ARLEEN AUGER

Met Arleen Auger is een zeer bijzondere grote zangeres van ons heengegaan.

Sinds 1977 hoorde ik haar om de twee jaar in het Concertgebouw in de Matthäus Passion zingen - en altijd sereen, onaards en hemels, zoals Kasper Jansen schreef (NRC Handelsblad, 12 juni). Ze was in het Aus Liebe het ontroerendst in 1985 (Bachs 300ste geboortejaar). Die uitvoering werd rechtstreeks op de tv uitgezonden. De opname veroorzaakte veel onrust in de zaal: een enorme batterij lampen lichtte publiek, solisten, koor, solisten en dirigent om beurten uit; allerlei technici liepen rond met portofoons; tv-camera's draaiden voortdurend hinderlijk zichtbaar uit hun positie vlak voor de rand van het podium omhoog en omlaag. Eigenlijk was er geen enkel redelijk moment van stille toegewijde aandacht. Pas toen Arleen het Aus Liebe zong, ontstond er in de zaal en zelfs bij alle technici en musici een totale verstilling. De tv-registratie was even van slag (zoals in de huiskamers bleek) en zelfs de geroutineerde Nicolaus Harnoncourt en het koor en het orkest hadden een extra tel nodig om op aarde terug te keren: de inzet van het erop volgende woedende Lasst Ihn kreuzigen lukte merkbaar niet goed.

In 1987 deed zich een soort wonder voor. Het was een grijze dag. Precies op het moment echter dat Arleen kort voor het slotkoor "Tausend' zong, brak heel even de zon door. Ik zag hoe Arleen door een bundel zonlicht uitgelicht werd en nam aldus een stem uit de hemel waar in een hemels licht. Arleen zong bovennatuurlijk expressief en maakte een diepe indruk. Het is een ontwortelend besef dat zij nu nooit meer voor ons zal zingen.