A qui la faute?

Als er één gevoel gedeeld wordt door alle landen van de Europese Gemeenschap, dan is het een gevoel van schaamte over de onmacht die ze getoond hebben in de Joegoslavische crisis. Hier worden, vóór hun deur, de mensenrechten op de gruwelijkste wijze geschonden en wordt een staat - Bosnië - verkracht welks zelfstandigheid ze kort tevoren nog hadden erkend.

Dit toelatende, wisten ze dat ze daarmee een precedent schiepen waarop iedere machtsbeluste politicus of militair, waar ook ter wereld, zich voortaan kan beroepen, teneinde zijn wil aan anderen op te leggen of, sterker nog, anderen uit huis en erf te verdrijven of, nòg sterker, uit te roeien: de Europese Gemeenschap doet toch niets.

Volop reden voor schaamte dus. Maar is dit ook een collectieve schaamte? Die vooronderstelt het bestaan van een Europees collectivum, en dat - de Joegoslavische crisis heeft het onweersproken bewezen - bestaat juist niet. Als we de schuldvraag willen stellen, dan kunnen we die niet voor de deur van het niet bestaande Europa leggen.

Ja, als we dat doen - en het wordt veel gedaan: ieder ogenblik horen we of lezen we: Europa heeft gefaald - ontlopen wij juist de vraag naar de werkelijke verantwoordelijkheid. Die ligt bij de afzonderlijke Europese staten, want zij zijn het die het beleid - of niet-beleid - van de Europese Gemeenschap bepalen.

Maar er is verscheidenheid in die verantwoordelijkheid. Van de kleine Europese staten, waaronder Nederland, kon niet verwacht worden dat zij, individueel of zelfs collectief, militair zouden ingrijpen in Joegoslavië. Daarvoor ontbreken hun de middelen - ook als de wil tot zo'n ingrijpen zou hebben bestaan (wat, ondanks de emotionele taferelen in Tweede Kamer en elders, betwijfeld kan worden).

Het zijn de grote Europese staten die daartoe de middelen eerder bezaten. Maar ook hier moet onmiddellijk een onderscheid in verantwoordelijkheid gemaakt worden. Duitsland kwam, van begin af aan, niet in aanmerking voor de rol van politieagent in Joegoslavië. Daarvoor was de herinnering aan een eerdere Duitse interventie in dat land nog te vers.

Dat wil niet zeggen dat Duitsland zonder verantwoordelijkheid in die crisis is. Het is mogelijk - maar nog niet bewezen - dat de erkenning van Sloveniës en Kroatiës onafhankelijkheid, einde 1991 - die onder sterke Duitse druk en ondanks grote bedenkingen van de andere Europese landen geschiedde - onherroepelijkheden heeft geschapen die we nu betreuren. Zeker is in elk geval dat dit verwijt nu - laatstelijk door de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken - gebruikt wordt om Duitsland de zwarte Piet toe te spelen.

Blijven twee andere grote Europese staten over die meer verantwoordelijkheid voor de Joegoslavische catastrofe dragen dan anderen: Groot-Brittannië en Frankrijk. (Italië is weliswaar geografisch en dus strategisch meer betrokken bij wat er in Joegoslavië gebeurt dan anderen, maar voor dat land, dat in de Tweede Wereldoorlog eveneens bezetter was van Joegoslavisch gebied, gelden min of meer dezelfde argumenten als voor Duitsland; bovendien is het zelf nauwelijks een handelingsbekwame mogendheid.)

Van de twee overblijvenden, Groot-Brittannië en Frankrijk, draagt de laatste de grootste verantwoordelijkheid.

Waarom? Wegens zijn Europese pretenties. Frankrijk matigt zich sinds al vóór generaal de Gaulle het recht aan, de politieke leiding aan Europa te geven. Het onderhouden van een sterk militair apparaat, een kernwapen incluis, dient ertoe deze aanspraak waar te maken.

Ook in Joegoslavië heeft Frankrijk gepoogd aan die pretentie de schijn van geloofwaardigheid te geven. President Mitterrands bliksembezoek, in juni 1992, aan het toen al belegerde Sarajevo, ondernomen zonder vooroverleg met zijn Europese partners die hij zojuist in Lissabon had ontmoet, is daar een bewijs van. Het gaf de Bosniërs even hoop, maar niet veel meer dan dat.

Zeker, Frankrijk heeft meer blauwhelmen in Joegoslavië dan enig ander land, en dat moet gewaardeerd worden. Maar hun taak is het niet orde te herstellen in het verwoeste land. Ze zijn slechts waarnemers, en hun bewapening is conform aan deze opdracht. De Franse militairen in Joegoslavië kan zeker niet hun nietsdoen verweten worden - evenmin als de andere blauwhelmen.

Nee, een Franse interventie in Joegoslavië die overeen zou stemmen met 's lands politieke pretenties, zou een puur nationale beslissing moeten zijn - wat trouwens allerminst in strijd zou zijn met het Franse standpunt dat de buitenlandse politiek in laatste aanleg een puur nationale aangelegenheid blijft.

Als Frankrijk die verantwoordelijkheid op zich genomen zou hebben, zou het wellicht nog het applaus - en wie weet: de steun - van zijn Europese partners hebben geoogst met uitzondering misschien van enkelen die, onder het motto fiat justitia, et pereat mundus (het recht moet zijn loop hebben, al vergaat de wereld erbij), tot het bittere eind aan het internationale recht hadden willen vasthouden. De populariteit van de Franse blauwhelmen-generaal Morillon is een aanwijzing dat de Europeanen niet, koste wat het kost, Franse initiatieven afwijzen.

Dit alles geldt voor Groot-Brittannië in mindere mate. Het behoort weliswaar ook tot de grote Europese mogendheden, maar het mist de ambitie de politieke leider van Europa te zijn. Misschien kan het dit gebrek aan ambitie verweten worden, maar dat is een andere zaak. Het heeft, terecht of ten onrechte, een andere Europese koers verkozen dan Frankrijk.

Nu is het mogelijk dat Frankrijk, ondanks zijn ambities, niet over de middelen beschikt om ze waar te maken - ook in Joegoslavië niet. In de Golfoorlog bleek dat de Franse militaire bijdrage, wat de logistiek betreft, volkomen afhankelijk was van de Amerikanen - een beschamende ontdekking voor Frankrijk. En bij een interventie in Joegoslavië zou ook heel wat logistiek te pas komen.

Moet de conclusie dan luiden dat ook Frankrijk, per slot van rekening, zijn non-activiteit in Joegoslavië niet verweten kan worden? Misschien - maar dan moet het wél verweten worden dat het pretenties heeft die, als het erop aankomt, niet waargemaakt kunnen worden.

    • J.L. Heldring