Patiënt slachtoffer medicijnbeleid Simons

Wie het idee heeft dat achtereenvolgende overheden nooit dwaze dingen hebben gedaan bij de bezuiniging op de kosten van geneesmiddelen moet het rapport van de Rekenkamer van juli vorig jaar lezen. Het is vernietigend en zou tot reflectie moeten stemmen. Niet alleen bij de achtereenvolgende bewindslieden, maar meer nog bij de ambtenaren die worden geacht bij uitstek kennis te dragen van het "dossier', maar keer op keer minister of staatssecretaris tot een nieuwe absurditeit aanzetten.

In die reeks is een nieuw hoogtepunt. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) wil vanaf 1 juli dat geen nieuwe geneesmiddelen meer volledig worden vergoed, als het medicijnen betreft voor een aandoening waarvoor al iets is. Wereldwijd wordt koortsachtig gezocht naar doorbraken op tal van terreinen, maar wat Nederland betreft kan even pas op de plaats worden gemaakt.

Het gaat om een aanpassing van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS), dat nu twee jaar van kracht is. Volgens dat systeem worden medicijnen opgedeeld in clusters van preparaten, die onderling met elkaar vergeleken worden. Binnen dat cluster wordt de prijs van één middel als "ijk' genomen. Schrijft de dokter iets voor dat duurder is dan de ijkprijs, dan dient de patiënt het verschil zelf bij te betalen.

Nu zijn er middelen - dat zijn er heel wat - die niet kunnen worden geclusterd, omdat ze zich niet laten vergelijken met andere. Die worden dus helemaal vergoed. Tussen juli '91 en januari '93 zijn 304 van zulke middelen op de markt verschenen. Zij zijn op de zogeheten lijst zes van het GVS geplaatst en Simons wil uit bezuinigingsoverwegingen een eind maken aan die lijst.

Wie een ziekte of gebrek heeft waarvoor wel een medicijn bestaat, maar dat ernstige bijwerkingen veroorzaakt, moet niet hopen dat er een doorbraak in zijn behandeling komt. Want op gezag van de staatssecretaris zal hij niet hoeven rekenen op de impliciete solidariteit van medeverzekerden: als hij het middel kan betalen moet hij het doen, zo niet: "jammer maar helaas'.

In termen van beschaving is dat een eigenaardig standpunt, maar de bewindsman is consistent. Enkele jaren terug gaf hij een intrigerende beschouwing over ziekte en lijden. De mens dient zich wat meer te verzoenen met zijn lot en zijn lijden. Niet lang geleden herhaalde hij dat standpunt. In filosofische zin interessant, maar moeilijk te doorgronden voor een epilepticus die graag een volwaardige plaats in de samenleving wil.

Het onafhankelijke en gezaghebbende Britse vaktijdschrift Scrip laat in een review zien dat dit jaar op zijn minst enkele tientallen veelbelovende middelen op de markt zullen worden gepresenteerd. Niet alleen tegen epilepsie waar al meer dan tien jaar geen schot meer in zit, maar bijvoorbeeld ook tegen kanker en schizofrenie.

Dat de kosten van geneesmiddelen de pan uitrijzen zal niemand ontkennen. Voor een deel is dat te wijten aan een handvol fabrikanten, die hoge prijzen rekenen, maar voor een belangrijk deel komt dat ook door Simons zelf. Hij bracht ondanks alle waarschuwingen de gehele voorziening onder de AWBZ, zodat de beter gesitueerde, particulier verzekerde geen eigen risico meer had. Hij stond ook toe dat apothekers zich weer meer als handelaar konden gaan opstellen en volgens degelijke berekeningen met pakweg vijftienhonderd collega's minimaal tweehonderd miljoen extra in de zak staken.

Dit alles gaat ten koste van de patiënt. Het is Simons een doorn in het oog dat de farmaceutische industrie voortdurend met nieutjes komt die handenvol geld kosten. Een industrie die geld verdient aan een groep, waaraan wat te verdienen valt en die minder genteresseerd is in minder profijtelijke ziekten. Dat is een begrijpelijke frustratie van Simons, maar geen reële. Farmaceutische industrieën maken deel uit van onze kapitalistische samenleving. Onderzoekers mogen gedreven zijn door humane en sociale motieven, de directeur dient ervoor te zorgen dat de schoorsteen rookt. Daarmee is ook duidelijk dat hier niet alleen de volksgezondheid, maar ook het industrie-beleid in het geding is. Weliswaar kent ons land slechts enkele grote farmaceutische bedrijven, maar het blijft een vraag waarom de overheid enerzijds met man en macht het kwijnende DAF in het zadel poogt te houden, terwijl het kiest voor een Betuwelijn, en anderzijds een winstmakend bedrijf als Organon frustreert.

Dat moet voor een goed deel te wijten zijn aan een uitermate slechte presentatie van farmaceutische bedrijven zelf. Een onderzoekje van de Amerikaans-Britse multinational SmithKline Beecham is verhelderend. De farmaceutische industrie blijkt het in de publieke opinie in de VS slechter te doen dan de tabaksindustrie.

De ontwikkeling van een bruikbaar geneesmiddel vergt ongeveer twaalf jaar. Al die tijd kan er iets misgaan, waardoor een forse investering teloor gaat. Duidelijk is dat de industrie voor de innovatie moet zorgen. Al met al besteedt de geneesmiddelenindustrie in de VS nu 9,2 miljard dollar aan wetenschappelijk onderzoek. De prijs van geneesmiddelen, die door Clinton zowel als Simons veel te hoog wordt gevonden is steeds verder achterop geraakt bij de uitgaven aan onderzoek.

Het ontwikkelen van een geneesmiddel blijft een ongewisse zaak. Als het al lukt om een echt nieuw middel op de markt te brengen weet niemand of het een succes is. Sterker: die kans is betrekkelijk klein. Van de tien middelen die de markt bereiken, brengen er slechts twee meer op dan er aan research is ingestoken. In 1975 kostte de ontwikkeling van een nieuw preparaat 54 miljoen dollar, nu is dat zo'n 250 miljoen.

Simons stelt dat het niet aangaat, dat bedrijven voorrekenen wat het maatschappelijk profijt is van een nieuw geneesmiddel. Interessant is het in elk geval wel; de orthodoxe medische behandeling van een maagzweer kost op jaarbasis 24.000 dollar, een medicamenteuze behandeling 500 dollar. Die verschillen zijn nog groter bij galstenen en hart- en vaatziekten. Medicijnen tegen schizofrenie kosten 4.500 dollar per jaar per patiënt, terwijl opname in een inrichting 73.400 dollar kost, zo hebben de vakbonden berekend.

Een groot misverstand op het departement van WVC daterend van de tijden van staatssecretaris Van der Reijden, is dat bedrijven uitsluitend zogeheten "me too-preparaten' op de markt brengen. Dat zijn minimale variaties op verbindingen die de concurrent heeft gelanceerd. Zo werkt dat niet meer. Wie met een nieuw preparaat komt moet er zeker van zijn dat hij de eerste is. Wie als tweede of derde op de markt komt heeft het nakijken.

De Ziekenfondsraad heeft nog niet eens geadviseerd over de plannen van Simons. De Tweede Kamer praat er niettemin deze week over. Ze worden volgende week al van kracht. Voor de patiënt is het te hopen dat de Kamer in elk geval nog waarde hecht aan een deskundig advies van de Ziekenfondsraad.

Afgelopen winter had de bewindsman het bij het oplaten van zijn ballonnetjes nog over uitzonderingen voor "reuma, multiple sclerose en andere chronische, degeneratieve en invaliderende ziekten'. Daar wordt nu niets meer van vernomen. Ook zij kunnen voorlopig alle hoop laten varen.

    • Bram Pols