Expositie "Too hot to handle' over glas en keramiek in Leerdam; Roomkleurige klei in transparante glazen

Too hot to handle. Stationsweg 2 (Kunststation), Reilinghplein 4, Kerkstraat 18 en Tiendweg 9 in Leerdam. Tot en met 18 juli; wo t/m zo 13-17. Catalogus ƒ 25,-. Piet Stockmans en Cris Lanooij. Nationaal Glasmuseum, Lingedijk 28 in Leerdam. Tot en met 11 juli; di-vr 10-13 en 14-17, za en zo 13-17.

Ieder mens kent zijn eigen particuliere problemen. Zo liep de keramist Gijb Zaalberg met de vraag rond of Adam en Eva wel of niet een navel bezaten. Beiden zijn immers niet op de gebruikelijke wijze, met navelstreng en navel, uit een moederschoot geboren. Zaalberg raadpleegde een bevriende relatie die hem schreef dat het eerste mensenpaar zeker een navel heeft gehad. De Schepper wilde hen op dit punt niet achterstellen bij hun te verwachten nakomelingen en maakte, toen hij Adam en Eva formeerde, met zijn duim een lichte inkeping op hun buik.

Met een gerust hart kon Zaalberg dus beginnen aan zijn reusachtige object "De navel van Adam en Eva'. Golvende witte keramische bladen omringen een middelpunt van glas. Het geheel ligt als een bloem ingebed in een beige aardewerk schaal. Op een houten hekwerk is de brief aan Zaalberg over die navelkwestie te lezen en ook zijn daar een paar ronde, vleeskleurige aardewerk schijven aangebracht met het lichtelijk frommelige oppervlak, eigen aan veel menselijke navels. Het fraaie werkstuk van Bijb Zaalberg staat op de "Zonneweide', achter het Leerdamse culturele centrum aan de Tiendweg.

Op hetzelfde graslandje bouwde Theo van Delft een kruising tussen het onderkomen van een schildwacht en een Zuidlimburgs wegkapelletje. De "betreedbare' sculptuur bestaat uit los op elkaar gestapelde bakstenen (nergens zijn metselvoegen, doken of krammen te ontdekken) waarin een strook vensterglas voor de lichtinval zorgt. Van Delft lijkt schatplichtig aan de Deense beeldhouwer Per Kirkeby, maar diens gemetselde architectuurvormen - bijvoorbeeld de ingangloze toren die hij in een Düsseldorfs beursgebouw bouwde - zijn strenger en in de letterlijke betekenis minder toegankelijk.

Zaalberg en Van Delft behoren tot de 34 exposanten die meededen aan "Too hot to handle', een initiatief van het Kunststation in Leerdam. Een aantal kunstenaars, vooral keramisten, nam de uitnodiging aan een groot of klein object in te zenden dat èn glas èn (gebakken) klei als materiaal had. Ook bestaande elementen, zoals de bakstenen van Van Delft, mochten worden ingevoegd.

De combinatie glas en klei, materialen met evenveel verschillen als overeenkomsten, levert natuurlijk niet automatisch een interessante tentoonstelling op. Nogal wat van de kleinere kunstwerken die op vier verschillende locaties in Leerdam te zien zijn, stellen teleur. Drie stopflessen die elk een onduidelijk keramisch vormpje bevatten, missen samenhang, ook al staan ze pal naast elkaar op een grillig geboetseerde sokkel. En wat moet je denken van een viskom, kant en klaar in de dierenwinkel gekocht, waarin een buitenmodel vis is gekleid? De uitwerking van het idee glas met klei te laten samengaan, is bij deze inzending wel erg pover en gemakzuchtig.

Het Nationaal Glasmuseum aan de Lingedijk biedt slechts onderdak aan één object van de tentoonstelling "Too hot to handle', maar het is wel een van de verrassendste inzendingen. De Belg Piet Stockmans, die van 1963 tot 1989 als modelleur in dienst van de porseleinfabriek Mosa, is vertrouwd met het thema "herhaling'. Een paar jaar geleden maakte hij een installatie van 110 vazen in 110 kisten. Voor de expositie in Leerdam - een stad waar men niet op een glas meer of minder kijkt - vulde hij 1000 gildeglazen (50 rijen van 20 stuks) met een bodempje porseleinklei. Hij morste bij het vullen: de fysieke inspanning liet sporen na op de vloer en op de rand van de glazen waar diagonale kleislierten achterbleven. Bij Stockmans' installatie gaan het transparante glas en de ondoorzichtige roomkleurige klei op een gelukkige manier samen. Geen van beide materialen is ondergeschikt aan het andere en zonder wedijver voeren ze hun elegante discours.

Op de eerste verdieping van het museum is een klein overzicht ingericht van werk van Chris Lanooij (1881-1947). Lanooij is voornamelijk bekend als keramist van sobere potten en schalen die allure krijgen door hun diepe glazuurkleuren, maar van 1919 tot 1929 was hij ook betrokken bij de Leerdamse glasfabriek. In het kader van "Too hot to handle' exposeert het museum ongeveer 40 voorbeelden van Lanooij's glas- en kleikunst. De kunstenaar begon zijn Leerdamse loopbaan met het beschilderen van bestaand gebruiksglas. Een groenige stopfles kreeg een beschildering van kleurige vissen, een motief dat ook in de keramiek terugkeert. Bij een wat ondoorzichtig bekertje bestaat de nogal naëve decoratie uit paddestoelen en slakjes. In latere jaren maakte Lanooij ook glasontwerpen waarvan een mooi voorbeeld in de vitrine staat: een diepblauwe bolle vaas met een stop die op een koepel is genspireerd. Gelukkig bleef verdere versiering hier achterwege.

Lanooij was, ook in Leerdam, een echte pottenbakker. De "huid' van zijn glas verschilt nauwelijks van die van zijn keramiek; de ribbels op de mondrand van de glazen verraden ook de keramist die het "draaien' niet kan laten. Aan de lakmoesproef voor een industrieel werkende glaskunstenaar - het ontwerpen van een veeldelig drinkservies - waagde Lanooij zich niet. Hij kende zijn beperkingen.