Raad van Kerken wil uitbreiding aantal lidmaten

AMERSFOORT, 22 JUNI. De Nederlandse Raad van Kerken wil de komende jaren tot een uitbreiding komen van het aantal bij de Raad aangesloten kerkgenootschappen. De voorzitter, dr. R.G.W. Huysmans, zei dat gisteren bij de viering van het 25-jarige bestaan van de Raad van Kerken.

Volgens Huysmans wordt gedacht aan de Gereformeerde kerken vrijgemaakt, de Nederlands gereformeerde kerken, de Christelijke gereformeerde kerken en de Gereformeerde gemeenten in Nederland en Noord-Amerika die samen ongeveer 300.000 gelovigen tellen.

Op het ogenblik nemen tien kerkgenootschappen met in het totaal ongeveer negen miljoen leden deel aan het werk van de Nederlandse Raad van Kerken. De Raad wil ook plaats maken voor de Molukse, Indonesische, Afrikaanse en Surinaamse kerken die in Nederland actief zijn. Ook de zogenoemde "evangelische' kerken die nu buiten de oecumene staan, zouden aan de activiteiten van de Raad van Kerken moeten deelnemen, aldus de Amsterdamse predikant W. Reinders.

Bij de jubileumviering gisteren in Amersfoort hebben de kerken die bij de Wereldraad van Kerken zijn aangesloten een uitnodiging gericht aan de Wereldraad om het vijftigjarige bestaan van de internationale oecumenische beweging in 1998 in Amsterdam te vieren omdat hij daar in 1948 ook is opgericht. Het jubileum dat samenvalt met de achtste assemblée van de in Genève gevestigde Wereldraad, trekt waarschijnlijk zo'n vierduizend belangstellenden onder wie de vertegenwoordigers van de ruim driehonderd kerken die bij de Wereldraad zijn aangesloten.

Volgens de Amsterdamse predikant H. Hoekert, een van de initiatiefnemers van de uitnodiging, zou de assemblée een "interreligieus', in ieder geval niet uitsluitend christelijk karakter moeten krijgen. Voorzitter Huysmans liet gisteren blijken dat de oecumenische beweging in Nederland in de afgelopen 25 jaar weliswaar zeer actief is geweest, maar toch geen grote vorderingen op de weg naar christelijke eenheid heeft gemaakt. Volgens hem is zij "bewust onder de maat gebleven', met als gevolg dat de kerken wel elkaars lotgenoten zijn maar nog geen "huisgenoten in geloof' kunnen worden genoemd. In sommige opzichten hebben pogingen tot oecumenische samenwerking zelfs averechtse gevolgen gehad en ertoe geleid dat kerken om hun eigenheid te bewijzen zich tegen andere gingen afzetten.

Volgens de remonstrantse vice-voorzitter van de Raad, mevrouw E. van Riessen-Prinsen, moet vooral aan de bestrijding van de grote machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen die nog in de kerken bestaat, heel hard gewerkt worden.

De Duitse secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, dr. Konrad Raiser, gaf een uitvoerig overzicht van de malaise waarin de oecumenische beweging, vooral sinds het verdwijnen van het Oosteuropese communisme, verkeert. Nu het communisme en de dynamiek van het gezamenlijke verzet daartegen zijn verdwenen, komen de tegenstellingen binnen de 'vrije wereld' eerst duidelijk aan het licht. Volgens de secretaris-generaal moeten nu nieuwe oecumenische doeleinden worden geformuleerd om de Wereldraad weer elan te geven. Mgr. John Radano, vertegenwoordiger van de Vaticaanse raad voor de christelijke eenheid, zei in Amersfoort de groeiende overeenstemming tussen de rk-kerk en de Wereldraad op theologisch terrein juist een "solide basis vooor toekomstige vooruitgang' te vinden, ook al moet die naar zijn zeggen vergezeld gaan van veel geduld en voorzichtigheid.

Overal in Europa en ook in Noord-Amerika ziet men, aldus Raiser, een grote achteruitgang van het traditionele kerkelijke leven. Maar tegelijkertijd ook een sterke religieuze opleving waardoor religie weer "een publiek verschijnsel' is geworden.