Cyprus vluchtte omdat hij niet terecht wil staan voor zwendel ten bedrage van tenminste dertig miljoen pond, werd die geheimhouding wel bekritiseerd, maar toch algemeen geslikt.

Inmiddels is bekend geworden dat Nadir over een aantal jaren ten minste 440.000 pond (maar mogelijk ook ¢8 1,5 miljoen) aan de Tories heeft gedoneerd en dat die gelden afkomstig zijn van een particuliere offshore-bankrekening die Nadir gebruikte om Polly Peck te plunderen ten eigen voordele. Met andere woorden: Polly Peck-aandeelhouders zijn bezwendeld ten voordele van de Conservatieve Partij.

Geen wonder dat partijvoorzitter Norman Fowler, toen dit uitkwam, vorige week voor een Lagerhuiscommissie meteen op een tweede verdedigingslinie moest terugvallen. Eerst heette het dat de Conservatieve Partij nooit geld uit verdachte bron aanneemt. Toen erkende Fowler schoorvoetend: als de 440.000 pond uit fraude afkomstig zou blijken te zijn, moest de partij het terugstorten. Die lijn is inmiddels door premier Major onderstreept. Maar openheid over de partij-inkomsten wordt nog steeds geweigerd.

De blijvende aanwezigheid van staatssecretaris Mates in de regeringsploeg van Major vestigt pijnlijk de aandacht op de feitelijke vraag: wie zijn de anonieme binnen-en buitenlandse donoren van de Conservatieve Partij en welke invloed denken zij met hun giften te kunnen uitoefenen? Mates kwam aanvankelijk in opspraak, toen uitlekte hoe hij tijdens het justitieel vooronderzoek naar mogelijke fraude van Nadir, herhaaldelijk geprobeerd had ten behoeve van de zakenman opheldering te vragen bij justitie.

Kort voordat Nadir naar Turks Cyprus vluchtte, waar hij als een held door president Denktas werd ingehaald, deed Mates zijn vriend een horloge cadeau, met de inscriptie “Laat je door die klootzakken niet klein krijgen”. Dat vergrijp wilden Mates' collega's, premier Major voorop, de staatssecretaris nog wel vergeven als een handeling die onverstandig was geweest.

Dit weekeinde echter lekte uit dat Mates ook een beroep op een zakenrelatie van Nadir heeft gedaan om zijn tweede ex-echtgenote aan een auto te helpen - een verzoek dat grif is ingewilligd. Daarmee heeft Mates zichtbaar de regels van het Lagerhuis overtreden die parlementariërs en hun familieleden verbiedt zich op een dergelijke manier aan derden te verplichten.

Mates lijkt niet de enige die tijdens het ruim twee jaar voortdurende fraude-onderzoek meer dan buitengewone moeite lijkt te hebben gedaan voor Nadir. De namen zijn al gevallen van de minister van handel en industrie, Michael Heseltine en van de minister voor nationaal erfgoed, Peter Brooke. Heseltine, een goede vriend van Mates, kreeg gisteren een hartaanval tijdens een bezoek aan Venetië en is voorlopig niet aanspreekbaar. Maar alle genoemde bewindslieden hebben onoirbare benvloeding door Nadir met klem ontkend.

Naar verluidt behoorde Nasil Adir tot de categorie individuen die hoopte met forse bijdragen aan de regeringspartij een knighthood of een peerage te kopen: Sir Asil of Lord Nadir of Cyprus zijn statusverhogende titels. Natuurlijk ontkent de Conservatieve Partij hartstochtelijk dat dergelijke titels gekocht kunnen worden.

Maar het is een feit dat individuen die diep in de buidel hebben getast om eerst Thatcher en daarna Major te steunen, opvallend vaak met een dergelijke titel bekroond zijn. Een recent onderzoek laat zien dat tussen 1979 en 1992, een periode waarin de Conservatieven onophoudelijk aan de macht waren, achttien industriëlen in de adelstand zijn verheven en 82 van hen een knighthood hebben gekregen en dat allen op de een of andere manier verbonden waren aan een kern van 76 donateur-bedrijven.

In een nog schimmiger gebied begeeft de partij zich bij het aanvaarden van giften van buitenlandse weldoeners. Vooral mevrouw Thatcher heeft deze categorie op haar reizen rond de wereld gecultiveerd, gebruik makend van de immense bewondering die haar marktgerichte filosofie afdwong in onder meer Hong Kong en Saoedi-Arabië. De Conservatieve Partij hanteert als regel dat ze geen geld aanvaardt van buitenlandse regeringen of buitenlandse heersers, maar de lijn die individuen scheidt van hun ideologische en zakelijke belangen is uiterst dun.

Vanmorgen publiceerde The Guardian de beschuldiging dat de Conservatieve Partij vlak voor de verkiezingen van april vorig jaar zeven miljoen pond ontvangen heeft van Saoedi-Arabië. De gift zou gelopen zijn via de zoon van de minister van defensie van Saoedi-Arabië, die in Londen een huis heeft. Major zag zich in Kopenhagen gedwongen de beschuldiging onmiddellijk te ontkennen. Partijvoorzitter Fowler ontkende vorige week in het Lagerhuis even hard dat de Sultan van Brunei, de Saoedische koninklijke familie en de Koeweitse koninklijke familie geld aan de partij hebben gegeven.

Labour profiteert waar ze kan van de negatieve aandacht die haar politieke opponent over zich heeft afgeroepen en roept zo hard mogelijk dat de vakbondsbijdragen aan Labours partijkas tenminste zwart-op-wit te controleren zijn. Later vandaag zal het Lagerhuis op haar aandringen opnieuw over de affaire debatteren. Partijvoorzitter Fowler zal daarbij uit alle macht de bestaande situatie - “wij moeten de privésfeer van anonieme donateurs respecteren: het is hun geld” - verdedigen.

De Conservatieve partijkas laat een tekort zien van negentien miljoen pond, mede gevolg van de kostbare verkiezingscampagne van vorig jaar. Als anonieme giften niet langer mogelijk zijn, zal dat gat, moet Fowler vrezen, alleen maar groter worden; de gedwongen terugbetaling van de giften van Nadir daargelaten.