Eigenaar van VHS verwijt oud bestuur wanbeleid

DEN HAAG, 22 JUNI. Grootaandeelhouder van vastgoedfonds VHS, voormalig glazenwasser Ed Maas, wil oud-VHS-bewindvoerder mr. A.L. Leuftink aanklagen wegens wanbeleid. Als opmaat wil Maas tijdens de aandeelhoudersvergadering van 30 juni het oude bestuur décharge onthouden voor het gevoerde beleid.

Maas meent onder meer dat Leuftink ten onrechte uitstel van betaling voor VHS heeft aangevraagd. De aandeelhouder voert daarbij aan dat er destijds een concreet voorstel lag van aandeelhouders om het toen noodlijdende VHS aan liquiditeiten te helpen.

Leuftink, door de Nederlandsche Bank benoemd als stille curator bij VHS, wees dat aanbod af omdat het afkomstig was van vastgoedbelegger R & R, waarin de van internationale aandelenzwendel verdachte Robert Doorn een leidende rol speelt. Maas neemt nu Doorns argumentatie over. Leuftink heeft, na 25 processen te hebben gewonnen, Doorn en R & R bij VHS buitenspel gezet.

Maas verwierf vorig jaar de meerderheid van het aandelenkapitaal van VHS. Om de feitelijke macht te krijgen over VHS moest hij een verklaring tekenen waarin hij afstand nam van Doorn. Pas daarna kreeg hij zeggenschap in de stichting prioriteit VHS, die op last van de rechtbank werd bestuurd door personen die geen relatie onderhielden met R & R.

In zijn verklaring verleende Maas décharge aan het beleid van Leuftink en de andere bestuurders en commissarissen over de periode 1991 en 1992. Bovendien beloofde Maas de décharge van beleid op de agenda te plaatsen van de VHS-aandeelhoudersvergadering op 30 juni aanstaande. Dat was in feite een formaliteit omdat hij als meerderheidsaandeelhouder immers al had voorgestemd.

Maas stemde in december met deze voorwaarden in, maar meent nu redenen te hebben die belofte niet na te komen. Maas: “Ik had al 1,85 miljoen gulden voor een boedelkrediet voor VHS overgemaakt en stond met de rug tegen de muur: tekende ik niet, dan zouden de leden van de stichting prioriteit niet aftreden. Ik heb toen getekend, maar wèl bedongen dat niet tot décharge zou worden overgegaan als sprake was van wanbestuur.”

Maas meent nu dat sprake is van wanbestuur. Hij baseert zich daarbij op een enquête van de Ondernemingskamer naar VHS. Bovendien heeft Maas een waslijst samengesteld van problemen met het beleid van bewindvoerder Leuftink. De bewindvoerder noemt Maas' voorstelling van zaken "misleidend en onjuist'.