Agassi, een goed geregisseerd mirakel

LONDEN, 22 JUNI. Anderhalve maand geen wedstrijd gespeeld, nauwelijks getraind en toch naar Wimbledon komen. Andre Agassi zegt dat hij het uit respect deed voor het mooiste tennistoernooi van de wereld, omdat hij zich verplicht voelde zijn titel te komen verdedigen. Een hele eer, een voorrecht noemde hij het en de Engelsen lagen aan zijn voeten. Maar het kan even goed worden uitgelegd als hoogmoed en ontheiliging van het Londense gras. Zo slecht voorbereid een grand-slamtoernooi ingaan en dan nog wel dat van Wimbledon, is bijna beledigend voor al die spelers die de laatste weken zorgvuldig hun huiswerk hebben gemaakt.

Agassi won gisteren zijn openingspartij tegen de Duitser Bernd Karbacher, die de laatste weken geplaagd werd door een aandoening aan de luchtwegen. Dat de Amerikaan na een moeizame eerste set eenvoudig won (7-5, 6-4, 6-0) mocht daarom niet als een miraculeuze wederopstanding van het tennisfenomeen worden beschouwd. De plaatsingscommissie van Wimbledon had weinig vertrouwen in Agassi en plaatste de nummer dertien van de wereldranglijst als achtste. Nog nooit kreeg een titelverdediger zo'n lage positie.

Alleen het tromgeroffel ontbrak aan Agassi's wederopstanding. Verder was het een perfect geregisseerd theaterstuk, met emotionele volzinnen als: “Mijn hart zegt me dat ik Wimbledon moet spelen hoewel mijn verstand en mijn lichaam vertellen dat het wel eens een te groot risico zou kunnen betekenen. Ik ben het aan het tennis verplicht dat ik het probeer”, riep hij er bij.

Waren het authentieke citaten of stond er een souffleur in de coulissen, die er voor zorgde dat de commerciële motor van de puissant rijke tennisspeler voor even werd aangezwengeld? Voor veel geld, naar verluidt 450.000 Duitse marken, was hij naar het Westduitse Halle gelokt, waar hij vorige week in de eerste ronde verloor. Voor veel geld had de Engelse roddelkrant Daily Express het recht gekocht een serie verhalen over hem te publiceren. (“Heeft Agassi een geheime verhouding met Barbra Streisand?”), die zouden worden ondersteund met televisie-commercials. En bij de drukker ligt het boek "Andre Agassi, het enfant terrible van de tennisbaan', waarin volgens een journalist die de proeven mocht inzien, wordt verhaald over een met dramatiek overgoten terugkeer van Agassi naar Wimbledon, tijdens de kerstdagen van vorig jaar. Zonder bal op centre court. Teneinde dat euforische moment van zijn Wimbledon-zege nog eens te ervaren.

Pag 11: Circus rond Andre Agassi

Het zou best eens een verborgen en ingetogen reactie kunnen zijn op de bijna schaamteloze exploitatie van het instituut Wimbledon, waaraan Agassi of zijn raadgevers zich te buiten gaan. Hij wekt de indruk door de machtige hand van een reclamebureau naar dit toernooi te zijn gedirigeerd. Uit een waas van geheimzinnigheid trad hij vorige week ineens tevoorschijn. Daar was hij weer, de tennisgod. Geplaagd geweest door een polsblessure. Begin april speelde hij in Barcelona zijn tot dat moment laatste partij. Een nederlaag tegen de latere winnaar van Roland Garros, Sergi Bruguera. Hij had zich aanvankelijk afgemeld voor het splinternieuwe toernooi in Halle, maar tegelijkertijd gevraagd een wild-card voor hem gereed te houden voor het geval hij op het laatste moment nog van gedachten zou veranderen. En jawel, dat deed hij. Het is allemaal net iets te veel. Alsof hij naar de zin van de sponsor te lang buiten beeld is gebleven om hun merken uit te dragen. Een suggestie die hij tegenspreekt. “Als ik nog pijn aan mijn pols zou hebben, zou elke dokter die ik heb geconsulteerd, en het waren vijf specialisten, me hebben gezegd dat spelen hier het risico dat ik daarmee op de langere termijn neem niet waard is. Maar daar is geen sprake van.”

Medisch gezien was er volgens hem dus geen enkele aanleiding om de terugkeer nog uit te stellen. Speltechnisch en conditioneel is dat de vraag. In Halle werd het ontstaan van een "zwembandje' door waarnemers geconstateerd, zelf zegt hij dat hij veel bergop gerend heeft en met gewichten heeft getraind om snel op het aanvaardbare niveau te komen. Of hij te zwaar is? “Wordt dat gezegd? Echt waar? Het is me niet opgevallen. Ik denk dat ik een beetje stevig ontbijt heb gehad. Voor mij telt niet wat de weegschaal zegt, maar hoe ik me voel als ik over de baan ga.”

Eén verandering geeft hij ruiterlijk toe. Zijn service is aangepast om zijn net herstelde polsgewricht te ontzien. Hij maakt een halve swing, de beweging wordt niet helemaal afgemaakt. Het hinderde hem tegen Krabacher niet. De precisie leek zelfs groter dan vroeger, hij sloeg meer aces in zijn eerste partij dan vorig jaar in het hele toernooi. Even had de angst hem naar de keel gegrepen. Net was hij bekomen van het heerlijke gevoel het nog onbeschadigde groene, gemillimeterde gras van het centre court te hebben betreden (“Na het winnen van dit toernooi het heerlijkste gevoel in mijn leven”) of hij keek tegen een 4-1 en daarna 5-2 achterstand aan. Met het risico dat een tegenstander, ook al heet die Karbacher en is hij nummer 35 van de wereld, de geest krijgt en hem overrompelt. Zo ver kwam het niet. Agassi kon bij vlagen zijn gevreesde spel, zijn briljante, vroeg genomen servicereturn laten zien. “De eerste paar partijen zijn cruciaal voor me. Als je de tweede week op Wimbledon haalt is het allemaal anders.” Of hij het haalt is de vraag. De logica van de sport zegt dat het onmogelijk is. Maar Nick Bollettieri, zijn charismatische coach, mag in zo'n geval graag herinneren aan vorig jaar toen de voorbereiding op dit toernooi bestond uit een partijtje tennis op een groene hard court-baan in Palm Beach. “Probeer je maar te verbeelden dat je op gras speelt”, had de coach gezegd. Alleen vanuit de nieuwe wereld kan er zo gespot worden met een tennismonument. En wat zou het saai zijn zonder dergelijke verrassingen.

    • Peter de Jonge