Een adembenemende slotscène

Met dynamische tred meldt Wim Tergast zich bij de Arnhemse politierechter, mevrouw mr. A. Sutorius-Joekes. Het hoofd recht, het colbertje over de arm, kortom, hier is iemand die zich heeft voorgenomen eens even een varkentje te wassen. Kamer 200 waar deze politierechter zetelt, heeft veel van een grote huiskamer, inclusief stoelen voor advocaat en verdachte. Niet dat Tergast een advocaat bij zich heeft - hij denkt het wel alleen af te kunnen, een misverstand dat je vaker aantreft bij òf de zelfverzekerden òf de onnozelen, om nog maar te zwijgen van de onnozele zelfverzekerden.

Tergast, een ongeveer 30-jarige handelsreiziger, wordt verdacht van een poging tot oplichting van een verzekeringsmaatschappij. Hij claimde een schade van duizend gulden aan zijn auto, kort nadat hij zijn verzekering van WA in all risk had laten omzetten. Die schade - een forse kras op het portier - zou hij verzwegen hebben toen hij zijn polis liet veranderen.

De officier van justitie had Tergast een transactie - een schikking - van 750 gulden aangeboden, maar daar reageerde hij niet op. Waarom niet, wil de rechter weten.

“Ik heb 'm nooit gehad”, meldt Tergast luchtig. “Die zaak loopt al zo lang. Ik weet trouwens niet of ik 'm betaald zou hebben.”

“Die maatschappij beschuldigde u van oplichting, u ontkende. Maar er zijn getuigenissen die het bevestigen.”

“Die kloppen niet. En nu ik hier toch zit, wil ik dat u het verhaal van mij hoort.”

Tergast stort zich in een warrig relaas waaruit pas na de nodige interventies van de rechter herkenbare contouren opdoemen.

In 1990 koopt Tergast een Opel die hij een jaar later weer van de hand wil doen, omdat hij inmiddels "een wagen van de zaak' heeft gekregen. Zijn Opel heeft enige schade (een kras en een beschadigd deurslot) als hij hem via garage Koopmans te koop aanbiedt. Deze garage stalt de Opel een poosje in haar verkoopruimte, maar wordt ongeduldig omdat Tergast een te hoog bedrag vraagt. “Je moet eerst die schade herstellen, anders is de auto onverkoopbaar”, adviseert Koopmans.

Tergast beweert dat hij de schade inderdaad heeft laten herstellen, maar Koopmans spreekt dit tegen. Wèl is het Koopmans opgevallen dat Tergast zelf met een lakstift aan die kras stond te prutsen. Een kwitantie van de reparatie heeft Tergast niet.

Na enkele maanden haalt Tergast zijn nog steeds onverkochte Opel weg bij Koopmans en zet hem te koop bij garage Dielens. Daar meldt zich op een goede dag een adspirant-koper. Die buigt zich echter voorover naar het portier en wat ziet hij? Een kras! Tergast kijkt nu ook. Jeetje! Een kras! Volgens Tergast heeft hij deze kras nooit eerder gezien. De koper wil de auto nog wel kopen, maar dan moet eerst die kras weggewerkt. Dat gaat Tergast duizend gulden kosten, die hij meteen in rekening brengt bij zijn verzekeringsmaatschappij.

“Hoe kwam die kras daar zo ineens”, vraagt de rechter, tamelijk gefascineerd.

“Geen idee”, probeert Tergast haar te verzekeren. “Het was een idiote streep, met een spijkertje of zoiets gedaan.”

“En u weet zeker dat het niet dezelfde kras was?”

“Het was een essentieel andere schade”, zegt Tergast met klem.

“Maar volgens de mensen van garage Koopmans was het gewoon dezelfde kras.”

“Absoluut niet waar.”

“En u zag deze kras pas nadat de koper bij garage Dielens u erop had gewezen?”

“Ja. Ik schrok ervan.”

“Waarom had u een dag eerder uw verzekering van WA in all risk omgezet?”

“Nou, bij garage Koopmans stond-ie verzekerd, maar bij Dielens niet.”

De officier van justitie, mevrouw mr. J. Verbeek, herinnert de verdachte aan iets onaangenaams: zijn verklaring bij de politie. Daar heeft hij destijds beweerd dat zijn auto helemaal niet beschadigd was toen hij hem bij garage Koopmans bracht. De officier zou graag vernemen waarom hij daar toen zo aantoonbaar over gelogen heeft.

“Ik was niet op dat verhoor voorbereid”, zegt Tergast. “Je wordt voor het blok gezet.”

“Het maakt uw positie niet sterker”, zegt de rechter.

De officier zegt zonder omwegen: “Ik geloof hem niet. Die schade was al eerder aanwezig.” Ze eist een boete van duizend gulden.

“Dan zal ik een advocaat moeten nemen”, sputtert Tergast. “Ik wilde de transactie niet betalen en dan krijg ik er nu ook nog 250 gulden bij.”

De rechter kijkt hem eens goed aan. Zij is een vriendelijk uitziende vrouw, het type waar je als man niet zonder knagend schuldbesef tegen kunt blijven liegen.

“Misschien bent u zich per ongeluk te buiten gegaan”, probeert ze.

“Zou je kunnen zeggen, maar wat moet ik daarmee”, vraagt Tergast verbouwereerd.

De rechter ziet de opening en zet door. “De kras zat er, u heeft zich in de nesten gewerkt?”

“Hm.”

De rechter geeft hem het laatste woord. En dan voltrekt zich een adembenemende slotscène. Bekennen heeft ook wel iets lékkers, moet Tergast opeens gevoeld hebben, en zeker met die begrijpende vrouwen tegenover je. Een half uur lang heeft hij de ene ronkende leugen op de andere gestapeld, maar nu is hij niet meer te houden in zijn bekentenisdrang.

“Ik ben in dat jaar zo vaak genept met autoschade”, klaagt hij. “Diefstal van wieldoppen, autoradio's, krassen. En aan de politie heb je ook geen bal. Dan krijg je zulke misstappen.”

“Dan ga je terugslaan”, helpt de rechter hem een handje. “Misschien is het te vergelijken met een slachtoffer van fietsendiefstal dat zelf een fiets steelt. Je laat je meeslepen door iets wat niet mag.”

“Ik ben in ieder geval blij dat u nu de waarheid vertelt”, biechtmoedert ook de officier.

“Ik ben opgelucht dat ik het kwijt ben”, knikt Tergast.

Maar nu de straf - want gestraft moet er worden. “Ik veroordeel u tot 400 gulden of acht dagen hechtenis. Een gematigd bedrag”, zegt de rechter. Ze vraagt de verdachte en de officier of ze daartegen in beroep willen gaan.

“Nee”, strijkt de officier met de hand over haar hart, “ik kan me daar gezien de omstandigheden wel in schikken.”

“Ik vind het nog wel een heel bedrag, maar laat ik het niet doen”, zegt Tergast. Hij gaat heen als een gelouterd man: een handelsreiziger die uit de dood is opgestaan. Zou hij beseffen dat deze veroordeling hem een aantekening in het strafregister bezorgt - iets wat hij had kunnen voorkomen door destijds op de transactie in te gaan? Vast niet. Maar wat geeft het: het moment suprême van deze morgen neemt niemand hem meer af.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.