Het milde anarchisme van Irkoetsk

“Hoe sta je tegenover alcohol?” Voor de anarchisten van Irkoetsk is dat een basisvraag. Maxim stelt hem dan ook onmiddellijk. “Normaal”, is het antwoord. Waarna we bij Igor, Dmitri, Farik, Volodja, Loedmilla en Maxim mogen aanschuiven voor een goed en vooral gemarineerd gesprek over het anarchisme in Irkoetsk, Siberië en de rest van de wereld. Want in Irkoetsk zijn de anarchisten zelfverzekerd genoeg om zich op zo'n breed terrein te durven bewegen. Er zijn hier in het hart van Zuidoost-Siberië relatief immers meer anarchisten actief dan in dat Moskou waar ze zo graag met hun neus omhoog lopen.

Kwantitatief doen de anarchisten er ook in Irkoetsk niets toe. Hun rol is de afgelopen jaren alleen maar geringer geworden. Maar hun geschiedenis is desondanks representatief voor de trend van de afgelopen vijf jaar. Ook de anarchisten in Irkoetsk maakten eind jaren tachtig een glorieuze tijd door, dachten in augustus 1991 dus de vruchten van hun arbeid te kunnen plukken maar moesten er vervolgens achter komen dat niemand in Rusland op politiek activisme zat te wachten.

De meerderheid van de minuscule minderheid der anarchisten in Irkoetsk heeft zich daar nu bij neergelegd. De één geeft een beetje les aan de universiteit. De tweede doet in sigaretten en andere handel. En de volgende heeft zich op de kunst gestort of leeft op de biets. Alleen Igor (30), de "leider' zoals hij gekscherend wordt genoemd, poogt de fakkel, temidden van al deze halve "renegaten' die eens zijn "leerlingen' waren, nog brandende te houden.

Dat is hij aan zijn stand verplicht. Igor, een telg uit een boerengezin, is namelijk de jongen geweest die er ruim tien jaar geleden per ongeluk mee is begonnen. Als student Russische taal- en letterkunde en liefhebber van Lev Tolstoj begon hij toen, in 1980, min of meer toevallig te lezen in geschriften van Bakoenin, Kropotkin en de Russisch-revolutionaire beweging Volkswil. Van het één kwam het ander. Proudhon, Michelle, Stirner en zelfs onze Domela Nieuwenhuis volgden.

Het wachten was op de hedendaagse actie. Dat moment kwam in 1983 toen de KGB in Irkoetsk het eerste politieke proces sinds de jaren vijftig ontketende: tegen de filosoof Boris Tsjernych, die het had gewaagd een boek te schrijven over de overeenkomsten tussen Bakoenin en de Siberische schrijver Andrej Platonov en tegelijkertijd een "federatie van anarcho-communisten' had opgericht. Tsjernych werd tot vijf jaar veroordeeld, maar zijn discipelen gingen door met hun samizdat.

Een jaar later werd Igor van de universiteit geschopt. Hij ging werken als conciërge, kortom, volgde de klassieke dissidenten-carrière. Totdat het tijdperk van de glasnost aanbrak. Igor stak zijn hoofd weer nadrukkelijk boven het asfalt, zeker toen een poging van de geheime dienst om hem te arresteren op een falikante mislukking voor de KGB uitdraaide. Pamfletten, demonstraties, hongerstakingen, solidariteitsacties met de mijnwerkers in de Koezbass en het op poten zetten van een lokale afdeling van Memorial (de organisatie die als eerste op zoek ging naar de gewone slachtoffers van het stalinisme), alles deed Igor. Ineens ging het de anarchisten in Irkoetsk voor de wind. Igor reisde het hele land af om de congressen van de Konfederatie van anarcho-syndicalisten bij te wonen en thuis bleef de beweging nog groeien ook. Tot maar liefst twintig mensen, een aantal om trots op te zijn als je er rekening mee hield dat er in het bijna twintig keer grotere Moskou in die dagen niet meer dan honderd anarchisten rondliepen. Bij de lokale verkiezingen wist Igor in die wittebroodsweken zelfs veertig procent van de stemmen te halen.

Maar dat was in 1990/'91, vlak na de moord op "kameraad' Pjotr Sijoela uit Novotsjerkassk (de stad waar dertig jaar geleden een staking van arbeiders stiekem en bloedig werd neergeslagen), kortom, in de hyper-politieke periode van Gorbatsjov versus Jeltsin, van de generale repetitie in Vilnius en de eveneens mislukte uitvoering van deze coup acht maanden later in Moskou.

Daarna ging het echter mis. “De nieuwe bourgeoisie is de oude Sovjet-bourgeoisie gebleven”, hield Igor zijn strijdmakkers nog voor. In de hoop hen zo alert te houden. “Maar de beweging viel uit elkaar, omdat de communistische tegenstanders waren weggevallen”, moest hij toch erkennen. Met het wegebben van de repressie verloor de beweging ook haar romantiek. Igor, die nu weet dat hij “bang is voor macht”, kon alleen maar dankbaar zijn dat hij anderhalf jaar eerder niet als parlementariër was gekozen. Anders was het hem als “zondaar” wellicht net zo vergaan als “broedertje” Igor Rosocha uit Charkov, die nu als medewerker van vice-voorzitter Volodimir Grinjov van het Oekraënse parlement vies werk moet doen.

Nu die beker aan hem is voorbijgegaan kan hij zich als “journalist” goddank blijven inzetten voor de “eindeloze beweging” naar de staten- en klassenloze samenleving. “Een christelijk ideaal, absoluut”, erkent hij, omdat het anarchisme op aarde nooit zal neerdalen. Maar Igor heeft desalniettemin “nog energie voor dertig jaar”. Daarom is hij zo blij met de acquisitie van Maxim, een 21-jarige student geografie die vijf jaar geleden nog in de antisemitische kringen van de orthodoxe kerk vertoefde. Maxim compenseert zo het vertrek van Borja, die zich tegenwoordig verdienstelijk maakt voor de lokale fascisten van de Russische Orde. Daarom zit Igor vanavond aan het hoofd van de tafel om op de "revolutie' te toasten en zegt hij intellectueel-concurrent Farik, die zijn eigen weg is gegaan, dat ene boek van Stirner niét uit te lenen omdat die “daar nog niet rijp voor is”. Daarom ook heeft Igor zich een bord voor z'n kop gespijkerd, omdat hij anders zou zien dat zijn tafelgenoten hem niet meer echt serieus nemen.

Voor alle anderen is de komst van de buitenlander deze zondag namelijk een uitgelezen kans om weer eens gezellig bijeen te zijn. Ze willen hooguit wel eens weten wat die gast, die zichzelf als "klassevijandige bourgeois' heeft aangediend, vindt van "vrijheid, gelijkheid en broederschap'.

Dat we het niet eens worden, is onbetekenend. Ook in Irkoetsk zijn anarchisten bovenal mild. Het eten en vooral drinken is eigenlijk veel belangrijker. Het bezoek van de Zweedse anarchisten is immers al weer zo lang geleden. Maar wat was het fantastisch! Nee, niet die ene avond toen er een tolk bij was en het gesprek wel erg stroef en formeel verliep. Die andere avonden waren veel beter. Ze begrepen elkaar verbaal absoluut niet. Maar over alle andere vraagstukken bestond volledige consensus. “Die Zweden dronken geen vodka uit een glas”, zag Maxim tot zijn verbijstering. “Ze dronken de spirt rechtstreeks uit de fles.” Dat waren nog eens anarchisten.

    • Hubert Smeets