Concert van Shine is party in dolgedraaide popcultuurtijdmachine

Concert: Shine. Bezetting: Richard Janssen (zang, gitaar), Jan Bart Meyers (gitaar), Marc de Reus (bas), Marius Schrader (drums), Bart van Poppel (toetsen) en Sjolanda (zang). Gehoord: 19/6 LVC, Leiden. Herhaling: 25/6 Paradiso, Amsterdam, 26/6 Tivoli, Utrecht.

Voor de Nederlandse rockgroep Shine moet een concert meer inhouden dan anderhalf uur op het podium en vervolgens naar huis terughobbelen in een busje vol apparatuur. Zanger en gitarist Richard Janssen had er de buik van vol, nadat zijn vroegere groep Fatal Flowers vijf jaar lang deel uitmaakte van de subtop in het Nederlandse clubcircuit. Zijn soloproject Shine is na de voltooiing van het debuutalbum Boys uitgegroeid tot een hechte groep, geformeerd uit andere "tweede kansers" als bassist Marc de Reus (ex-Div) en Marius Schrader (ex-Claw Boys Claw).

Optredens van Shine worden omlijst met randverschijnselen, zoals die bij een houseparty gebruikelijker zijn dan bij een popconcert. Bij de entourage hoort een dj, die platen draait in het midden van de zaal. In het voorprogramma brengt de geblondeerde vamp Gitane Demone haar glasharde pianoballades en op de muren wordt een lichtshow met vloeistofprojecties vertoond. De nietsvermoedende concertbezoeker stapt een dolgedraaide tijdmachine binnen, waar het onderscheid is weggevallen tussen de uiteenlopende elementen uit veertig jaar popcultuur.

Muzikaal verwijst Shine vooral terug naar de Britse glamrock uit de jaren zeventig. Met zijn lijzige stem en dramatisch opgebouwde nummers behoudt Richard Janssen het patent op het karakteristieke geluid van Fatal Flowers. Een explosieve versie van David Bowie's Look Back In Anger valt geenszins uit de toon, terwijl de lawaaiige tweede gitarist Bart Jan Meyers heen en weer stuitert tussen de touwen van een denkbeeldige boksring. Aan hun vlammende rock & roll valt nauwelijks af te horen, dat de muzikanten pas enkele weken samen spelen. Alleen achtergrondzangeres Sjolanda weet zich nog geen raad met deze stoere-jongensmuziek. Ze camoufleert haar valse noten met danspassen op de plaats, als een gogo-girl bij een ouderwetse beatgroep. De verwarring is compleet wanneer de gemene blues van Muddy Waters' Mannish Boy wordt afgekapt voor een hoekig funkritme. Na een caleidoscopische rondgang door de pophistorie, maakt Shine het podium vrij voor de kunsten van een trapezewerkster. Zelfs de t-shirts die in de zaal worden verkocht, blinken uit door hun oogverblindend ontwerp.