Europa moet weigeren terug te keren tot de barbarij; De oorlog in Bosnië heeft ernstige gevolgen voor Europa; Westerse lafheid heeft een gevaarlijke precedentwerking

De oorlog in het voormalige Joegoslavië gaat deze week zijn derde jaar in. Op het eerste gezicht heeft hij - tot nu toe tenminste - geen enkele ernstige consequentie gehad voor het leven van de Fransen of dat van onze buren in het rijke Europa. Op de televisiebeelden - die vermoeiend worden omdat ze zo onverdraaglijk zijn - en een soms enigszins slecht geweten na, is de oorlog in Bosnië niet die van de Fransen, noch die van de overige Europeanen, en nog minder die van de Amerikanen, die onlangs bij monde van minister Warren Christopher hebben laten weten dat “de terughoudendheid van de regering Clinton” moet worden verklaard uit het feit dat “geen enkel vitaal Amerikaans belang” in het spel is in Bosnië.

Wij hebben dit artikel samen geschreven omdat wij, hoewel van verschillende politieke signatuur, overtuigd zijn van de tegenovergestelde stelling: de oorlog in Joegoslavië vormt in onze ogen het belangrijkste keerpunt in de geschiedenis na de Koude Oorlog. Wij - Fransen, Europeanen, Westerlingen - zijn bezig dit keerpunt te missen en uit de bocht te vliegen, en stevenen daarbij rechtstreeks af op zeer ernstige gevolgen voor de toekomst van ons continent. De onachtzaamheid die de democratieën bij deze oorlog tentoonspreiden, draagt de kiem van een aantal ernstige gevolgen voor onze toekomst.

Om te beginnen gaat van deze houding een precedentwerking uit voor de wereld van na de Koude Oorlog. Twee jaar van Westerse aarzeling en lafheid laten zien, niet alleen aan Milosevic, maar aan elke dictator van een dergelijk allooi die morgen op ons grondgebied kan opstaan, dat men voortaan geheel straffeloos honderdduizenden burgers kan vermoorden en deporteren, dorpen met de grond gelijk kan maken en het grondgebied van de buurman kan bezetten - alles in naam van een rassenoorlog - zonder dat wie dan ook serieus probeert in te grijpen. Men moet simpelweg vastbesloten zijn en geen scrupules tonen.

Anders gezegd, een halve eeuw na Hitler is barbaars gedrag in ere hersteld als "normaal' voor het optreden van landen. Het Handvest van de Verenigde Naties, juist opgesteld om te voorkomen dat iets als het nazisme zich nog eens zou herhalen, is vandaag de dag een uitgehold document, beroofd van zijn kern.

De ondoeltreffenheid, ja zeg maar het totale gebrek aan internationale actie heeft een vernietigend effect op de toekomst van de Europese eenwording: het aantal conflicthaarden neemt toe en vormt een bedreiging voor de veiligheid van dat deel van Europa dat "op stand leeft', de EG.

Waarom zouden we zwaarwichtige en complexe constructies als de Akkoorden van Maastricht in de steigers zetten als de Europeanen niet eens in staat zijn om met een beetje kracht - in dit geval met wapens - de eenvoudige beginselen van non-agressie en niet-gewelddadige expansie op te leggen, beginselen die zo duidelijk staan vermeld in het Handvest van Parijs van november 1990? Al vóór ratificatie zijn de Akkoorden van Maastricht, en vooral de bepalingen die zijn gewijd aan de buitenlandse politiek en de gemeenschappelijke veiligheid, waardeloos en achterhaald door de geschiedenis.

Vervolgens moeten we constateren dat de conflicten in het voormalige Joegoslavië een einde dreigen te maken aan de relatie tussen Noord-Amerika en West-Europa op het gebied van veiligheid en defensie. Ten tijde van de regering Bush kon het stilzwijgende akkoord tussen Washington, Bonn, Londen en Parijs om geen substantiële actie te ondernemen in het voormalige Joegoslavië nog verhullen dat het einde van de Koude Oorlog veranderingen met zich had meegebracht voor de defensie-relatie tussen de VS en Europa.

Thans zijn de zaken pijnlijk duidelijk. Bij gebrek aan "vitale belangen', bij gebrek ook aan een tijdig door de Europeanen geformuleerde bereidheid tot interventie, weigeren de Amerikanen hun troepen direct, op de grond, in te zetten. Washington is alleen bereid om "op afstand' in actie te komen: wapenleveranties en bombardementen. Het resultaat van deze lafhartigheid is de mislukking om een halt toe te roepen aan agressie en de etnische schoonmaak.

Zo heeft de Euro-Amerikaanse alliantie laten zien dat zij gebrekkig functioneert ten opzichte van reële conflicten in het Europa van na de Koude Oorlog.

Sommigen zullen zeggen dat de balans niet helemaal negatief doorslaat. Voor het eerst opereert de NAVO buiten het grondgebied van haar leden, aangezien boven Bosnië een vliegverbod is ingesteld. Voor het eerst ook zijn Franse troepen onder bevel van de NAVO gesteld, een bijdrage aan de normalisering van de defensie-relatie tussen Frankrijk en zijn Europese NAVO-partners.

Bovendien, zullen sommigen zeggen, zou het einde van de Euro-Amerikaanse alliantie een logisch gevolg zijn van het einde van de Koude Oorlog, aangezien er momenteel geen enkel groot gevaar is dat het grondgebied van de NAVO-lidstaten bedreigt. Maar opgepast: het rad van de geschiedenis draait snel - ten minste drie keer binnen een eeuw hebben de Verenigde Staten moeten ingrijpen om de Europese democratieën te redden. De Amerikaanse troepen kunnen dan ook beter in Europa blijven dan dat we op een dag moeten hopen dat ze voor de vierde keer terugkomen.

Welnu, de aanhoudende onenigheid tussen de transatlantische partners ten opzichte van de Balkan kan in beginsel het vertrek van alle Amerikaanse troepen betekenen, hetzij op aandrang van het Amerikaanse publiek dat gerriteerd is door het gedrag van de Europeanen, hetzij door de reactie van de Duitse bevolking na het vertrek van de Russische troepen in 1994.

Hopen dat de oorlog in Joegoslavië vanzelf ophoudt als er geen moslims meer zijn om af te slachten is een even cynische als onjuiste veronderstelling. We moeten ons niet vergissen: als de Serviërs (gevolgd door de Kroaten) erin slagen om hun visie aangaande de internationale verhoudingen op te leggen, te weten de ontmanteling van een staat die was erkend door de internationale gemeenschap, gewelddadige grenscorrecties en massale schending van mensenrechten, waarom zouden ze dan nog niet even doorgaan op die "goede weg', richting Kosovo en Macedonië? En waarom zouden anderen - in de Oekrane, in de Baltische staten, de Donau-delta en elders in Europa - hen dat niet nadoen? Want uiteindelijk lijkt de prijs van min of meer strikt nageleefde economische sancties en militaire operaties van beperkte omvang, door bevolkingsgroepen die in de greep zijn van etnisch fanatisme zonder buitensporige problemen te worden verdragen. De aanwezigheid van grote hoeveelheden conventionele en nucleaire wapens, erfstukken van de voormalige Sovjet-Unie, zal de problemen alleen maar vergroten.

Er is nog een ander gevaar voor onze toekomst: als de Europeanen zo slecht in staat blijken om de beginselen te verdedigen die zij met luide stem hebben verkondigd, waarom zouden islamitische groepen of extremistische staten dan aarzelen om West-Europa uit te dagen? De proliferatie van nucleaire wapens en ballistische raketten geeft een bijzonder accent aan dat risico.

Ook hier geldt: hopen dat de oorlog op lange termijn geen enkele consequentie heeft voor de relatie tussen Europa en de miljard al dan niet Arabische moslims die de zuidelijke periferie van Europa bevolken, is een tragische, cynische en idiote vergissing.

Ten slotte, het politieke lot van onze volkeren en waarden staat op het spel in het voormalige Joegoslavië. De strijd die na de Franse Revolutie ontbrandde tussen twee soorten nationalisme - de moderne versie die we terugzien in de Europese eenwording en de versie die zich uit in militair expansionisme, vreemdelingenhaat en de onderwerping van andere volken - staat opnieuw centraal in de Europese geschiedenis.

Wat staat ons te doen? Eerst hebben we allemaal, sinds het najaar van 1991, gepleit voor economische en militaire sancties tegen Servië, dat toen in oorlog was met Kroatië. Vervolgens, in de zomer van 1992, hebben we voorgesteld om zowel uit de lucht als op de grond in te grijpen in Bosnië-Herzegovina, om zo enclaves te creëren vanwaar de Bosnische regeringstroepen doeltreffend zouden kunnen optreden tegen de Servische troepen, die bestookt zouden worden door geallieerde luchtaanvallen: er was een reële mogelijkheid om de Servische agressie een halt toe te roepen en wellicht zelfs om gebieden te heroveren. Deze operatie had met zeventigduizend man kunnen worden uitgevoerd: helaas hebben Europeanen en Amerikanen de gelegenheid laten passeren.

Thans is de situatie oneindig veel erger. In de huidige omstandigheden zouden de Westerse democratieën, en in de allereerste plaats Frankrijk en zijn Europese partners, zich enkele doelen moeten stellen.

Op korte termijn moet eerst een einde komen aan de slachting onder de burgerbevolking in Bosnië. Met het oog daarop moet het akkoord van Washington, niet bedoeld als vervanging voor het plan Vance-Owen maar als de eerste stap ervan, worden uitgevoerd ter voorbereiding van een vredesregeling. De militaire werkelijkheid houdt in dat Frankrijk dat niet alleen kan, maar ook Frankrijk en Groot-Brittannië samen niet. Deze last moet worden gedeeld door Europeanen, Russen en Amerikanen.

Als de situatie in de enclaves zich heeft gestabiliseerd, kunnen we gaan onderhandelen over de herdefiniëring van de grenzen. In geen enkel geval mogen we Servië en de Serviërs in alle rust laten genieten van hun veroveringen. Dat vloeit voort uit de beginselen in het Handvest van de VN en het Handvest van Parijs. De sancties moeten dus worden gehandhaafd tot een vredesakkoord is gesloten.

Eveneens op korte termijn moet worden voorkomen dat de oorlog zich uitbreidt over de Balkan. Een openlijk conflict in Kosovo en Macedonië draagt het grote risico in zich dat niet alleen Albanië en Bulgarije, maar ook Griekenland en Turkije (beide lid van de NAVO) meegetrokken worden. Daarom moet de kleine NAVO-macht in Macedonië aanzienlijk worden uitgebreid: een troepenmacht van vijftigduizend militairen is groot genoeg om de Serviërs elke onverantwoordelijke actie uit het hoofd te doen zetten en om de buurlanden gerust te stellen die zich anders, in geval van gewelddadige gebeurtenissen in Kosovo en Macedonië, verplicht zouden voelen in te grijpen.

Er moet ook aan de toekomst worden gedacht. We moeten constateren dat de VS alleen actief zullen deelnemen aan de verdediging van Europa als de Westeuropeanen de bereidheid en het vermogen tonen het initiatief te nemen bij crises die in de eerste plaats onze eigen belangen op het spel zetten. De Amerikanen raken met de dag meer overtuigd van het Europese fiasco in kwesties van gemeenschappelijk defensie-beleid. Dat leidt ertoe dat we nog minder op Washington kunnen rekenen naarmate crises en conflicten zich opstapelen.

Het is dus absolute noodzaak voor de Europeanen om de handen ineen te slaan. Niet alleen als het gaat om de Europese eenwording, maar ook als het gaat om de taken van elk land afzonderlijk. Frankrijk moet er dus voor zorgen dat er middelen worden vrijgemaakt die nodig zijn om het hoofd te bieden aan de verslechtering van de veiligheid op het continent.

De toekomst van het defensie-budget is in dat opzicht cruciaal. Het is altijd verleidelijk om in tijden van vrede te knagen aan de defensie-uitgaven en zeker wanneer de staat van de overheidsfinancien daartoe lijkt te dwingen: met tekorten op de begroting variërend van vijf tot acht procent van het bruto nationaal produkt verkeren Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, net als de meeste andere EG-landen, in die situatie. Het valt te betwijfelen of eenzijdige ontwapening de beste manier is om vrede in Europa te garanderen.

Niets zou schadelijker zijn dan op een gebied waar het effect van beslissingen pas decennia later voelbaar is, toe te geven aan de druk van de conjunctuur of aan ongeduld. Anders gezegd, de defensie-begroting moet kwalitatief en kwantitatief zodanig worden aangepast dat het hoofd kan worden geboden aan de conflicten van na de Koude Oorlog. Dat betekent allereerst dat het afgelopen moet zijn met bezuinigingen op defensie, maar ook dat het accent moet worden gelegd naar onder meer de volgende terreinen: - inlichtingen verzamelen om ontkiemende conflicten te voorkomen. - alarmsystemen in de ruimte aanbrengen om raketbewegingen te signaleren. Europa beschikt thans niet over een dergelijk systeem terwijl het technisch en financieel wel haalbaar is. - voldoende munitievoorraad aanleggen om het hoofd te kunnen bieden aan langdurige en meerdere crises. Paradoxaal genoeg speelde dit probleem minder tijdens de Koude Oorlog, toen het ging om slechts één conflict. - luchttransportmiddelen met een lange actie-radius om op het juiste moment te kunnen ingrijpen in conflicten die zich ver weg afspelen.

Een aantal van deze prioriteiten spelen een "federaliserende' rol, in die zin dat ze zich lenen voor gemeenschappelijke acties tussen Europese landen en voor verschillende missies kunnen worden gebruikt: een alarmsatelliet bijvoorbeeld is nuttig in geval van agressie, maar ook om bevolkingsgroepen te beschermen of eventuele anti-raketsystemen in werking te stellen.

Nu de wolken zich opstapelen aan de horizon is het niet het goede moment om op de rem te trappen: er is geen tijd meer om het dividend van de vrede te innen. Het beleg van Sarajevo is daar het stuitende bewijs van. Laten we niet vergeten: veiligheid is de belangrijkste vorm van sociale zekerheid.

Zij die de auteurs van dit artikel kennen, weten hoe zeer onze politieke kleur verschilt. Maar de omstandigheden zijn ernstig en we willen dan ook onderstrepen dat we het over het belangrijkste eens zijn: de weigering om Europa terug te laten keren naar de barbarij.