Chemie: uitgaven aan milieu overtreffen dit jaar winst

DEN HAAG, 22 JUNI. Onder invloed van de recessie en door stijgende uitgaven aan milieuzorg zal de winst in de chemie dit jaar voor het eerst lager uitvallen dan de milieubestedingen. Dat blijkt uit het vandaag verschenen 'milieuprofiel' van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Indurstrie (VNCI).

De milieulasten van de chemische industrie zijn de afgelopen zes jaar gestaag toegenomen. Bedroegen de totale milieu-uitgaven in de chemie in 1986 nog ruim 450 miljoen gulden, in 1991 was dat al een kleine 900 miljoen gulden. Het Milieuprofiel is de optelsom van een enquete naar milieubelasting en milieuzorg die de Vereniging Nederlands Chemische Industrie (VNCI) onder zijn leden heeft gehouden. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze VNCI-leden ongeveer 95% van de chemische industrie.

De stijging van de milieulasten zal zich, zo verwacht de VNCI de komende jaren voortzetten. Het door de VNCI genoemde bedrag van 900 miljoen aan milieu-uitgaven komt overeen met 1,8 procent van de totale omzet van de chemie. In 1991 bedroeg die ruim 45 miljard gulden. De milieu-investeringen in dat jaar bedroegen ruim 16 procent van het totaal aan investeringen. Vanwege de recessie in de chemie zullen de milieu-uitgaven van de chemische industrie dit jaar voor het eerst hoger uitvallen dan de winst.Uit het Milieuprofiel blijkt, dat de milieubelasting door de chemische industrie de afgelopen jaren behoorlijk is teruggedrongen, stelde ir. Ruud Selman, vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van DSM en tot voor kort voorzitter van de VNCI. Zo is de uitstoot aan zwaveldioxide, een gas dat een belangrijke bijdrage levert aan de verzuring, teruggedrongen van 32 miljoen ton in 1985 tot 15,3 miljoen ton in 1991. Daarmee zit de chemische industrie al onder het streefdoel van de overheid, dat ligt op 20 miljoen ton in 1994. Ook de uitstoot aan stikstofoxiden, dat eveneens een bijdrage levert aan de verzuring is met bijna de helft verminderd in de periode tussen 1985 en 1991. Vergelijkbare reducties zijn bereikt bij de lozing van zware metalen zoals nikkel, lood en cadmium. Minder succesvol is de chemie met de lozingen van fosfaat op het oppervlakte. De ruim negen miljoen kilo die in 1991 werden geloosd betekenen een vermindering met nog geen 25% ten opzichte van 1985. Overigens zijn de gegevens over fosfaatlozingen in het Milieuprofiel van de VNCI 1000 maal hoger dan de gegevens in de Nationale Milieuverkenning van het RIVM. Vermoedelijk een foutje met de komma, vermoedt de VNCI bij navraag.In het Milieuprofiel geeft de VNCI niet alleen de absolute cijfers, maar worden de emissies van de chemische industrie ook vergeleken met het totaal aan emissies in Nederland. Daaruit blijkt dat de uitstoot aan zwaveldioxide door de chemie overeenkomt met 10 procent van de totale uitstoot. Voor stikstofoxiden geldt dat de chemie een bijdrage levert van 6 prcent aan het totaal. De bijdrage aan het broeikas-effect wordt door de chemie berekent op 8 procent. Volgens Selman laten de gegevens uit het Milieuprofiel zien, dat de chemische industrie voorop loopt als het gaat om zorg voor het milieu. Zo wijst hij erop, dat 70 procent van de bedrijven in de chemie beschikt over of bezig is met de invoering van een susteem voor bedrijfsinterne milieuzorg. Voor de rest van de Nederlandse industrie is dat 40 procent. Wat invoering van milieuzorgsystemen betreft, lijkt de chemische industrie de werkelijkheid door een licht roze bril te beschouwen, meent Ad van den Biggelaar, directeur van de Stichting Natuur en Milieu in Utrecht. Wat gegevens betreft valt het aandeel van de chemische industrie in de vervuiling met zwaveldioxide en stikstofoxiden in het Milieuprofiel lager uit dan door het CBS is berekend in zijn milieustatisitieken. Wat milieuzorgsystemen betreft, blijkt uit een recente inventarisatie van het accountantsbureau KPMG in opdracht van het ministerie, dat slechts 60 procent van de chemische bedrijven beschikt over of bezig is met de invoering van en dergelijk systeem.

Van den Biggelaar heeft nog enkele tekortkomingen ontdekt in het 'Milieuprofiel'. Zo staat er, naar zijn oordeel, erg weinig in over de afvalstromen. Volstaan wordt met een vermelding dat de chemische industrie in 1991 600 miljoen kilo afval heeft geproduceerd. Van den Biggelaar: 'Ik zou me zorgen maken als de chemische industrie echt zo weinig weet over zijn eigen afvalstromen.' Verder staat er in het Milieuprofiel dat er nog geen goede vervangers zijn voor het gebruik van CFK's voor koelkasten en vriezers. CFK's zijn gassen die naar alle waarschijnlijkheid de ozonlaag aantasten. Van den Biggelaar: 'Ik snap niet hoe ze dat kunnen zeggen. Er zijn al koelkasten op de markt die werken op milieuvriendelijk propaan.'

Ondanks de geconstateerde tekortkomingen vindt Van den Biggelaar het 'Milieuprofiel' van de chemische industrie een goed initiatief. 'Het tekent de recente openheid van de chemie', meent hij. 'Jammer is alleen dat de industrie, als het gaat om milieudoelstellingen, blijft hameren op technische en economische haalbaarheid. Zo krijgen we nooit een discussie over de noodzakelijke veranderingen in de economische structuur.'